Teller in Nederland

Als de bommen op Hiroshima en Nagasaki de Japanners in augustus 1945 niet gedwongen hadden zich over te geven, dan hadden mijn vrouw en schoonmoeder het Jappenkamp niet overleefd.

Toch schaam ik me de hand te hebben geschud van de man die vrijwel zijn hele leven heeft gewijd aan de ontwikkeling van massavernietigingswapens. Het was 1975, de Koude Oorlog was op zijn hoogtepunt maar de antineutronenbomacties ook, toen Edward Teller in ons lab in Amsterdam op bezoek kwam. Mijn baas, Jaap Kistemaker, voor niets of niemand bang, ontving Teller op zijn kamer, waar ik als groepsleider niet mocht ontbreken, maar naar Tellers colloquium ben ik niet gegaan.

Die middag kregen we plotseling te horen dat er een demonstratie en misschien zelfs bezetting van ons lab verwacht werd. Jaap Kistemaker verzocht ons op het lab te blijven overnachten en haalde uit het magazijn lange ijzeren staven tevoorschijn die hij eigenhandig uitdeelde ‘ter verdediging’. Die avond liep inderdaad een groepje demonstranten voor ons lab langs, maar tot bezetting kwam het niet. Het bleef bij het schreeuwen van: ‘Kistemaker a-bommaker’.

Als we in het weekend naar mijn schoonmoeder gingen en de trein reed door de Zaanstreek, het toenmalig bolwerk van de cpn, dan zag ik op de schuttingen van Bruynzeel ook altijd weer die leus, met schreeuwend witte letters erop geklakt: ‘Kistemaker a-bommaker’. Het gaf me telkens weer een onaangenaam gevoel, want het was een leugen, er werd op ons lab in de verste verte niet gewerkt aan de Atoombom. Ook vroeger niet; toen er de ultracentrifuge ontwikkeld werd, voor het verrijken van uranium, ging het uitsluitend om lage verrijkingsgraden niet geschikt voor bommen, alleen voor kernenergie. ‘Atoms for Peace’, het devies van president Eisenhower, was ook het devies van mijn leermeester, Jaap Kistemaker, maar het grote publiek geloofde hem niet, en het bezoek van Teller, ook al was dat nog zo vluchtig, hielp natuurlijk niet.

Het is maar goed dat ik niet naar Tellers colloquium ben gegaan, anders had ik hem stellig de vraag gesteld: ‘Vertelt u eens, dr. Teller, hoe komt het toch dat u wordt gezien als de echte Dr. Strangelove, terwijl zojuist bekend is gemaakt dat Andrej Sacharov de Nobelprijs voor de Vrede krijgt?’ Inderdaad, tot mijn grote verbazing ontving in datzelfde jaar, 1975, de vader van de Russische Atoombom nota bene de Nobelprijs voor de Vrede. Het heeft mij altijd verbaasd dat de een werd verguisd terwijl de ander juist heilig werd verklaard. Hoe kwam dat? Die vraag wil ik hier alsnog proberen te beantwoorden.

In zijn memoires beschrijft Teller de eerste atoombomproef. ‘We lagen allen op de grond, volgens de instructies met onze rug naar de explosie. Maar ik had besloten ongehoorzaam te zijn, mij niet aan het bevel te houden en rechtstreeks te kijken in de richting van de bom. Ik droeg een lassersbril die mij gegeven was om te voorkomen dat mijn ogen beschadigd zouden raken door het felle licht van de bom. Maar omdat ik recht in de explosie wilde kijken, had ik besloten ook nog extra beschermende maatregelen te nemen. Ik zorgde voor een extra paar donkere glazen onder de lassersbril, smeerde de huid van mijn gezicht in met zonnebrandcrème om me tegen de straling te beschermen en trok extra dikke wanten aan, zodat ik de bril stevig tegen mijn gezicht kon drukken om te voorkomen dat licht langs de zijkanten zou binnendringen. Gedurende de laatste vijf seconden lagen we allen stil te wachten op wat een oneindigheid leek, ons af te vragen of de bom had gefaald of dat hij weer vertraagd was. Toen zag ik ten slotte een vage punt licht die zich leek te verdelen in drie horizontale lichtpunten (het was de kernexplosie en de lichtende ringen daaromheen). Terwijl de vraag “Is dat alles?” door me heen ging, herinnerde ik mij m'n extra bescherming. Toen de lichtpunten afnamen, tilde ik de rechterkant van mijn bril op om een beetje licht onder de lassersbril door te laten. Het leek wel of ik een gordijn opentrok in een donkere kamer en het daglicht naar binnen stroomde. Een paar seconden later stonden we allen met open mond te genieten van dit schitterende schouwspel.’

Vlak voordat de test gedaan werd stelde Fermi de vraag wat de kans was dat een kernexplosie een zodanige kettingreactie zou ontketenen dat de hele dampkring zou exploderen. Kennelijk had niemand nog met deze mogelijkheid rekening gehouden. Teller werd aan dit probleem gezet en stelde een memo op met alle mogelijkheden en onmogelijkheden. Nog in de bus op weg naar de test besprak hij die met een van zijn collegae en vroeg hem wat hij zou doen als een van de mogelijkheden waar zou blijken te zijn. Het even vrolijke als onverantwoorde antwoord luidde dat hij een tweede fles whisky tot zich zou nemen.

Hoewel de meeste fysici en chemici die in Los Alamos aan de bom werkten na de oorlog met enig gevoel van schuld terugkeken op de verwoesting van Hiroshima en Nagasaki, was het voor Teller allemaal nog lang niet genoeg. In zijn memoires legt hij omstandig uit dat splijtingsbommen, zoals gebruikt op de Japanse steden, om fysische redenen nauwelijks groter en krachtiger zouden kunnen worden gemaakt. Terwijl fusiebommen, zoals waterstofbommen, geen limiet kennen en dus om strategische redenen veel aantrekkelijker zijn. Terwijl Fermi en Rabi waarschuwden voor de mogelijkheid dat zulke enorme explosies ook enorme consequenties zouden hebben voor de atmosfeer, hield Teller vol dat zijn schattingen lieten zien dat de gevolgen van enorme explosies voor onze atmosfeer heel beperkt zouden blijven. Teller waagde het erop, pas vele jaren na de eerste testexplosies van waterstofbommen zouden computers krachtig genoeg worden om de effecten van enorme explosies voldoende gedetailleerd te simuleren.

Dit zijn enkele grepen uit Tellers autobiografie en het blijft nogal onthutsend, maar van Teller wisten we het eigenlijk wel. Wie Andrej Sacharovs memoires leest, ontdekt dat het bij hem weinig anders was. ‘Ik had in feite geen keuze, maar het was uit vrije wil dat ik keihard werkte en volkomen in mijn werk opging. Nu, zo'n veertig jaar later, wil ik proberen die toewijding te verklaren, ook tegenover mezelf. Eén reden (maar niet de voornaamste) was dat ik de kans kreeg “goede natuurkunde” te bedrijven, zoals Fermi het atoombomprogramma karakteriseerde. Veel mensen vonden zijn opmerking cynisch, maar cynisme veronderstelt meestal dubbelhartigheid, terwijl ik geloof dat Fermi heel oprecht was, hoewel hij wellicht de kern van de zaak ontweek. We moeten niet vergeten dat Fermi's complete uitspraak - “In ieder geval is het goede natuurkunde” - het bestaan van een ander aspect van de zaak inhoudt. De fysica van de atoom- en thermonucleaire explosies was inderdaad een “paradijs voor theoretici”.’

‘Natuurlijk besefte ik met wat voor verschrikkelijke, onmenselijke dingen we bezig waren. Maar de recente oorlog was ook een oefening in barbaarsheid geweest; hoewel ik in dat conflict niet gevochten had, zag ik mezelf als een soldaat in deze nieuwe, wetenschappelijke oorlog. (Koertsjatov zei wel eens dat we soldaten waren, en dat was geen loze kreet.) In de loop van de tijd hebben we enkele principes uitgewerkt of van anderen overgenomen, zoals strategisch evenwicht en wederzijdse afschrikking, die ik nog steeds in zekere zin een intellectuele rechtvaardiging vind van de ontwikkeling van kernwapens en de rol die wij daarin speelden.’

‘Na aankomst op het proefterrein hoorden we dat er onverwacht een zeer gecompliceerde situatie was ontstaan. De proef zou vlak boven de grond plaatsvinden. Het product zou op het moment van de explosie in een speciale toren zitten die in het midden van het proefterrein was gebouwd. Het was bekend dat bij explosies vlak boven de grond zich het verschijnsel van het radioactieve spoor voordoet (banen van radioactieve neerslag); maar niemand had eraan gedacht dat bij een zeer krachtige explosie, die wij verwachtten, dit spoor ver buiten het proefterrein zou komen en een gevaar zou vormen voor de gezondheid en het leven van vele duizenden mensen die niets te maken hadden met ons werk en die niet wisten wat hun boven het hoofd hing.’

In zijn memoires laat Sacharov er geen twijfel over bestaan waaraan hij en zijn collegae werkten, het was een politiek en geen militair doel, het was een explosie en geen bom, een knal in plaats van een wapen, als wapen was het zelfs onbruikbaar, maar de knal zou zo hard zijn dat hij in Washington gehoord zou worden.

Terug naar de vraag hoe het komt dat Teller werd verguisd maar Sacharov heilig werd verklaard, terwijl beiden met hart en ziel werkten aan massavernietigingswapens. Sommige mensen denken dat het komt omdat Teller zijn collega Oppenheimer heeft verraden, toen hij hem betichtte van communistische sympathieën. Hoewel dat zeker een rol heeft gespeeld, verklaart het nog niet de positie van Sacharov. Teller en Sacharov streden beiden tegen het totalitaire communistische regime. Terwijl Teller leugens verkocht voor de ‘goede zaak’, bleef Sacharov eerlijk tot het bittere eind. Het cruciale verschil tussen beiden is pas recent in het openbaar besproken, na de dood van Teller. In Physics Today van augustus 2004 schrijven Harold Brown (minister van Defensie onder Carter) en Michael May (voormalig directeur van Livermore National Lab):

‘Toen hem gevraagd werd waarom hij Star Wars steunde, een programma met zulke duidelijke tekortkomingen, antwoordde Teller dat als de vs niet werkten aan verbetering van die fouten, het met Star Wars nooit wat zou worden. Voor Teller, die als prioriteit had de vs te verdedigen ten tijde van de Koude Oorlog, was dat de enig juiste houding. Maar voor ons en vele anderen was het juist intellectuele oneerlijkheid. Wetenschappers worden verondersteld de waarheid te vertellen zoals zij die begrijpen en deze niet ondergeschikt te maken aan andere agenda's.’

Door zijn leugens raakte Teller steeds meer geïsoleerd van zijn wetenschappelijke collegae; ook Sacharov raakte geïsoleerd, juist omdat hij zo eerlijk was werd hij verbannen en streden zijn westerse collegae voor zijn Nobelprijs. Het grote verschil tussen Teller en Sacharov wordt prachtig geïllustreerd door Peter Goodchild in zijn recente biografie van Teller. Daarin geeft Goodchild een beschrijving van de vredesbespreking in Reykjavik tussen Reagan en Gorbatsjov, die niet willen vlotten vanwege het ‘Star Wars’-programma dat Edward Teller president Reagan heeft aangepraat. Zolang Reagan zijn ‘Star Wars’ niet stopt, is Gorbatsjov niet bereid zijn ‘interballistic missiles’ te ontmantelen. Dan wordt Gorbatsjov door Sacharov ingefluisterd dat iedere wetenschapper, ook in de vs, weet dat Teller leugens heeft verkocht aan Reagan en dat het ‘Star Wars’-programma grote onzin is en nooit zal werken, zodat hij, Gorbatsjov, er niet bang voor hoeft te zijn en maar beter kan aanbieden alle raketten terug te trekken. Hetgeen Gorbatsjov tot verbazing van Reagan doet en met het bekende effect: voor het eerst in de geschiedenis worden kernwapens ontmanteld, dankzij Sacharov.

Na het ondertekenen van het Intermediate Nuclear Force Treaty ontmoeten Gorbatsjov en Teller elkaar met het in de aanvang gegeven resultaat. Voor Gorbatsjov is Teller een leugenaar, een wetenschapper die willens en wetens liegt over datgene wat hem niet welgevallig is, wat niet in zijn kraam te pas komt. En daarin is Teller niet alleen: ‘There are many Dr. Tellers’.

Ook in ons land, want laten we ons niets wijsmaken: het wemelt van de wetenschappers die willens en wetens onwaarheden vertellen, vooral over kernenergie:
‘Tellers’ beweren dat een beetje straling goed is voor een mens.
‘Tellers’ beweren dat kernenergie de oplossing is voor klimaatverandering.
‘Tellers’ beweren dat kerncentrales goedkoper zijn dan gasgestookte centrales.
‘Tellers’ beweren tegen windparken te zijn, maar kunnen het niet verdragen dat er een reëel alternatief is voor kernenergie.
‘Tellers’ beweren dat wij duizenden jaren op het radioactief afval zouden kunnen passen.
‘Tellers’ beweren dat kernenergie geen politiestaat vereist.
‘Tellers’ beweren dat onze nucleaire installaties bestand zijn tegen terrorisme.
‘Tellers’ beweren dat Borssele open moet blijven maar verzwijgen wat er moet gebeuren met de 50.000 kg plutonium die daar reeds zijn geproduceerd.
‘Tellers’ beweren dat de kernreactor in Petten veilig bedreven kan worden hoewel de operators de werking van het koelsysteem niet kennen.
‘Tellers’ beweren dat alles, ook de opwerking van hoogverrijkt uranium in Petten geoorloofd is in verband met medische toepassingen.
‘Tellers’ beweren dat Europa een kernfusiereactor moet bouwen als bijdrage aan duurzame ontwikkeling.

Als ik iets van mijn leermeester heb geleerd, dan is het de dure plicht van de wetenschapper de waarheid te spreken, onder alle omstandigheden. Misschien was dat wel de diepere reden waarom wij werden voorgesteld aan Teller.