Als de trein vertrekt I & II

door Rogi Wieg

Als de trein vertrekt I

Noch mijn poëzie, noch
mijn proza, noch mijn
tekeningen en schilderijen, noch
mijn muziek zijn oefeningen
in talentvolle gekte. En ook wel.

Ik lieg dat ik barst in
mijn werk, maar pas
gebarsten ben ik correct
en lieg ik weer om nóg
correcter te zijn.
Er is een tekort aan waarheid:
altijd als de trein vertrekt
zie ik twee lichten schijnen.
Het blauwe is mijn blues.
Het rode is mijn ziel.*

Hoe dit gedicht nu verder
gaan moet, weet ik niet.
Ik zou zeggen: ‘Maak het zelf maar af. En
maak er dan geen potje van.
Dat zou ik ook niet doen.
Stelletje gekken!’


Als de trein vertrekt II

Noch mijn poëzie, noch
mijn proza, noch mijn
tekeningen en schilderijen, noch
mijn muziek zijn oefeningen
in talentvolle gekte. En ook wel.

Ik lieg dat ik barst in
mijn werk, maar pas
gebarsten ben ik correct
en lieg ik weer om nóg
correcter te zijn.
Er is een tekort aan waarheid:
altijd als de trein vertrekt
zie ik twee lichten schijnen.
Het blauwe is mijn blues.
Het rode is mijn ziel.*

Hoe dit gedicht nu verder
gaan moet, weet ik niet.
Ik zou zeggen: ‘Maak het zelf maar af. En
maak er dan geen potje van.
Dat zou ik ook niet doen.
Stelletje gekken!’

Nee, dit is misschien geen optie voor een dichter.
Ik moet zelf het einde breien als een zwarte nachttrui.
Ik zie twee lichten schijnen.
Het blauwe is mijn hoofdslagader in mijn linkerpols.
Het rode is mijn bloed.


*De laatste vier regels van dit couplet vormen een bewerking van mij van een stukje tekst van bluesmuzikant Robert Johnson uit zijn nummer ‘Love In Vain’. Johnson nam dit nummer in 1937 in twee versies op. Daarna maakte hij nooit meer een opname van ‘Love In Vain’.