Kraaienpootjes aan de verkeerde kant van het oog

Deze tekst werd geschreven naar aanleiding van de website Een Zeker Iemand.

Een Zeker Iemand is de virtuele tentoonstellingsruimte waarin de tekstuele werken te zien zijn die zijn gemaakt tijdens de workshop die Annelein Pompe en Caroline Ruijgrok gaven op de afdeling Beeld en Taal van de Gerrit Rietveld Academie. In deze workshop werd een klassieke opstelling geënsceneerd: een naaktmodel in het midden, een cirkel tafels eromheen met daarop kladblokken en potloden. Maar in plaats van te tekenen, werd de studenten gevraagd het model zo objectief mogelijk naar de waarneming te beschrijven.

Elke tekst werd zo een schets, een geschreven portret, en vaak ook meer dan dat. Visuele details en kenmerken van het model vormden aanleiding tot de ontwikkeling van een fictief personage. Ook nodigde de situatie sommige studenten uit tot reflecties op het kijken zelf. Elk werk werd zo op zijn eigen manier een benadering van een zeker iemand. De hele verzameling is te bezoeken op de-gids.nl/een-zeker-iemand/.

De man draagt een vol hoofd, met een zwaar gezicht en langgerekte, vlezige oorlellen waar plukjes haar, heel donkergrijs, overheen vallen tot halverwege de oorschelp. Een gemiddeld voorhoofd, waarmee ik bedoel niet uitzonderlijk hoog of laag, maar wel met een merkwaardige verdikking naar de wenkbrauwen toe die nog niet de wenkbrauw zelf is; een soort heel lichte opgezwollen reep boven de ogen die uiteindelijk inderdaad richting twee wenkbrauwen gaat. Twee slordige, terloopse wenkbrauwen. Er lijkt te veel huid te zijn daar waar de wenkbrauw een neus wordt. Er zijn zijwaartse plooien ontstaan, kraaienpootjes aan de verkeerde kant van het oog, kraaienpoten die over de neusbrug lopen. De wimpers zijn zeer licht van kleur of zijn afwezig. Paarse, stevige neusvleugels met een wit waas, ofwel: glans die over de grote poriën heen gelegd lijkt te zijn. Twee reepjes als lippen die een verloop hebben van vleeskleur naar wat paarser mondinwaarts. Geen baardgroei maar schraalgroei, niet per se oncharmant, niet zo schurfterig als het woord klinkt, maar het is schraal daar waar baard hoort. Schaduw achter de oorlel, dus het licht komt van schuin boven. Kleine kralen als ogen in een zeekleur, loodgrijs, met een schittering van zilverstift, omsloten door oogleden van warm gewreven bijenwas die met de minuten langzaam smelten. Alsof hij vette tranen huilt terwijl zijn mond gehoorzaam lacht. Alsof hij langzaam vet regent en de plas op de grond aanvult zodra hij het lokaal verlaat. Of misschien begint hij juist pas te smelten zodra hij is vertrokken. Hij brandt op als een kaars tot we alleen nog weten waarvan hij gemaakt was en waar hij stond; twee eilanden van bijenwas waar zijn voeten stonden, in het westen van het lokaal. Als de man een ruïne is, hoe trek ik zijn muren dan weer omhoog? Ludwig was zijn naam in het klaslokaal, maar zodra hij de gang op liep en het pand verliet heette hij Dries. Nu hij daar is, waarvan ik niet weet waar daar is, ben ik hem Siem gaan noemen. Over een paar dagen heet hij Cornelis. Wat voor waarneming is een herinnering? Hoe ouder de herinnering hoe meer hij spiegelt. Ik ben hem kwijtgeraakt in de aanwezigen, in de twee meisjes die gehurkt in een deuropening hun sigaretten rookten, in de vacht van de miereneters en de jongen die mijn haar invlocht. Hoe zeef ik de herinnering tot een waarneming die weer zuiver wordt? Hoeveel tijd moet iemand aanwezig zijn om je hem in afwezigheid zuiver te herinneren? Cornelis, je bent anderen geweest de laatste dagen, maar vandaag hoorde ik weer wie je was op het moment dat de buurvouw haar kat riep. Ik heb haar dit vaker horen doen. Ze fluit dan van hoog naar laag en precies in die klank vond ik je terug, in die treurig gestemde toon die de wind zelf lijkt te zijn, een toon die verwaait en ijzig is, een toon waarop ik jou gehoorzaam achter een boom vandaan zie komen waar je een tijdje heel vreemd maar onopgemerkt in je blootje stond. ‘Oké,’ zou je dan zachtjes zeggen. ‘Oké, ik heb je gehoord en ik kom mee naar binnen en ga daar in mijn blootje aan de keukentafel zitten, dan drinken we melk.’