Literair overleven

Afgelopen voorjaar vatte ik, geïnspireerd door de reacties van uitgevers, journalisten, schrijvers, literatuurwetenschappers en kritische auteursrechtenjuristen op een aantal lezingen dat ik gaf, het plan op een pamflet te schrijven. Een kort boekje dat als uitnodiging dienen kon om voor een algemeen publiek de gedachten te verzamelen en te delen over de vraag hoe het er nu voor staat met de literatuur.

Hoe verhouden zich de digitalisering van de cultuur en de nieuwe manieren van verspreiden en vermarkten tot het systeem van de boekenindustrie? Wat betekent dat voor de positie van de literaire uitgever en de literaire auteur? En wat betekent het nu wel en niet, dat de geletterde cultuur in de brede zin van het woord (literatuur inclusief geschiedschrijving, filosofie en essayistiek) aan culturele invloed verliest? En wat is er voor nodig daar iets tegenover te stellen? Het pamflet verscheen eind november 2008 bij uitgeverij Augustus.

In Nederland wordt over deze vragen wel degelijk door slimme en deskundige mensen nagedacht. Maar in kranten, tijdschriften, radio- en televisieprogramma’s hoor je er meestal alleen oppervlakkige en vluchtige verhaaltjes over. De badinerende toon (‘de klacht over de verderfelijke commercie en de vervlakking is zo oud als de literatuur zelf, haha’) staat tegenover een met gemakzuchtige kreten geventileerd cultuurpessimisme. Niks aan de hand, afgewisseld met verbitterd gemopper. Dat is beschamend en armoedig. Daarvoor is het een te belangrijk onderwerp.

Ik heb Arie Altena (literatuurwetenschapper, docent nieuwe media en essayist), Laurens van Krevelen (oud-uitgever) en René van Stipriaan (letterkundige, schrijver en hoofdredacteur van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren) gevraagd een eerste reactie te geven op het pamflet Literair overleven. Ieder vanuit hun eigen invalshoek en aandachtsgebied geven ze aanvullingen en zetten ze nieuwe lijnen uit waarlangs het debat kan worden gevoerd. Daarvoor is De Gids een van de podia.