Negen bedenkingen bij het verschijnsel horizon

I. Holland

1 november 2011 was een zonnige dag. Voor de middag reed ik met een intercitytrein van Amsterdam naar Antwerpen. Richting zuid dus, zittende aan de oostkant, met veel tegenlicht. Het landschap draaide voorbij. In de voorgrond gaat het snel, de verre achtergrond bleef er rustig bij. Het is alsof het landschap een gigantische draaiende fono-plaat is met de treinreizigers aan de buitenste rand. Ik zag de bomen langs de spoorlijn voorbijflitsen, en verder de koeien, beken en gebouwen, en nog verder het silhouet van Holland. Met een kerktoren hier en daar en ook molens. Ik maakte tientallen foto’s. Met meer of minder lucht en in evenredigheid minder of meer grond. Soms werd ik overstraald door het zonlicht, maar steeds was er die vibrerende diepte.

Holland ken ik als het land van de horizon. De urbanisatie is er anders dan in Vlaanderen bijvoorbeeld, met zijn lintbebouwing. De openheid van Nederland geeft diepte aan het landschap. Het land is plat en nat. Er is enige hoogte nodig om het te overzien. Zo komt het dat men de neiging heeft om hoge torens te bouwen (in bergachtige landen zijn die belachelijk). Ze zijn nodig om de weg te vinden in zo veel rechtlijnigheid.

II. Scheef

De scheve horizon is een typisch fotoverschijnsel. Het betekent dat de afgebeelde horizon niet evenwijdig loopt met de rechte rand van het beeld. Dat werkt op de zenuwen. Kijkers ervaren een scheve horizon als fout. Het is een afwijking die refereert naar dronkenschap of slordigheid. In fotohandboeken lezen we hoe we die horizon haaks kunnen maken.

Bij de gewone – niet-fotografische – waarneming ligt de horizon altijd haaks, horizontaal, recht. Zelfs als we ons hoofd scheef houden. Hersenen corrigeren scheefheid. Maar onze hersenen hebben nog geen ingebouwd Photoshop. Ze corrigeren de foto niet.

Ik kan me nauwelijks schilderijen of niet-fotografische afbeeldingen voor de geest halen met een scheve horizon. Het is iets van foto’s. Het is ook iets van amateurs. De oudere amateurtoestellen hadden een troebele zoeker. Ik herinner me hoe men een foto maakte met de doosvormige camera voor de buik en hoe een klein zoekertje een spiegelend beeld toonde. Het was schier onmogelijk om zo een haakse foto te maken. Maar ook in deze tijd, waarin veelvuldig gefotografeerd wordt met mobiele telefoons of lichte digitale camera’s, is scheefheid eerder regel dan uitzondering. Zo komt het dat deze foto’s steeds minder als fout worden ervaren. De amateurfotografie wijzigt onze relatie met de horizon. Hij wordt er schever van.

III. Madagaskar

Twaalf mannen in een landschap. Vijf statieven. Dit is Madagaskar. De zon zit hoog en de fotograaf nam een laag standpunt in. Het is prachtig om in adembenemende natuurgebieden metingen uit te voeren, vooral als er goedkope inlanders zijn om het zware gerief naar het hoge plateau te sjouwen.

Metingen hebben te maken met geometrische figuren: de cirkel, de driehoek en vooral ook de rechte lijn. De instrumenten op de statieven zijn horizontaal, waterpas. De imaginaire lijnen die ze maken zijn als een nieuwe meetkundige horizon. Zo realiseren ze een droom. De droom van de overzichtelijkheid.

De foto toont een overzicht van de werkzaamheden. De opname werd gemaakt met een eenvoudig objectief. Niettegenstaande het vele hoge licht is de scherpte matig. Het hoge gras in de voorgrond en zelfs de mannen zijn van een donzige onscherpte. Het objectief geeft de elementen in de diepte nog het scherpst weer. Het zijn de heuvels in de verte. In dit landschap is de ultieme vlakke horizon onzichtbaar, hij zit verscholen achter de kromme einders. Het is misschien daarom dat deze heren op zoek zijn naar de betrouwbare meetkundige horizontale rechte.

IV. Troost

Mensen die verdriet hebben kijken in de verte. Dromende schoolkinderen kijken uit het venster naar de wolken. Daar is een goede reden voor. Als men de blik richt op oneindig dan moeten de oogspieren minder moeite doen. De lens in het oog is dan het meest ontspannen.

Er is meer. In de verte zijn de dingen kleiner. Daar zijn de problemen minder zichtbaar. Verderaf. De verte brengt troost. De zee, de hoge toppen van de bergen, de plaatsen met vergezichten zijn plaatsen van troost. Het is zelfs niet nodig dat de horizon scherp is. Misschien is het zelfs beter. Hij is zachter dan.

Toch hebben foto’s van een weids landschap en een verre horizon niet datzelfde effect. Zelfs een foto van een eindeloze zee blijft een foto. Iets van dichtbij. Zelfs een foto van twintig vierkante meter blijft een foto. Fotografie is gehandicapt bij de weergave van grootse dingen. Fotografie is het medium van de intimiteit. Een foto van de handpalm kan een interessanter beeld opleveren dan die van de Stille Oceaan. Want die oceaan wordt door de foto altijd verkleind, terwijl de handpalm – zelfs letterlijk – wordt vergroot. De foto’s van eindeloze landschappen zullen onze ogen niet ontspannen. Tenzij de foto – en dat kan hij – herinneringen opwekt, zodat het niet zozeer de foto is die men ziet als wel de impressie uit een andere tijd.

V. Het meisje en haar infini

Er bestaat ook een soort anti-horizonbeweging. Professionele fotografen doen vaak veel moeite om de horizon weg te toveren. De horizon in de studio is de rand van de vloer. Ze camoufleren die met een kamerbrede band papier die in een zachte bocht van aan het plafond tot voor de voeten van de fotograaf loopt. Het model staat erop. Deze constructie noemt men een ‘infini’.

Het maakt de foto minder aards. Hij is dan minder aan de grond of aan een landschap gebonden. Het is een middel om meer aandacht te besteden aan het onderwerp en minder aan de omgeving. De papierrollen maken deel uit van de infrastructuur van zowat alle fotostudio’s. Ze zijn te krijgen in vele kleuren, maar vakbekwame fotografen kunnen ze met een goed uitgebalanceerde belichting ook alle kleuren geven. Zo kan wit papier zwart lijken en roze op den duur zelfs blauw.

Het wegwerken van de horizon is een gekunstelde manier van werken. Het maakt de foto eenvoudiger, weg van de natuur, los van het anekdotische, in de richting van het professionele. Deze manier van doen wordt bijvoorbeeld gebruikt bij modefoto’s, maar zeker ook bij productfoto’s.

Het meisje houdt de schouderdoek open en presenteert zo haar naakte lichaam. Haar armen vormen een diagonaal in beeld. Het licht komt van rechts en tekent haar schaduw op de achtergrond. Ze kijkt niet in het objectief, maar naar een hoger punt. De achtergrond is een smalle infini. Het is geen gladde rol papier, maar een doek. Komt daarbij dat de doek (een groot laken blijkbaar) gestreken is, en dat de plooien bij het zijdelingse licht sterk geaccentueerd werden. De doek is dun, hij ligt gekreukeld onder haar voeten. Toch is deze doek in staat de horizon weg te werken en het meisje een gekunstelde zachte omgeving te geven. Een beetje amateuristisch en daardoor eigenlijk ook intiem.

Ik kocht de foto in Parijs bij een antiquair die vooral blote foto’s te koop aanbiedt. Het zijn meestal oude amateurbeelden. De zaakvoerder kocht ze op rommelmarkten of bij andere antiquairs waar foto’s zoals deze als bladwijzer gebruikt werden. Het zijn afbeeldingen waarbij de amateur professionele technieken gebruikt, maar dan op amateuristische wijze.

VI. Een historische definitie

‘Evenwijdige lijnen zijn lijnen die elkaar snijden in het oneindige.’


VII
. De uitstraling

De fotograaf kan de horizon op elke hoogte in beeld zetten. Dat is niet altijd opvallend, maar het is wel ingrijpend voor wat – bewust of onbewust – het effect zal zijn. Er zijn heel wat theorieën over. De meest voor de hand liggende is deze waarbij een lage horizon het onderwerp verheerlijkt en een hoge horizon het onderwerp letterlijk en figuurlijk van bovenuit bekijkt. Men spreekt dan van kikvors- en vogelperspectief. Maar zoals dat gaat bij interpretaties: elke foto is een uitzondering.

De fotograaf heeft veel mogelijkheden om zijn ‘werkelijkheid’ te creëren. Hij zal een moment uit de tijd knippen en zijn onderwerp inkaderen. Hij knipt een rechthoekig stuk uit zijn omgeving samengedrukt in slechts twee dimensies. Zo kan elk onderwerp op eindeloos veel manieren ingekaderd worden. Telkens heeft het zijn gevolgen voor de hoogte van de reële of imaginaire horizon. De hoogte van de horizon wordt mede bepaald door de hoogte van de camera, maar meer nog door de inclinatie van dat toestel.

Het kan mooi zijn om een klein meisje vanuit een zeer laag standpunt te fotograferen en haar zo ‘groter’ te maken. In dit geval heeft de fotograaf zich diep gebukt, zat hij op zijn knieën of lag hij op zijn buik. Deze geste getuigt van enige kindvriendelijkheid. Een ander standpunt is dit waarbij de fotograaf gewoon vanaf zijn eigen ooghoogte neerkijkt op het kind en zo een nogal realistisch standpunt weergeeft: de herkenbare relatie volwassene-kind. Maar een foto is meer dan dat. Er is ook het licht, de manier van kijken, de elementen in de achtergrond, en de duizenden elementen die de kijker ziet en interpreteert. De hoogte van de horizon in beeld is slechts een van de elementen die de uitstraling van de foto zullen bepalen.

VIII. Groot en klein

Jaren geleden kocht ik een merkwaardige stereofoto. Er staat een dame op afgebeeld. Ze poseert met de linkerhand aan haar sjaal, kijkend naar de fotograaf. Deze foto zou niet opvallend zijn, ware het niet dat er naast haar (tegen haar aan op de linkse foto) een klein meisje te zien is. Dat meisje is scherp in beeld, waardoor het lijkt of ze een minimensje is, een sprookjesachtig wezen met een opwapperende rok. Boven het kleine meisje is er – onzichtbaar haast – de horizon.

De foto’s zijn gemaakt om te bekijken in een stereokijker. Voor elk oog is er een foto. De opnamen werden tegelijk gemaakt met een stereofototoestel, waarbij het ene objectief naast het andere staat. De afstand tussen deze objectieven is dezelfde als de afstand tussen de ogen van een volwassene. In die kijker zien we dat het meisje ver achter de vrouw staat, maar zonder deze kijker lijkt het alsof het kleine meisje niet zozeer ver weg is als wel klein.

Stereofotografie en het zogenaamde 3d moeten het hebben van de relatie tussen dichtbij en verder af. Zo wordt het perspectief geaccentueerd. Maar de diepte, de horizon, is daarbij een constante. Als mensen draaierig worden bij 3d-films heeft dat vooral te maken met een gebrek aan die constante. De horizon is bij de beeldvorming eigenlijk een stabiliteitsfactor. De horizon is gelieerd aan onze manier van bestaan, de wetenschap dat we ons op deze planeet bevinden, dat de grond en de zwaartekracht een basis-aanvoelen zijn. Want kijken gebeurt niet alleen met onze ogen, het is een bewustzijnsproces dat gestuurd wordt in onze hersenen en deel uitmaakt van ons gehele zijn.

IX. De bergen

In 1859 publiceerde Adolphe Braun (Besançon 1812 – Dornach 1877) een fotoalbum met pittoreske landschappen. Napoleon iii vond dat in die mate prachtig dat hij de fotograaf toestond om zich voor de rest van zijn leven ‘photographe de l’Empereur’ te noemen.

Om de berglandschappen (in de Elzas) te verlevendigen liet hij er vier mensen in poseren. Drie mannen en een vrouw. Ze waren donker gekleed en namen elegante poses aan. Het contrasteerde met de sneeuw en tegelijk gaf het mensenmaat aan het landschap.

De foto uit deze reeks is verticaal en toont geen horizon. Dat is typisch voor berglandschappen. De sterke lijnen in dit beeld lopen ook verticaal. Het is een foto die een opwaartse beweging insinueert, eigenlijk is dit de essentie van het bergbeklimmen: de drang naar hoger, de drang naar het ultieme vergezicht, de weidsheid, de verte, en misschien ook de horizon.

Deze oude foto is een van mijn lievelingsbeelden. Hij toont kleine mannetjes en hun drang.