Over het geweten

Scientists and humanists should consider together the possibility that the time has come for ethics to be removed temporarily from the hands of philosophers and biologicized.
E.O Wilson, 1975

Sommige filosofen en theologen geloven nog steeds dat ons geweten, dat onze moraal, dat onze ethiek, van hun is, van Plato en Aristoteles, van Augustinus en Thomas van Aquino, van Kinneging en Cliteur. Terwijl de wetenschap van Darwin tot De Waal leert dat ons geweten niet van filosofen maar aangeboren is.

In zijn Geografie van goed en kwaad betoogt de Leidse rechts(e)filosoof Andreas Kinneging dat het merkwaardig slecht gesteld is met de mens. In tegenstelling tot de andere schepselen is hij geneigd tot het kwade, hij wordt geboren met de erfzonde. Hij behoeft reiniging alvorens hij in staat is tot het goede. Die reiniging, dat schone geweten, komt bij Kinneging niet van Johannes de Doper maar van de klassieke en de christelijke filosofen.

Het rampzalige is dat de traditionele normen en waarden praktisch verdwenen zijn uit het bewustzijn van de meerderheid van de westerse bevolking. Sedert kort groeien generaties op zonder dat ze van de klassieke tradities noch van de christelijke iets meekrijgen. Zonder inner control, zonder geweten hebben de begeertes vrij spel. ‘Hoogmoed, hebzucht, wellust, toorn, gulzigheid, afgunst, onverschilligheid en hun talrijke kroost kunnen ongegeneerd worden botgevierd en tieren dan ook welig. De gevolgen zijn groot. Crimineel en onbehoorlijk gedrag neemt toe: moord, diefstal, gewelddadigheid, fraude, overspel, maar ook kwaadsprekerij, smaad, tiranniek gedrag, ongeïnteresseerdheid enzovoort. Sociabiliteit en altruïsme nemen af: welwillendheid, medelijden, zorg, hulp, bescherming, aandacht, respect, liefde.’

Hier heeft professor Kinneging misschien een punt, maar vervolgens schrijft hij de verderfelijke ontwikkeling toe aan het Verlichtingsdenken. ‘Het Verlichtingsdenken heeft de mens enerzijds bevrijd van de innerlijke morele censor, die volgens vroegere generaties nodig was om hem op het rechte pad te houden en zo beschaving, menselijkheid en vrijheid mogelijk te maken. Anderzijds heeft het hem een technisch instrumentarium aangemeten dat ongeëvenaard is in de geschiedenis. Het Verlichtingsdenken heeft de mens met andere woorden tot een ongekend zwaarbewapende barbaar gemaakt, een wezen dat alles beheerst behalve zichzelf.’ De Verlichting heeft God dood verklaard, daardoor zijn we van ons morele kompas ons geweten beroofd, terwijl we onze geneigdheid tot het kwade ontkennen. Ons heil moeten we niet langer zoeken in de moderne wetenschap maar in de leer van de klassieke filosofen. ‘De gedachte, recentelijk weer door velen geventileerd, dat onze beschaving op de Verlichting is gebaseerd, is een gotspe. Met de Verlichting begint juist de ondergang van de westerse beschaving, een proces waar wij middenin staan.’ Aldus professor Kinneging, je vraagt je af hoe iemand die voorzitter is van de conservatieve Edmund Burke Stichting en de moderne wetenschap zo openlijk afwijst, hoogleraar kan zijn aan de Leidse universiteit. Vorig jaar werd zijn boek Geografie van goed en kwaad bekroond met de Socrates-beker; even dacht ik dat dit ironisch bedoeld was, Socrates kreeg immers een gifbeker.

Paul Cliteur, hoogleraar in de Encyclopedie van de Rechtswetenschap aan de Universiteit Leiden, maakt zich ook grote zorgen over onze moraal. Als deze van God gegeven is, als wij ons in onze daden en politieke beslissingen laten leiden door de wil van God - Cliteur introduceert hiervoor de term: goddelijke beveltheorie - dan zijn er zoveel moralen als er godsdiensten zijn. De goddelijke beveltheorie die richtinggevend is voor de aanhangers van het jodendom, stuurt hen in een hele andere richting dan de goddelijke beveltheorieën van het christendom of van de islam. ‘Het staat iedereen vrij te geloven in heksen, elfen, feeën, zeemeerminnen, in de liefde, in de laatste zijnsgrond, het “Ganz Andere” en in “aliens”. Maar wanneer wereldleiders oorlogen beginnen op basis van berichten die zij menen te hebben ontvangen uit een andere wereld, dan heb je wel een serieus probleem.’ Geconfronteerd met de problemen waarvoor religieus fundamentalisme en terrorisme de samenleving stellen en met de filosofische ethiek als leidraad, gaat Cliteur op zoek naar een universele moraal die het kan stellen zonder fundering in de religie. Niet omdat religie niet belangrijk is maar juist omdat ze een enorme maar zeer uiteenlopende betekenis heeft in het leven van talloze mensen. Cliteur put rijkelijk uit de geschiedenis en de actualiteit, van de historische, religieus gesanctioneerde moord van Balthasar Gerards op Willem van Oranje tot de recente turbulenties rond de moord van Mohammed B. op Theo van Gogh, om het pleidooi te onderbouwen voor de scheiding van moraal en religie. Daarnaast schetst Cliteur de contouren en de noodzaak van een van religie bevrijde, autonome ethiek in de toekomst, die hij Moreel Esperanto doopt, tevens de titel van zijn boek. Hoe sympathiek zijn pleidooi ook mag klinken, de voortekenen zijn niet goed: het is met Esperanto als wereldtaal toch ook niets geworden.

Door een tegenstrijdigheid in de natuur heeft de Spaanse vlieg iets in zich dat als tegengif werkt voor haar eigen gif. Zo ook ontstaat in het geweten, tegelijk met het genoegen dat wij aan de zonde beleven, een daaraan tegengesteld ongenoegen dat ons kwelt met vele pijnlijke denkbeelden, of we nu wakker zijn of slapen. - Michel de Montaigne, 1580

Als Georgia bezoekers ziet aankomen vult zij haar mond met water en gaat tussen haar groep staan. Wanneer de bezoekers dicht genoeg bij zijn, sproeit Georgia ze nat tot grote pret van de andere chimpansees in Yerkes Field Station. Als Frans de Waal zelf nadert en naar Georgia roept: ‘ik heb je wel gezien’ dan laat Georgia een gedeelte van het water uit haar mond lopen en de rest drinkt ze op. Natuurlijk niet omdat ze Nederlands verstaat.

In Good Natured, the Origins of Right and Wrong in Humans and Other Animals vertelt Frans de Waal van Mai die op een goede dag de aandacht krijgt van alle chimpansees uit haar omgeving. Ze gaan om haar heen staan en wijzen naar haar achterste terwijl Mai de benen gespreid heeft en ook kijkt wat er komt. Atlanta, de beste vriendin van Mai, slaakt een luide kreet wanneer Mai's zoon geboren wordt en omhelst enkele van haar vriendinnen in de buurt. De dagen daarna zal Atlanta haar vriendin Mai vlooien en beschermen tegen mogelijke vechtpartijen met andere chimpansees in de groep.

In zijn meest recente boek, Primates and Philosphers, How Morality Evolved, beschrijft Frans de Waal een experiment waarvan de video ook op internet te zien is (www.100jaarNikoTinbergen.nl) Twee chimpansees moeten dezelfde taak verrichten maar de een krijgt daarvoor een pinda, de ander krijgt wat ze veel liever hebben: een druif. Spoedig blijkt dat degene die de pinda krijgt het niet eerlijk vindt en werk weigert. In een ander experiment moeten twee apen samen een zwaar voorwerp naar zich toetrekken om eten te bemachtigen. Iedere aap voor zich lukt dat niet, maar in goede harmonie slagen zij wél. Het is uiterst vermakelijk te zien hoe dat gaat. Als de ene aap geen honger meer heeft, moedigt de ander hem aan om te helpen zodat het eten toch weer beschikbaar komt, en ook dit werkt. In een minder vriendelijk experiment worden twee dieren naast elkaar in kooien geplaatst en krijgt de één een elektrische schok telkens als de ander gaat eten, dat wil de ander kennelijk niet op zijn geweten hebben en begint te vasten. Dit geldt niet alleen voor chimpansees, zelfs voor ratten.

Frans de Waal, door time uitgeroepen tot een van de honderd invloedrijkste personen, toont met zijn onderzoek van de afgelopen decennia aan dat chimpansees en andere apen de belangrijkste kenmerken bezitten van moreel gedrag; ten eerste: empathie en altruïsme, ten tweede: rechtvaardigheid en gemeenschapsgevoel. Daarmee zijn het geweten, de ethiek en de moraal niet langer het primaat van filosofen. Moreel gedrag is in de evolutie reeds lang geleden ontstaan, lang voordat er mensen waren. Charles Darwin beklemtoonde dit al in zijn Decent of Man: ‘Any animal whatever, endowed with well-marked social instincts, parential and filial affections being here included, would inevitably acquire a moral sense or conscience, as soon as its intellectual powers had become as well developed, or nearly as well developed, as in man.’ De Nijmeegse filosoof Chris Buskes had zijn Darwin wel gelezen en schreef Evolutionair denken, de invloed van Darwin op ons wereldbeeld, waarin hij onder andere een op de evolutiebiologie en de speltheorie gebaseerde beschrijving geeft van de oorsprong van de moraal. Hij kreeg dit jaar de prijs voor het beste filosofieboek en mocht, merkwaardige speling van het lot, de Socrates-beker uit handen van Andreas Kinneging in ontvangst nemen.

Het is met ons geweten als met onze taal, wij worden geboren met een basis grammatica en met een basismoraal. Hierop enten wij onze taal en ons geweten; geen wereldtaal maar onze eigen taal, geen moreel esperanto maar ons eigen geweten. Hoeveel van ons geweten aangeboren is en hoeveel aangeleerd, hoeveel nature hoeveel nurture, blijft voorlopig nog een van de boeiendste wetenschappelijke vragen in de evolutiebiologie.

Taal en moraal zijn beide in de loop van de evolutie ontstaan en de functie is volstrekt duidelijk: taal en moraal dragen bij aan ons overleven, ze zijn daarvoor zelfs onontbeerlijk. Naar mate onze cultuur zich verder ontwikkeld heeft, is ook ons geweten verder ontwikkeld en is er een hele piramide van moraal ontstaan. Wij voelen ons niet slechts verantwoordelijk voor ons eigen overleven en dat van onze naasten maar ook voor het overleven van onze soort. Tegenwoordig gloort er zelfs een gevoel van verantwoordelijkheid aan de horizon voor het leven op onze planeet. Zo spreken wij niet alleen van een persoonlijk geweten en een nationaal geweten, maar tegenwoordig zelfs van een mondiaal geweten.