Rosanne van Klaverens interactieve verhalen

Rosanne van Klaveren is een van de eerste kunstenaars die met de mogelijkheden van het internet experimenteerde door een fictieve persoonlijkheid te creëren, maar ook door op een niet-lineaire manier te vertellen waarbij ze beeld en geluid combineert met flarden dagboek, en vormgeving met nep-bedrijfsteksten. Haar webprojecten groeiden uit tot experimenten met meerdere schrijvers. Van Klaveren schept telkens een kader waarbinnen het publiek wordt uitgenodigd bij te dragen aan haar projecten. Wat houdt dat in en hoe komt dat zo?

‘Rosanne van Klaveren (1973) is een jonge vrouw met duizend gezichten: de ene keer zien we haar met krullen omlijst gelaat achter een microfoon, een andere keer zien we haar als bergbeklimster, of als rugzaktoeriste omringd door sledehonden. Zoals een actrice ons kan laten geloven dat ze iedereen kan zijn, zo laat Van Klaveren ons geloven dat ze allerlei avonturen beleeft die ze ons via haar website laat zien, lezen en horen: “De zon schijnt maar het is niet te koud: de perfecte condities voor een lange wandeling. Laten we hopen dat dit mooie weer niet verandert want ik ben nog minstens twee of drie weken onderweg.”’

NRC-Handelsblad, 5 april 2002, ‘Walvissen op zolder’, Ine Poppe

In 2001 en 2002 maakte het alter ego van Rosanne van Klaveren een reis naar Groenland waarvan ze verslag deed op het internet. De echte Van Klaveren zat gewoon thuis in een rijtjeshuis in Brabant, waar ze destijds woonde met haar twee zonen. ‘Haar jongens’ zoals zij het noemt, kreeg ze voor haar twintigste. Op haar veertiende woonde ze in een kraakpand – van huis weggelopen compleet met een hanenkam. In 2007 is zij voor de derde keer getrouwd en heeft haar gezin een grote boerderij in België betrokken. Van Klaveren is een kunstenaar die niet alleen internetprojecten uitvoert maar ook exposeert, lesgeeft en sinds kort weer studeert.

Het verslag van haar virtuele reis naar Groenland volgde ik destijds op het web en ik vond het fascinerend. Ze publiceerde haar online feuilleton in delen en nam daarbij de reacties van bezoekers mee: ze kreeg reistips opgestuurd met plekken waar ze beslist heen moest gaan, maar ook gedichten en foto’s. Penvrienden meldden zich per e-mail, terwijl Rosanne op het web zocht naar achtergrondinformatie over Groenland: de weersomstandigheden, de bevolking en het landschap. Op de website waren walvisgeluiden te horen, gemanipuleerde en gevonden foto’s te zien: gletsjers, vissers, oude boten. Het beeldmateriaal stelde ze samen uit vakantiefoto’s en video’s van een verblijf in IJsland, Noorwegen en de Belgische Ardennen.

Een fragment van de virtuele reis, genaamd Journey to the North (vertaald uit het Engels): Op de veerboot naar Ilulissat werd ik opnieuw verliefd. Stig Nielsen is zijn naam; een Deense wetenschapper. Hij was degene die contact legde. Binnen vijf zinnen nodigde hij me uit bij hem thuis. Maar het was geen liefde op eerste gezicht, eerder het tegenovergestelde; ik was achterdochtig over zijn aanbod. Wat wilde die man van mij? Nadat we uren gepraat hadden over van alles en nog wat, kon ik mezelf niet meer voorstellen zonder hem. Hij weet zoveel over de geschiedenis en de natuur van Groenland, de bewoners en hun leven. Het is fijn de tijd door te brengen met iemand die je fascinaties deelt en het is nog fijner om iemand om je heen te hebben die zorgzaam is. Als het aan mij ligt zal deze bootreis eeuwig duren.

Rosanne van Klaveren: ‘Het is frappant dat zoveel mensen dachten dat ik echt in Groenland was, terwijl ik thuis op zolder zat. De muren had ik bekleed met nephouten behang en de ruimte zo ingericht als ik dacht dat een hut uit Groenland eruit zou kunnen zien. Met berenvel, een tafel, een speciaal kastje. Uit de media had ik natuurlijk een simplistisch beeld van Groenland. Al was ik er nooit en te nimmer geweest, het Noorden lonkte. Ik wist dat ik er ooit heen zou gaan, maar dat kon niet zomaar vanwege de jongens. Door alle reacties op de website, voelde het alsof ik er toch was. Het project bestaat uiteindelijk uit twee delen: een fictief deel Adventures of an Avatar en een werkelijk deel The Real Escapism, want ik ben uiteindelijk echt op Groenland geweest en heb daar ook verslag van gedaan.’

Als bezoeker ben je natuurlijk benieuwd naar het verschil tussen de echte en de fictieve reis. Van Klaveren concludeert zelf dat het er eigenlijk niet toe doet wat echt is en wat niet, ‘de som der delen is gelijk’ zegt ze, een zin waar ik nog lang over nadenk. Als fictief karakter heb je meer vrijheid, eeuwige gezondheid en geen verantwoordelijkheden. Ook kun je jezelf zo aantrekkelijk mogelijk presenteren: altijd goedgehumeurd en vrolijk, slim en knap. Voor het publiek maakt het blijkbaar niet zo veel uit of je iets echt onderneemt of niet; ook op haar echte reis kreeg Rosanne reacties en werd ze gevolgd door een trouwe schare fans.

Na de kunstacademie in Arnhem volgde ze de opleiding fotografie aan de Post-SintJoost in Breda. Rosanne behoorde tot de eerste generatie die mondjesmaat ‘nieuwe media’ onderwezen kreeg. Ze had al kennisgemaakt met fotografen als Vibeke Tandberg, Cindy Sherman; ook vrouwen die alternatieve persoonlijkheden creëren. En met de opkomst van het internet kwamen daar kunstenaressen bij die met virtuele karakters experimenteerden, zoals Debra Solomon (The_Living), Yvonne le Grand (Nara Zoyd) en Mouchette.

Van Klaveren studeerde in 1999 af met een project genaamd The Wentinck-pages waar zij voor het eerst haar avatar presenteerde. ‘Wie heeft Rosanne van Klaveren voor het laatst gezien?’- een oproep van een (fake) detectivebureau. Er wordt beschreven hoe een jonge vrouw haar twee kleuters voor het weekend naar haar moeder brengt en vervolgens verdwijnt. In afleveringen publiceert het detectivebureau informatie. Bijvoorbeeld de laatste boodschap op het antwoordapparaat van een vriendin: ‘Ik kan vandaag echt niet komen. Ehhh... jammer, hè?’ Er gebeurt vervolgens van alles, een bezoeker van de website stuurt een foto op, gemaakt in Diergaarde Blijdorp en ergens op de achtergrond is Rosanne te zien met een dokterstas. Die tas wordt later gevonden, wat zit daarin?

Destijds vroeg ik Rosanne waarom haar kopie net als zijzelf ‘Rosanne van Klaveren’ heet. Ze antwoordde: ‘Ik heb daar wel over getwijfeld. Die Rosanne was een deel van mezelf, werkelijkheid en fictie liepen door elkaar. In die tijd dat ik de Wentinck-pages maakte was ik niet daadwerkelijk verdwenen maar mezelf wel enigszins kwijt. Jong kinderen krijgen was een vlucht. Ik was nu bezig met een carrière en was verward, dat klopte met mijn kopie. Maar er ontstond een steeds groter verschil tussen mij en mijn kopie. We hebben ons als twee verschillende persoonlijkheden ontwikkeld met verschillende herinneringen en ervaringen.

Een supervrouw zoals Laura Croft wilde ik niet zijn, ik wilde gewoon zijn. Bovendien is het handig omdat je altijd jezelf bij de hand hebt voor foto- en filmmateriaal.’

aan: Rosanne van Klaveren
van: Ine Poppe
datum: oktober 2007

Ciao bella,

Over het stuk voor De Gids, het moet gaan over jouw werk en over een andere manier van verhalen vertellen. Ja, ja en dit alles in een groter kader: hoe jij het publiek bij je werk betrekt, hoe dat ontstaan is en hoe het publiek als medeauteurs fungeert, hoe andere artiesten werken met ‘publieksparticipatie’...

Ik hoop dat ik er allemaal aan toe kom. Maar om het proces inzichtelijk te maken voel ik me genoodzaakt het verhaal enigszins vanaf scratch te vertellen. Met een gevaar: het mag vooral geen opsomming worden van al jouw activiteiten! Je hebt echt veel te veel ondernomen na het stuk dat ik destijds over je geschreven heb, en het valt me zwaar te kiezen.

In het eerste gesprek dat we destijds in 2002 hadden, praatten we opgewonden over het hebben van meer ‘lichamen’. Hoe fijn het zou zijn kopieën van onszelf naar afspraken te sturen; het ging over dubbellevens, maar ook over hoe werkelijkheid en fictie elkaar beïnvloeden. In die tijd had de term ‘virtueel’ ook een andere betekenis dan nu. Destijds was het nog net een frisse term om een zekere ‘onlichamelijkheid’ aan te duiden, nu is het een afgesleten en misbruikt woord voor van alles dat met technologie te maken heeft.

Ik quote hier een stukje dat ik naar aanleiding van jou schreef: Nietzsche noemde de mens ooit ‘bastaard van plant en schim’. Een wezen, een tweespalt, dat duidelijk materieel maar ook onlichamelijk is. Het is blijkbaar het meest praktisch dat één lichaam één geest bezit. Maar het is maar de vraag hoe ‘lichaamsgezind’ die geest is.

Toen ik het terug las, herinnerde ik me dat de originele tekst langer was. Heb jou destijds wel een langere versie gestuurd maar kan die natuurlijk niet meer vinden. Het is vrij eigenaardig om een ‘niet- lichaamsgezinde’ geest te hebben, zou je dan heel erg dik worden of juist anorectisch? Of heel slechte tanden hebben?

Afijn dat vroeg ik me af, ga weer verder met het stukkie.

Zoen, Je Ine

Mijn eerste kennismaking met Rosanne was online en voor het nrc-stuk ontmoetten we in real life, zoals de gebruikelijke term is. We debatteerden over van alles wat ons op dat moment bezighield. Waarom raak je met de een wel bevriend en met de ander niet? In ons geval lag dat voor de hand: we deelden een interesse in de meer cryptische, soms donkere en ingewikkelde kant van technologische kunst.

We wandelden eens samen langs zee, lieten in een nieuwbouwwijk een hond uit en stopten een ontsnapt konijn in een hok. Ook gingen we naar exposities en telefoneerden urenlang.

We hielden zelfs een aantal keer een lezing, waarin we – naast ons eigen werk – kunst lieten zien die ons interesseerde (Stelarc, Joe Davis, Eduado Kac). We knalden een presentatie met filmpjes in elkaar waarin we een lijn trokken van robotica naar biotechnologie met als rode draad hoe ons handelen en denken verandert onder invloed van de hedendaagse technocratie. Rosanne vertelde dan begeesterd over hoe verhalen ook veranderen.

2002 12-11, Braintec, radio-interview door Francisco van Jole, Radio Online, Tros, Radio 1

‘We gaan het hebben over Braintec, een Amerikaans bedrijf dat onderzoek doet naar de opslag van menselijke herinneringen. Luistert u even goed mee, gaat u even dichter bij de radio zitten want het wordt een boeiend verhaal.

Via een implantaat in de hersenen worden de herinneringen doorgestuurd naar een kleine computer die als server fungeert. De opgeslagen herinneringen kunnen ook bij een andere drager van het implantaat worden afgespeeld. Wat houdt dat in? De ontvanger kan op die manier andermans herinneringen herbeleven. Ja, ik ben niet dronken ofzo. Nu, let op! De techniek erachter is nogal ingewikkeld en Braintec is volop aan het experimenteren om het systeem te verbeteren. Voor die experimenten maakt het bedrijf gebruik van proefpersonen en een van die personen is Rosanne van Klaveren. Zij is tijdelijk aanwezig uit Oregon waar de experimenten worden uitgevoerd. Op de website van Braintec doet zij uitgebreid verslag van haar ervaringen. Rosanne zit nu gelukkig veilig bij ons. Rosanne, goeie avond. Zonder al te technisch te worden. Hoe werkt het precies?’

‘We hebben twee soorten implantaten en eigenlijk werken ze allebei zoals zendertjes. Het kleine implantaat kan alleen doorzenden van die server die buiten het lichaam geplaatst is naar dat deel van de hersenen, de hypothalamus waar...’

‘Hohoho! dat is al veel te ingewikkeld. Ze zetten een apparaatje in je hoofd?’

‘Ja, in de linker slaapkwab.’

‘En die stuurt jouw gedachten naar een computer en die slaat dat op?’

‘Dat is alleen als je het grotere implantaat hebt, die kan allebei de kanten uitzenden. Het kleintje kan alleen herinneringen van andere mensen zenden.’

‘Heb jij de grote of de kleine?’

‘Ik heb de grote.’

‘Jij wordt dus, zeg maar leeggehaald?’

‘Nou nee hoor, het wordt gekopieerd, ik raak mijn herinneringen niet kwijt.’

‘Dus andere mensen kunnen jouw herinneringen zien?’

‘Ja, nou het is meer beleven eigenlijk: voelen, ruiken, weten.

Het komt hierop neer: je hebt twee groepen proefpersonen, de ene groep heeft een klein implantaat waardoor je alleen de herinneringen van anderen kunt herbeleven. De andere groep, waar ook ik toe behoor, heeft het grotere implantaat waardoor je dus ook kunt kopiëren uit de hersenen.’

‘Waarom heb je je daar in vredesnaam voor opgegeven?’

‘Ik kwam het tegen op het internet. Ze boden een enorm bedrag voor een proefpersoon en een gratis reis naar Portland.’

‘Oké. Ja, genoeg flauwekul nu. Dit is allemaal niet waar. Dit is kunst, wat je doet. Leg eens uit.’

‘Wat ik doe als kunstenaar is verhalen vertellen via internet. Wat ik aan internet interessant vind, is dat je verhalen kunt vertellen met meerdere mensen. Dus je kunt je wel degelijk als proefpersoon opgeven. Ik verzamel al die verhalen op de website en maak er een geheel van. Er staan dagboeken met belevenissen van proefpersonen online, maar Braintec is pas net begonnen dus er zijn nog veel proefpersonen nodig.’

De website van Braintec ziet er professioneel uit. De vormgeving herinnert aan kleurloze bedrijfsites. Foto’s plukte Van Klaveren van het internet of maakte ze zelf. Gekleed in een rood/wit mantelpakje wierf Van Klaveren proefpersonen, terwijl ze voor Braintec folders uitdeelde of een stand bemande. Ze stond op beurzen, in musea, maar gaf ook een lezing op een congres van hersenchirurgen. Er kwam na afloop een professor op haar af die vertelde dat hij in eerste instantie het verhaal over de implantaten geloofde en dacht: ‘Ach dat meisje is alleen maar proefpersoon en begrijpt niet helemaal hoe het werkt, daarom legt ze het wat onhandig uit.’

Rosanne vat het zelf als volgt samen: ‘Mensen lezen of luisteren slecht, dus vormen ze hetgeen waar ze mee geconfronteerd worden om tot iets acceptabels. Het is vooral de context waarin iets gebracht wordt, die iets geloofwaardig maakt. Kijk naar de Amerikaanse kunstenaarsgroep de Yes Men, die tijdens congressen de meest vreemde dingen doen en beweren. In eerste instantie heeft niemand door dat wat er gebeurt hoogst eigenaardig is.’

Al met al schreven dertien mensen fanatiek in hun fictieve dagboek over de belevenissen in Portland. Elke week verzamelde en coördineerde Van Klaveren deze avonturen: een behoorlijke klus. Proefpersonen reageerden in hun dagboek op elkaar. Zo schrijft Rebecca: Ik was hoe dan ook een beetje geïrriteerd toen Rosanne ons een tijdje in de hal liet wachten terwijl ze naar een boeket bloemen staarde dat naar haar gezonden was. Ze sprak met een vrouw met wie ze giechelde en las een kaart met haar. We wachtten zeker 10 minuten in de hal. Ik weet dat bloemen krijgen opwindend is, maar het leek me een beetje onprofessioneel om ons daar zo in de gang te laten wachten.

Rosanne is dan inmiddels verliefd geworden op een Japanse wetenschapper, maar vergeet Stig Nielsen uit Groenland niet. Haar fictieve reis door Groenland loopt over in dit project. Rosannes dagboek:

Iedere keer als ik Dr. Tachikawa zie, kijk ik net even te geïnteresseerd zijn kant op. Dat begint op te vallen. Als ik niet oppas word ik het onderwerp van de roddels. Zullen ze weten dat wij gisteren een etentje hadden? Dr. Tachikawa geeft er geen blijk van. Hij lijkt me zelfs te negeren. Als ik terugdenk aan het geknoei met de sla, schaam ik me. Waarom moest ik weer zoveel drinken? En waarom doe ik altijd zo raar als ik dronken ben? Logisch dat hij doet of er gisterenavond niets gebeurd is. Okay, qua seks is er ook niets gebeurd. Maar we hadden toch een fijne avond? Ik had het niet erg gevonden als het wel op seks uitgedraaid was. Het is al weer zo lang geleden. Bijna twee maanden inmiddels, want de laatste paar weken keken Stig en ik amper meer naar elkaar. Zal hij me missen? Ik hem gelukkig niet. Hij was mij veel te wisselvallig. Het ene moment een stoere Viking en het andere moment een huilend kind. Met die onstabiliteit kon ik niet uit de voeten. Een evenwichtig persoon zou een veel betere aanvulling op mijn karakter zijn. Zo iemand als Dr. Tachikawa bijvoorbeeld, met zijn optimisme en zijn charmes. Het zijn zijn kleding en zijn weloverwogen gedisciplineerde bewegingen die hem levenservaringen of wijsheid lijken toe te schrijven. Een welopgevoede man. Zijn humor is haast sadistisch en de blik in zijn ogen ook, terwijl zijn kinderlijke gegrinnik en kleinlijvigheid ontwapenen. Ik moet naar hem kijken als hij in de buurt is. Ik moet proberen zijn persoonlijkheid te doorgronden.

Rosanne werd uitgenodigd om op de Koninklijke Militaire Academie (kma) in Breda een tijdelijk kantoor in te richten. De cadetten in opleiding kregen studiepunten als ze aan het Braintec project meewerkten en hun herinneringen verwoordden. Toen het project voorbij was, wilde de kma niet dat deze informatie online bleef staan. Van Klaveren weigerde het weg te halen: ‘Dat ze toevallig een militair pakje dragen, maakt heus geen indruk op mij. Het is juist goed als het militaire apparaat transparanter wordt en kunst is daarvoor een uitstekend medium.’

Van Klaveren werd de afgelopen jaren veel gevraagd voor toegepaste projecten; over de kunst van het wandelen in Gelderland, het verzamelen van herinneringen van senioren, een zoektocht naar een nieuwe vogel in de Venen, maar ook de website ‘Verhalend Vathorst’ waar verhalen van de Amersfoortse bevolking werden verzameld over de geschiedenis van de vinexwijk Vathorst.

Een paar weken geleden kwam ik per toeval naast een boze artiest te zitten. De stoel waarop hij zat werd twee keer zo wiebelig van zijn gemopper: voor vrije kunst wordt er steeds minder geld vrijgemaakt, begon zijn betoog. ‘Kunstenaars moeten dansen aan de touwtjes van gemeenten en provincies; ambtenaren willen excuusartiesten om hun projectjes op te leuken, het liefst met zielige bevolkingsgroepen zoals bejaarden, buitenlanders of vinexbewoners.’

Het is inderdaad waar dat samenwerken met kunstenaars populair is als het gaat om de herinrichting van een wijk of een verandering in het landschap. De voorkeur gaat dan vaak uit naar kunstenaars die omwonenden hierbij betrekken, zie bijvoorbeeld projecten van kunstenaars als Jeanne van Heeswijk, rgbg (Martijn Engelbrecht) of Florentijn Hofman van Zirkus Zeppelin. Buurtbewoners worden bij projecten betrokken door middel van hun verhalen, ontwerpen of voorwerpen, waar de kunstenaars vervolgens iets nieuws mee maken, meestal drukwerk in de vorm van een boek, soms een website, een enkele keer een beeldhouwwerk of muurtableau.

Rosanne reageert als het onderwerp ter sprake komt: ‘Wat vergeten wordt bij “participatieprojecten” is dat de inhoud niet vanzelf komt. Er moet geënthousiasmeerd, gestimuleerd en begeleid worden. Dat kost erg veel tijd en vaak is die inspanning tijdelijk. Een website als “Beperkt Houdbaar” (van Sunny Bergman en Debbie Molenaar) behorende bij het gelijknamige televisieprogramma over de beautyindustrie, trekt veel verkeer. Als er meerdere platforms worden gebruikt zoals televisie en er veel spin-off is in andere media (Sunny zat in praatprogramma’s, veel bladen en kranten berichtten over haar documentaire en bijbehorende discussie) groeit vanzelf de aandacht en bereidheid om op de website te reageren.’

Rosanne heeft gelijk dat inhoud alleen wordt ingebracht als er geprikkeld wordt. Zelfs op een succesvolle website zoals ‘Beperkt Houdbaar’ waar de mogelijkheid werd geboden eigen filmpjes en foto’s te plaatsen, deed het publiek dit nauwelijks omdat dit facet niet voldoende werd gecommuniceerd. Hoe zit dat met toegepaste kunst? Rosanne: ‘Mijn toegepaste projecten, zeg maar opdrachten waar ik geld mee verdien, zijn anders dan mijn vrije werk. Het zou ideaal zijn als het vrije werk erin past maar dat is vaak niet zo. Dat toont de valkuilen van de kunstenaar in opdracht: je besteedt er veel meer tijd aan dan begroot is, het groeit boven je hoofd en levert onvoldoende inkomen op. Eigen projecten zijn makkelijker naar je hand te zetten. Bovendien kun je dan onderzoeken wat jezelf interesseert. Maar het is natuurlijk de kunst die opdrachten zo naar je hand te zetten dat het interessant wordt.’

Dagboek 24-11-2007. Ine Poppe

Rosanne en man Eddy kwamen dit weekend een nachtje logeren. We gingen met Sam en twee andere vrienden naar een optreden van Survival Research Laboratories in de haven tijdens het Robodock festival. Wat een deceptie. De groep machinekunstenaars die we ooit bewonderd hadden, leek stil te hebben gestaan alsof er sinds de jaren ’80 niets veranderd is! Nog steeds gingen machines (die an sich prachtig waren) elkaar te lijf, maar het werd veel te pretentieus gebracht. Veel machogebral en piemels omhoog zowaar met knallen en vuurwerk maar inhoudsloos, langdradig en slecht getimed. We kregen er allemaal een slecht humeur van.

De volgende dag reed ik met Rosanne en Eddy mee naar België, onderweg bezochten we een expositie in Gorinchem waar het project De Grote Treinreis van Rosanne te zien was. De Internetconnectie in het museum was erg slecht en het idee dat de bezoekers foto’s konden up-loaden werkte onvoldoende (ter plekke te maken voor een decor waarop een vertrekkende trein te zien was). Nou ja, kan gebeuren.

Eenmaal in België op de oude boerderij die Eddy en Rosanne bewonen, kreeg ik een rondleiding. Wat een oppervlakte bestrijken dat huis en de bijgebouwen, gelegen aan de rand van Hoegaarden. Er is een hal waarin je een voetbalwedstrijd zou kunnen houden met ook nog genoeg ruimte voor podia. Ik snap Rosannes fantasie wel wat ze hier allemaal in de toekomst zou kunnen doen. Voorlopig is het werken tegen het verval.

De zonen waren er ook en het werd heel gezellig. Ik had ze al geruime tijd niet gezien en genoot van hun verhalen over het verschil van een Belgische of Nederlandse middelbare school. ‘Je moet hier naast je tafel gaan staan als een leraar de klas binnenkomt,’ en ‘De jongens hebben bijna allemaal lang haar, dat is hier in de mode.’

De volgende dag maakten we een wandeling. Het was mooi weer, we liepen langs nukkige ezels, over glooiende heuvels, onder een rij bomen en het rook heerlijk.

Behalve verhalen verzinnen, wat Rosanne als kind al deed, speelt de drang om te reizen een grote rol. Aanvankelijk wilde Rosanne onderzoeken hoe ze een wereld kon scheppen waarin mensen kunnen participeren en ‘reizen’ bleken een uitstekend aanknopingspunt. De Grote Treinreis, waar bezoekers fictief kunnen meereizen met de Transsiberië Expres, was zo’n project. In het museum kun je met hoed, koffer en jas op de trein stappen. Een verkleedpartij en dan, klik, een foto nemen voor een fotowand. Het plaatje wordt ter plekke ge-upload naar de website en tegelijkertijd word je uitgenodigd mee te gaan schrijven aan reisverslagen, later thuis of alvast in het museum.

Rosanne: ‘In het Breda’s Museum waarvoor ik De Grote Treinreis gemaakt heb, was een grote groep vrijwilligers die het leuk vond om het publiek bij het project te betrekken. Een zevental bezoekers schreef fanatiek, net als bij Braintec eigenlijk: ze reageerden op elkaars avonturen. Net als bij een echte treinreis leer je sommige medepassagiers alleen van gezicht kennen, met anderen maak je een kort praatje en met een enkeling breng je veel tijd door.’

Rosanne studeert momenteel Culturele Studies aan de faculteit der Letteren aan de Katholieke Universiteit Leuven (kul).

Dat is veel theoretischer, vanwaar die behoefte?

Rosanne: ‘Ik doe dit nu een jaar en blijf natuurlijk kunstenaar. Mijn masterproef gaat over “suspension of disbelief in de immersieve mediakunst”.’

Leg eens uit.

‘Ik onderzoek de fysieke en de mediale werkelijkheidsbeleving in de mediakunsten. Dat klinkt ingewikkeld maar dat valt wel mee. Er zijn voor films en boeken diverse methoden bekend, methoden die de kijker of lezer een fictieve wereld inzuigen, óók op de momenten waarop het verhaal eigenlijk ongeloofwaardig wordt. Ik ben erg benieuwd hoe dat is voor dat type mediakunst waarin ook sprake is van een andere werkelijkheidsbeleving.’

Kun je een voorbeeld geven naar aanleiding van je eigen werk?

‘Jazeker, terwijl ik zogenaamd als proefpersoon in Portland was, werd ik verliefd op professor Tachikawa. Ik had een verhaallijn bedacht waarin het wat werd met ons tweeën, maar een van de proefpersonen genaamd Adrian gooide roet in het eten. Hij zette zelfs een tekeningetje online met een plattegrond van het café waarin Tachikawa met een andere dame intiem was. Ik las het en was enorm jaloers, niet gespeeld maar echt. Ik voelde het in mijn buik.’

Dagboek, Braintec. Proefpersoon Adrian, pagina 10:

We zagen Jessica en Tachikawa innig verstrengeld in een hoekje zitten achter een tafeltje met twee glazen en een fles champagne erop. Ik zag ook nog net een mapje liggen dat ik herkende als een envelop voor vliegtickets van een oosterse vliegtuigmaatschappij.

Dagboek, Braintec. Proefpersoon Rosanne, week 15-5:

Dit slaat werkelijk alles! Hoe halen ze het in hun hoofd? Ik ben echt woest, diep geraakt en er helemaal kapot van. Wacht, ik zal bij het begin beginnen.

Ik ben met Adrian wat gaan drinken in die tent van Elisa. Eigenlijk was ik veel te moe en wilde ik liever vroeg naar bed. Maar Adrian bleef aandringen en zei dat hij niet nog langer kon wachten...

Maar wat heeft je jaloezie te maken met het theoretische kader waar je het over hebt?

‘Suspension of disbelieve, letterlijk “uitstel van ongeloof”, heeft te maken met de beleving van een kunstwerk. Hoe werkt dat in een interactieve situatie waarin men zelf speler wordt? Ook daar komen gevoelens vrij, zoals de jaloezie die ik voelde bij Tachikawa, dat vind ik heel interessant.’

Een van de mooiste verhalen, in dit kader, die ik ken, is van Julian Dibbell, ‘A rape in cyberspace’, gepubliceerd in 1993. Hij beschrijft hoe hij in LamdaMoo, een virtuele gemeenschap die uit tekst bestaat, terecht komt. Er heeft net een groepsverkrachting plaatsgevonden en de spelers die erbij betrokken zijn, zijn totaal overstuur. Dibbell is allereerst alleen maar verbaasd en vertelt dan hoe hij er langzaam achter komt wat er precies gebeurd is. De kern van het verhaal is hoe betrokken de gebruikers van deze kunstmatige wereld zijn en hoe het spel een belangrijk en emotioneel deel van hun leven is geworden.

De theorie die Van Klaveren nu in haar studie behandelt, hoopt zij in de toekomst te combineren met haar kunstprojecten. Haar werk, waarin waarheid en werkelijkheid elkaar raken, leidt beslist naar nieuwe reizen. Graag reis ik met haar mee om erin opgezogen te worden: van het barre Noorden tot het herbeleven van een gevaarlijke herinnering, van een verre treinreis tot een onmogelijk bouwwerk in de (nu nog lege) schuur in Hoegaarden.


Foto’s collectie Rosanne van Klaveren.