Elke stap is een stap omhoog, het zijn goede bergbeklimmers, maar
zodra ze gaan liggen moeten ze oppassen dat ze niet naar beneden
rollen. Als ze slapen doen ze dat staande loodrecht op de lijnen van
de zwaartekracht en als ze vrijen moeten ze zichzelf blijvend in de
gaten houden. Dan hebben wij het in ons vlakke Nederland toch een
stuk makkelijker. We kunnen liggen waar we maar willen en de beste
plekken om te gaan liggen met z’n tweeën zijn niet de weilanden
met hun verre zichtbaarheid, noch de bermen met hun drukte, maar
de bossen, de stille bossen, waar nooit iemand komt.
En dan heb ik weer medelijden met de mensen in het Westen,
want daar zijn geen bossen en ook het vele water nodigt niet uit tot
intimiteit. Nee, als je vrijen wilt en daarbij niet gezien worden kun
je het beste in de Gelderse Vallei wonen of in de schaduw van de Hondsrug.
Willy en ik hebben een en ander, zoals u heeft kunnen lezen, al
uitvoerig doorgenomen. Uitgangspunt is: wij willen niet gezien
worden.
Een probleem daarbij is toch de auto. Een auto aan de bosrand
betekent: er is iemand in dit bos. Anderzijds: het blijft toch altijd een
fantastisch vervoermiddel. Hij brengt je waarheen je wilt. En snel.
Ik ben wel ’s op de fiets gegaan, maar zo’n hele Hondsrug, dat doe
je ook niet gauw een tweede keer.