Bij dit nummer

door Redactie

Alle landen van de wereld denken dat ze anders zijn, anders dan de tot clichés verworden beelden die men elders van ze koestert. Het zijn immers altijd vertekeningen en karikaturen die buiten de landsgrenzen van een nationaal karakter worden gegeven. Veel clichés zijn wel tot een oorsprong te herleiden, maar voor degenen die er dagelijks wonen is iedere samenleving natuurlijk oneindig veel complexer, subtieler, geschakeerder dan het beeld dat de buitenstaander ervan heeft. Alle landen van de wereld hebben dus groot gelijk als ze die misverstanden bestrijden. Alle landen, behalve Nederland.

Want over Nederland bestaan niet slechts misverstanden. Nederland ís een misverstand. Het is een samenleving die al eeuwen in hoge mate functioneert bij de gratie van genegeerde feiten, onverzoende tegenstellingen en omzeilde confrontaties. Dat komt niet doordat Nederlanders dommer zijn. Integendeel. Net als alle andere volkeren denken ze zelfs stilletjes dat ze een beetje slimmer zijn dan de rest. Maar een verschil is weer dat onze beste denkers al eeuwen uitblinken in het zaaien van twijfel over de vaderlandse identiteit.

Ze bevestigen daarmee de stelling dat Nederland in veel opzichten een natie is die haar bestaan dankt aan haar eigen ontkenning. Wat weer iets anders is dan een gebrek aan zelfbewustzijn. Ons land doet zich in de wereld graag kleiner voor dan het is, bijvoorbeeld als het gaat om de economie of het taalgebied. Maar tegelijkertijd wordt het toch steeds weer als een authentieke krenking ervaren wanneer de Nobelprijs voor literatuur of het wereldkampioenschap voetbal niet in Nederlandse handen valt.

Het gaat hierbij om meer dan louter het verschil tussen schijn en wezen, tussen hooggestemde idealen en een uitvoering die altijd te wensen overlaat. Zo vindt men overal ter wereld verschillen tussen de bepalingen van de wet en de manier waarop die in de praktijk gehandhaafd wordt. Maar alleen in Nederland kan een minister van Justitie zowel worden aangesproken op het handhaven van de wet als op de belofte om dat niet te doen. Die minister is trouwens misschien wel lid van een algemene volkspartij die een politieke middenkoers vaart, maar die erop staat zich specifiek christelijk te noemen, wat echter weer niet betekent dat moslims er geen functies in kunnen vervullen. Het is een manier van omgaan met elkaar en met de omstandigheden die een zekere rust waarborgt en voorzover ze al geëxpliciteerd werd, tot voor kort werd aangeprezen met begrippen als ‘gedoogbeleid’, ‘consensusmaatschappij’ of ‘poldermodel’.

Tot voor kort. Want in de nieuwe eeuw is er iets gaan schuiven. Juist op het moment dat dankzij een steeds grotere mobiliteit en vervagende grenzen de Nederlanders eindelijk geruisloos zouden kunnen opgaan in het verenigde Europa waarover men altijd zoveel enthousiaster is geweest dan de buurlanden, vlamt hier het debat op over maatschappelijke tegenstellingen en klinkt de roep om een definitie van de nationale identiteit, compleet met godsdienstige en historische onderbouwing. Volgens sommigen heeft de in 2002 vermoorde politicus Pim Fortuyn, de man die vond dat ook in de polder de sluizen maar eens open moesten, hierin een belangrijke rol gespeeld. Voor grote verschuivingen in de politieke krachtsverhoudingen heeft hij niet gezorgd, maar als hij al niet de aanstichter van het debat over de nationale identiteit is geweest dan was hij op zijn minst een katalysator en zijn populariteit een teken dat er iets bezig was te veranderen.

Die veranderingen zijn nog niet ten einde. Als de schijn niet bedriegt is Nederland doende intern de bakens te verzetten en datgene te doen wat zo lang werd nagelaten: in krachtige lijnen een portret te tekenen van zichzelf om zich daarmee binnen en buiten de landsgrenzen te manifesteren. Die intentie wordt nu tenminste veel vaker dan voorheen uitgesproken. Er vallen kanttekeningen bij te plaatsen. Moeten we al die energie aan onszelf besteden terwijl er in de rest van de wereld zoveel aan de hand is? Is de stelling juist dat we alleen vanuit een krachtig idee over onszelf in de internationale context kunnen functioneren of was er ook wel iets te zeggen voor de zo lang reeds gecultiveerde onopvallendheid? Maar hoe men daar ook over moge denken, het opruimen van misverstanden is ook een waarde in zichzelf.

De Gids is al sinds de oprichting een tijdschrift dat niet alleen literaire bijdragen bevat maar ook artikelen op het gebied van politiek, cultuur en wetenschap. Ter gelegenheid van het Nederlandse eu-voorzitterschap in de tweede helft van 2004 werd voor deze aflevering, die tegelijkertijd in het Nederlands, Engels, Frans en Duits verschijnt, aan auteurs van uiteenlopende signatuur gevraagd een korte beschouwing te wijden aan een naar hun idee onjuiste stelling over Nederland. De spreekwoordelijke properheid, de vredelievendheid, de homovriendelijkheid, de botheid, de geëmancipeerdheid: nationale karakterkenmerken worden met kritische eigenliefde en van ironie vervulde eigendunk tegen het licht gehouden. Dat sommige auteurs daarbij hun favoriete misverstand ook als misverstand blijken te ontkennen, onderstreept nog eens dat er een typische, ja, een unieke Nederlandse traditie bestaat in het denken over de eigen identiteit.


Namens de redactie,


H.M. van den Brink