UNESCO gebouw

×Details


In Anna in kaart gebracht, een roman van de Tsjechische auteur Marek Šindelka, wordt een architect opgevoerd die een huis bouwde naar het voorbeeld van zijn eigen lichaam. Alle gebruikte eenheden en maten zijn een afgeleide van zijn lengte, de doorsnee van zijn botten, het gewicht van zijn organen, zijn bloeddruk, hartslag enzovoort. Het volume van alle kamers is een veelvoud van zijn longinhoud en het hele huis is volgens het principe van de bloedsomloop georganiseerd: je kunt alle kamers doorlopen zoals zuurstofrijk en zuurstofarm bloed in een lichaam circuleert. In het midden van de woonkamer staat het hart van het huis: ‘een brede, hoekige pilaar – een groot aquarium met blauw neonlicht. In het water dreef slechts één enorme kwal. De levende weergave van een kernexplosie. Een kolossaal doorzichtig lichaam. Een regelmatig in elkaar krimpende, geleiachtige paddenstoel, soepele trage bewegingen, levitatie.’

Tijdens het wandelen stel ik me het aquarium met de reuzenkwal voor op verschillende plaatsen in Parijs. Tussen de 113 vlaggenmasten voor het UNESCO-gebouw, naast de potten Nutella in de crêperie bij Chemin Vert, onder een metrotunnel waar scheuren en kieren een onheilspellend patroon van daglicht doorlaten, op Boulevard de Sébastopol waar vrouwen in de Jesus Cosmetics met felle bewegingen het haar van andere vrouwen vlechten. Kent een stad zijn eigen fysiologie of is het altijd een vermenigvuldiging van de mensen die erin wonen? Een poging tot collectief ademhalen of tegen elkaar in pulseren? Bestaat er zoiets als collectieve levitatie, of is een stad niet meer dan een bundeling reflexen, het behouden van een eindeloos voortdurend, wankel evenwicht?

+Meta

Posted: 19 september 2018

Author:

Category: Uncategorised