Altijd weer een eiland

Letterlijk of overdrachtelijk. En een glazige bezoeker. Een man met een ironische blik, waarin we een dubbele bodem vermoeden. Als hij er niet was hadden we er nooit van geweten.

Zodra hij aan land stapt is de historische werkelijkheid buiten werking gesteld. Trekt haar anders almachtige klauwen van de wereld af. En op de gezichten van de bewoners is het bewijs te zien dat er nooit een zondeval is geweest. De menselijke laagheid is een te verhelpen kwaal gebleken.

En alles op het eiland is behept met een hoger niveau van orde en samenhang. Wanorde en verwarring bestaan niet. Hoe alles in elkaar grijpt, hoe harmonieus de mensen, de regels, de instituties, de cultuur samengaan! De maatschappij is niet langer een trage oorlog, maar een toestand van eeuwige vrede. En iedereen ziet ook in dat deze orde de beste is. Heel soms verliest iemand de volmaaktheid van de eilandorde uit het zicht. Dat duurt altijd maar even, dan bestaat die afwijkende gedachtegang niet meer. De persoon in kwestie is verdwenen of zijn denkbeelden zijn grondig bijgesteld. Het ware en goede zijn onfeilbaar en oppermachtig hier.

Een eiland als dit, waar idealen over collectief geluk werkelijkheid zijn geworden, is het product van het denkbeeld dat de problemen van de mensheid altijd dezelfde zijn geweest, dat ze oplosbaar zijn en dat die oplossingen een logisch samenhangend geheel vormen. Mensen zoals ze buiten het eiland bestaan moeten ophouden te bestaan. Dat is mogelijk, en al zijn de methoden om dat bereiken niet altijd zachtzinnig, ze zijn voor hun eigen bestwil.

Maar nu is er een ideale orde waarin optimale mensen tot in eeuwigheid van dagen hun gelukkige leven kunnen leiden. Of beter, waar ieder besef van geluk of ongeluk is verdwenen en de mensen leven als een diersoort die zijn evolutionaire niche gevonden heeft en verstard in gedachteloze herhaling het uitdoven van de zon afwacht.

Zulke eilanden bestaan niet en kunnen niet bestaan. Als de geschiedenis iets onomstotelijk heeft aangetoond, dan is het wel dat het radicaal invoeren van een ideale maatschappelijke orde, van welke snit of inspiratie dan ook, hoort tot de rampzaligste dingen die de mensen zichzelf en elkaar aandoen. De twintigste eeuw is een uitzonderlijk hardhandige les geweest.

Maar zulke verhalen, over onbestaanbare ideale maatschappijen, bestaan al eeuwen. Als literatuur, maar ook als ondertiteling en voice-over bij revoluties, activistische daden, politieke maatregelen, stakingen en terroristische aanslagen. De meest recente verbeelding van een utopie, die nationale bekendheid kreeg, was afkomstig van Mohammed Bouyeri, die beschreef dat de groene vlag van de sharia uit het Torentje op het Binnenhof zou wapperen. Vanuit dat centrum van de macht moest het Nederlands Kalifaat bestierd worden. Of de Islamitische Republiek der Lage Landen. Niet meteen en zonder slag of stoot, uiteraard, want zoiets vereist eerst een Endlösung van het probleem van een slordige 15 miljoen ongelovige honden.

Ik was blij dat in de media dit utopische beeld uit de geschriften van Bouyeri verspreid werd. Het geeft met grafische duidelijkheid de intensiteit van zijn overtuiging aan. De totale overgave aan zijn idealisme. En natuurlijk wordt ook met dat ene heldere beeld duidelijk hoe irreëel zijn denkbeelden zijn. Bovendien mobiliseert het beeld het komische potentieel van de gedachtewereld van Bouyeri. Het is een beeld uit een satire of een persiflage.

Utopieën zijn er niet om een al dan niet reëel beeld van een betere wereld te geven en mensen te inspireren. Dat is een misverstand uit de tijd dat het nog in de mode was te denken dat de mensheid bestond en een setje oerproblemen had, die met een logisch samenhangend setje oplossingen (die eigenlijk nogal voor de hand lagen) konden worden verholpen. Als je kijkt naar het utopische beeld van de groene sharia-vlag op het Torentje voor de Hollandse Kalief, dan is duidelijk dat zoiets voortkomt uit een verlangen om een pijnlijke en vernederende ervaring van verwarring, wanorde en onrecht in één klap te vervangen door een heldhaftig beeld van orde, recht, trots, juistheid. Zo is het ook met de anarchistische utopieën die hun kracht ontleenden aan de barre ervaringen van rechteloze arbeiders. Of het nu groot leed en onrecht zijn of ingebeeld en klein leed, utopieën komen voort uit een mengsel van woede, pijn en enthousiasme. Ze scheppen een beeld van een situatie van vrede, recht, orde, geluk. Als tegengif. We weten allemaal dat ze als oproep tot maatschappelijke verandering vooral een averechts effect hebben.

Waarvoor zijn utopieën er dan? Waarom zou je ze lezen? Ook dat kun je weer goed zien aan dat beeld van die groene vlag. Utopieën zijn er om ons te herinneren aan de onuitroeibare menselijke neiging om het eigen begrip van de maatschappij en ons idee van wat goed en juist is drastisch te overschatten. Het verlangen ook naar die heldhaftige beëindiging van wanorde, lijden en onrecht; het verlangen naar rust en het stopzetten van de eeuwige verandering van alles; naar een einde aan de heerschappij van de geschiedenis, van oud zeer en de oude Adam.

De groene vlag wappert in Bouyeri's geschrift zodat de lezer schrikt en zich afvraagt hoe precies de Nederlandse werkelijkheid aanleiding kan geven tot dit utopische beeld. Waar precies is dit bizarre ideaalbeeld een oplossing voor volgens Bouyeri? Utopieën zijn er om te schrikken van de werkelijkheid.

Utopieën moeten gelezen worden als aanschouwelijke toelichting op de onmogelijkheid van geluk en recht op aarde. Om erachter te komen hoe het komt dat er nooit een toestand van ware vrede, recht voor allen en universeel geluk zal zijn kan je de maatschappelijke werkelijkheid en haar historische dimensie gaan onderzoeken. Maar je kunt ook utopieën lezen en middels een literaire vorm van negatieve theologie tot vergelijkbare inzichten komen. Het onuitroeibare verlangen naar ideale maatschappijen, naar heldhaftige ontkenningen van de laagheid van mensen en de complexiteit van de geschiedenis is een belangrijk obstakel, een bron van oorlog, onrecht en lijden.

En dystopieën dan? Waren dat niet de waarschuwende schrikbeelden van een slechtst denkbare aller werelden, die meestal verdacht veel lijkt op een opgevoerde versie van de werkelijkheid zoals we die kennen?

Dystopische fantasieën in literatuur en film gelden als een kritisch commentaar op de werkelijkheid. Echte dystopieën staan te boek als pessimistische boeken, vol ondergangsbeelden, mensenhaat, cynisme en zwarte humor. Het wonderlijke is dat ook hier weer geldt dat je helemaal geen dystopische fantasie nodig hebt om met opgaaf van goede redenen en steekhoudend feitenmateriaal te vertellen hoe verrot de maatschappij is, hoe zorgelijk de ontwikkelingen zijn en hoe onverbeterlijk de mensen zijn. Dat lijkt me niet het eigene en bijzondere aan deze verhalen en fantasieën. Dystopieën komen misschien wel voort uit een vergelijkbare pijn en woede als utopieën, maar wat valt erin te lezen? Wat is hun potentieel?

Bij een utopie wordt de lezer heen en weer geslingerd tussen de roes van het geluk dat voorgetoverd wordt en de gruwelen die impliciet zijn aan die idylle. Bovendien werpt een utopie een schril licht op de werkelijke toestand, al dan niet met humor gebracht. De irreële harmonie van de utopie toont de onmogelijkheid van vrede, geluk en recht en kritiseert de werkelijkheid. En lokt uit dat hij zijn hooggestemde meningen drastisch relativeert.

Bij een dystopie smult hij van de vervallenheid, slechtheid, smerigheid en levenslustige zwarte humor die door alles klinkt, maar zal hij gestoken worden door de gedachte dat een strijd voor alles wat niet gemeen, laag, wreed, lelijk en grof is altijd de moeite waard is, ook al wordt zo'n strijd niet altijd gewonnen. En waarom, net als bij de utopie: omdat de wereld geen boek is. Een dystopie wrijft de lezer de noodzaak van een strijd tegen lijden, onrecht, wreedheid en laagheid aan. En provoceert zijn geweten, zijn compassie en zijn wijsheid.

Zo blijken dystopie en utopie genetisch materiaal te delen. Het zijn zusjes. De minachting en haat tegen de wereld in de vorm van een schrikbeeld en de enthousiaste roes voor een ideale wereld zijn tegenstrijdige uitwerkingen van hetzelfde geestverruimende middel. Een middel waarzonder er van menselijk leven geen sprake kan zijn, valt te vrezen.

Mohammed, jouw utopische beeld van de groene vlag op het Torentje gaf een messcherp inzicht in de onmogelijkheid van je verlangens en de hevigheid van je verwarring en angst. Ik zou je willen vragen een dystopie te schrijven. Een schets van Nederland, ongered door de sharia, tot in het absurde verworden en verrot. Een wereld waarin moslims afgeschoten worden, Allah natuurrampen over het land uitstort en de allerslechtste Nederlanders een schrikbewind voeren. Apocalyptische beelden, veelzeggende visioenen, angst en wensbeelden die in elkaars staart bijten. Waarom vraag ik dat? Omdat ik denk dat hoe langer die dystopische fantasie duurt hoe meer je geloof in de utopie van het Kalifaat zal verkruimelen en hoe duidelijk het wordt waar jij van houdt in dit land, wat je de moeite waard acht in het leven, voor het behoud waarvan je wilt strijden ondanks de onmogelijkheid van een heilstaat op aarde.