BVDB

OSTINATO! Ik heb het boek (van Paul Goma, een Frans-Roemeense schrijver) nooit gelezen, het alleen in de etalage zien liggen bij de boekwinkel om de hoek, maar de titel zoals die mij in inktzwarte kapitalen vanaf het omslag tegemoet schreeuwde was me uit het hart gegrepen. Als ik ooit een boek schrijf, dacht ik, noem ik het precies zo – zo goed drukte dat woord anno 1974 uit wat mij bezielde. De officiële betekenis (iets met ‘eigenzinnig’ en, in de klassieke muziek, ‘repeterend’, kortom: ‘hardnekkig’) heb ik destijds niet opgezocht, nergens voor nodig: zoals het er stond klonk het immers luid en duidelijk als ‘objection!’, ‘aktie!’, ‘nunca mas!’, ‘rock ‘n roll!’, en kon als zodanig in elke willekeurige demonstratie – hoe willekeuriger hoe beter, wat mij betreft – op een bord of spandoek worden meegedragen.


En elke keer dat ik die titel zag werd ik er weer vrolijk van, zoals ik ook altijd vrolijk werd (en nog) van Al Pacino die als bankrover in Dog Day Afternoon de achter de dranghekken verzamelde menigte opjuinde door, refererend aan de historische opstand in de gelijknamige gevangenis, heel hard ‘Attica!’ te scanderen, ‘At-ti-ca! At-ti-ca!’ Het sloeg in zekere zin nergens op, maar drukte in al zijn uitzinnigheid wel precies uit wat dat moment aan opstandigheid, opwinding en algeheel bevrijdende gekte in zich had. Of, net zoiets, en ook zeer opwekkend, dichter bij huis, eind jaren zestig, de actiegroep ‘Loze kreet’ – woorden die de toenmalige rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam in de mond had genomen om de eis van medezeggenschap van de studenten mee te diskwalificeren – en aldus als een boemerang terugkwamen, niet alleen bij hem maar bij alle gezagsdragers, bij het gezag zelf.


Juist in deze tijd waarin iedereen zijn eigen gezag zegt te zijn en niemand zich meer iets laat zeggen kan ik het ontzettend missen: de bevlogen onzinnigheid en dada-achtige kwaliteit van het loze protest: het verzet óm het verzet, gericht niet tegen het een of ander maar zomaar in het algemeen, wild verzet, ‘without a cause’ maar met de meest verstrekkende gevolgen soms, existentieel, zo u wilt, als houding en persoonlijke code, tegen alles (tot aan de Hoogste Instanties aan toe) wat je maar beklemt of kleineert of ergens op vast wil pinnen. Iets wat je ooit zou hebben gezegd of gedaan. Wie je geacht wordt te zijn of niet te zijn. Hoe de wereld ‘nu eenmaal in elkaar steekt’. Al die dingen waar je je maar aan te houden hebt. Een letterlijk subversief want alles op zijn kop zettend ‘nee!’, dát was het antwoord – niet als tegendeel of ontkenning van ‘ja’, maar juist als (vingerknippend, hoofdknikkend, heupschuddendd, voetstampend) ultieme bevestiging daarvan: ‘Yes! Yes!’


Ongeremd lyrisch, verdomd onpraktisch, gedreven door een roekeloos soort onschuld, liederlijk inconsequent en radicaal subjectief, maar wel enorm opluchtend en bewustzijnsverruimend, deze freestyle vorm van protest waarbij de ziel gebald als een vuist omhoog wordt gestoken en het hart al dansend doorgestart. Kortom, niet het woord bij de daad, maar als de daad zelf: de ‘shout in the street’ die volgens James Joyce God nu is – een poëtische daad waarmee de dader tegelijk zichzelf en de wereld overwint. Een weldaad.