Zit

Zo stil dat zelfs de mier die kruimeldief ?
te horen is. Ze ziet,

de ogen dicht, hoe hart en longen
arm een voet hoe bijna heel het lijf retour
verdwijnen moet in een omvangrijk niets waarmee
een baarmoeder zich vult terwijl zij zitten blijft

met een hard hoofd dat maar niet wil. Zou ze
bestaan voor een futiel rumoer, een aarzelende
kuch? Ze zit daar stom, haar hoofd in één lijn met de rug
en vouwt de handen tot een bedelkom

met lucht, fixeert de hals en haalt
de wiebel uit haar kont; het is maar
pijn die aan het lichaam wrikt.