Bij dit nummer

De zoon van Enola Gay Tibbets heeft zijn moeder onsterfelijk gemaakt. Na een mislukte medicijnenstudie vond de jongen zijn bestemming als piloot bij de luchtmacht. In de vroege morgen van 6 augustus 1945 steeg hij op van de basis op het eiland Tinian en zette koers richting Japan. Zijn kist, door hem de Enola Gay gedoopt, was een b-29 Superfortress-bommenwerper, met in haar buik een Little Boy. Boven Hiroshima werden de bomluiken geopend en aanschouwde Paul Tibbets zijn tweede geboorte.

Drie dagen later werd een tweede kernbom, type Fat Man, gedropt boven Nagasaki. De wereld was voorgoed veranderd. De verwoestingen aangericht door deze aanvallen waren ongekend. Zo'n krachtsexplosie was zelfs door kenners niet altijd voor mogelijk gehouden. In 1937 omschreef de vader van de kernsplijting, Nobelprijswinnaar lord Rutherford, de energie die vrijkwam in het splijtingsproces nog als ‘a very poor kind of thing’. Iedereen die daar een bijzondere krachtsbron in meende te zien was, aldus de geleerde, ‘talking moonshine’. Hoezeer hij ernaast zat, heeft hij niet meer meegemaakt.

Zestig jaar na dato leek het de redactie van De Gids een goed idee een nummer te wijden aan de bom en haar gevolgen. Aanvankelijk zagen die er rooskleurig uit. De oorlog was ten einde en een stralende toekomst strekte zich voor ons, bewoners van het vrije Westen, uit. De militaire superioriteit, de nieuwe technologie, het natuurwetenschappelijk vernuft - ze leken destijds niets minder dan de aanzeggers van voorspoed, vrede, vrijheid en vooruitgang. Ook voor de medewerkers van het Manhattan Project. Zij kunnen nog altijd bijna aanstekelijk vertellen over het leven en werken in Los Alamos, New Mexico, waar de crème de la crème van de natuurwetenschappelijke wereld met hun aanhang was verzameld om, ver verwijderd van de bewoonde wereld, te werken aan de bom. Joseph Hirschfelder, een van de in Los Alamos gestationeerde wetenschappers, doet in dit nummer verslag van het wonder van een geslaagde kernproef. Hij volgde met zijn auto de radioactieve wolk die door de explosie was ontstaan, behoedde onderweg een groepje barbecuende soldaten voor het eten van radioactieve t-bonesteaks en viel 's avonds nadat hij de op hem neergedaalde deeltjesregen van z'n lichaam had geschrobd als een tevreden mens in slaap.

Na de euforie volgden het schuldgevoel over de aangerichte verwoestingen en vragen over de legitimiteit van de aanval op Japan. In Amerika werd de Enola Gay voorwerp van een nationale controverse toen het Smithsonian Air and Space Museum in Washington eind jaren tachtig het plan opvatte om rondom het gerestaureerde toestel een tentoonstelling te organiseren waarin nut en noodzaak van de bombardementen aan een kritische reflectie werden onderworpen. Wat waren de cruciale momenten in de besluitvorming? Speelden wraaklust en racisme een rol bij de beslissing? Heeft de aanval inderdaad het einde van de oorlog bespoedigd en dus erger leed voorkomen? Wat waren de gevolgen? De organisatoren mochten er dan van overtuigd zijn dat deze kwesties zonder vooringenomenheid aan de orde werden gesteld, de verzamelde Amerikaanse veteranenorganisaties dachten daar heel anders over. Zij wisten het pleit na jarenlang getouwtrek in hun voordeel te beslechten. De tentoonstelling werd afgeblazen. Maar wat ervoor in de plaats kwam - de expositie van de Enola Gay met als enige commentaar een film waarin de juichende bemanning van destijds aan het woord gelaten werd - kon afgezien van de veteranen en de militaire pressiegroepen geen mens nog overtuigen.

Die bekoeling gold ten tijde van de Koude Oorlog ook de wetenschappers die aan de bom hadden gewerkt of zich daarna hadden gewijd aan de vervolmaking van het wapentuig. Waren zij neutrale vaklui, hoeders van de wereldvrede of toch eigenlijk gewoon medeverantwoordelijk voor massavernietiging? Intrigerender is nog de vraag waarom het oordeel over mensen die min of meer hetzelfde werk hadden gedaan de ene keer zo anders uitviel dan de andere. Waarom mocht Andrej Sacharov de Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst nemen en werd zijn collega Edward Teller alom verguisd? Daarover schrijft Frans Saris. De wetenschappers zelf gingen eveneens gebukt onder drukkende nagedachten. In een poging de atoomkracht voor nobele en vreedzame doeleinden aan te wenden verzamelde de fysicus Freeman Dyson in de tweede helft van de jaren vijftig een aantal spijtoptanten uit de voormalige wetenschappelijke kolonie van Los Alamos. Hun nieuwe gezamenlijke project Orion beoogde ter exploratie van ons zonnestelsel een gigantisch ruimteschip te ontwikkelen dat gelanceerd moest worden door de ontploffing van een reeks van duizenden kleine kernbommetjes. Het project strandde halverwege de jaren zestig.

Het bleef niet bij schuldgevoel. De bom werd ook het middelpunt van doemscenario's en zwarte visioenen, in een tijd waarin het evenwicht tussen de supermachten werd bewaakt door middel van een alsmaar groeiend arsenaal aan kernwapens. De opgeslagen destructieve kracht die nodig was voor de gewenste (en bereikte) wederzijdse afschrikking tartte iedere verbeelding. Eén druk op de knop was voldoende voor de wereldondergang in duizendvoud. Wie totale kaalslag en desolate ontreddering voelbaar wil maken, beschrijft sinds 1945 de wereld na een atoomoorlog of kernramp. Maar overtuigender dan de werkelijkheid kan het gefantaseerde armageddon moeilijk zijn. Na het lezen van de in dit nummer opgenomen fragmenten uit Het gebed van Tsjernobyl. Kroniek van de toekomst van de hand van Svetlana Aleksiëvitsj realiseer je je weer dat voor de beschrijving van de hel de realiteit nog altijd de beste bron vormt.

Zoals alle wereldschokkende gebeurtenissen is ook de bom terechtgekomen in literatuur, toneelstukken, films, strips en andere kunstvormen. In dit nummer is niet geprobeerd een volledig overzicht te geven van deze culturele fall-out. Wel worden twee varianten nader belicht. Marc Holthof buigt zich over Stanley Kubricks klassieker Dr. Strangelove - or How I Learned to Stop Worrying and Love the Bomb(1964). Omar Muñoz volgt de sporen van de bom in het minder bekende genre van de videospelletjes. Maar De Gids zou De Gids niet zijn als het thema niet ook als uitgangspunt genomen was voor nieuwe culturele productie. K. Schippers liet zich inspireren tot een kort verhaal; Mark Tritsmans schreef er een aantal gedichten bij en Jacques Westerhoven vertaalde voor de gelegenheid een verhaal uit 1951 over Hiroshima van de Japanse schrijver Masuji Ibuse.

Rest ons de harde werkelijkheid van vandaag - het onderwerp van Ko Colijn. De nucleaire gevaren zijn veranderd sinds het einde van de Koude Oorlog, schrijft hij, diffuser en minder grijpbaar geworden, terwijl de pogingen tot beheersing en ontwapening falen en, anders dan vroeger, weinigen nog wakker liggen van de nucleaire dreiging. Naast de andere risico's die hij signaleert, schuilt ook in die onderschatting een gevaar.

Tot diezelfde conclusie kwam, via een geheel andere weg, ook George Dyson (de zoon van). Het mislukte project van zijn vader leverde hem stof voor een fascinerend boek, Project Orion: The True Story of the Atomic Spaceship (2002). Wat Dyson jr. tijdens het werken aan dit boek opviel, was dat iedereen die ooit in de woestijn of op zee getuige is geweest van een nucleaire test er voor de rest van zijn leven van overtuigd bleef dat deze bommen nooit maar dan ook nooit ‘in het echt’ gebruikt mochten worden. Hoe dat te bereiken viel - door naar ontwapening te streven of door een Amerikaanse voorsprong in de wapenwedloop te garanderen - daarover liepen de meningen uiteen, maar die overtuiging werd gedeeld. Het aantal mensen dat zo'n explosie aan den lijve heeft ervaren, is echter slinkende sinds een kleine veertig jaar geleden een verbod op bovengrondse kernproeven werd ingesteld. De huidige generatie van wetenschappers en politici heeft nooit een explosie met eigen ogen aanschouwd. Een gevaarlijke situatie, volgens Dyson: ‘It could be that we would be safer if we took world leaders out to some remote area every 10 years or so and conducted a demonstration test.’

Het ligt niet in de macht van de Gids-redactie om over dit advies te beslissen, en dat is maar goed ook. Wat er ten aanzien van het thema wel binnen onze macht lag, ligt ter lezing voor u.

Namens de redactie,

annet mooij