Poëzie

sterven. sterven. sterven in velden in huizen
in koelwagens in buiken van voertuigen. sterven
in vliegtuigen in cellen op straat. alles loopt door
elkaar. vier in een cel, achtenvijftig in een koelwagen.
aan de overkant Dover. in ballonnen trillingen opvangen
van wat gezegd wordt. tijdens de overtocht knapt de
ballon. het schip was zo licht je zag een twee kringels
en dan niets meer. sommigen kapseisden of liepen op
rotsen of werden onderschept op radar. hoe licht ook
van de kust zichtbaar. de kustmensen knikten en zeiden
los liever op


1

stretchers in de straten
sirenes en stretchers


dode wolven
op Tavistock square

lispelen prozaïsch
don’t go out for your lunches

de oudste lijnen liggen boven
in Russel street reis je met de lift
om bij de sporen te komen


stretchers door de straten
sirenes en stretchers


en daarna:


stilte


de straten zijn leeg

2

tunnels en de rivier
rijen voor de bootdienst

’s avonds kunnen we met de boot terug


mijd de straat
waar de schrik toeslaat
of neem haar in strijdlustig

processies, parades en maskeraden

3

megasteden in de kustgebieden
in het binnenland trager

de rand van het land, de randen
van straten ophogen
om te behoeden voor de vloed
golven
grote
getijden
kruipen steeds verder
het land op


water door de straten
na Katerina een goede tsaar


de Augiusstal
schoongemaakt

een keer in de 20, 30 jaar

en daarna:


stilte

4

in dezelfde laag

botresten van Poolse krijgsgevangenen
en slachtoffers van Stalin
vermengd bij elkaar


getijden zijn eigenlijk
golven
met een heel lange periode
die door de oceanen heen bewegen

in antwoord op de krachten
van de zon en maan


er zijn mensen dood
mensen dood in de brand


het meeste van wat we weten
van de zee
weten we sinds de oorlog

5

getijden ontstaan
in de oceanen
en bewegen zich
naar de kusten

waar ze verschijnen
als regelmatige op- en
neergang
van het wateroppervlak

een zeer betrouwbare beweging


er zijn mensen dood
mensen dood in de brand

de brand brak uit
’t werd een oven
ver van de passagiershal