Gedachten op de crosstrainer

Op mijn favoriete crosstrainer keek ik onlangs naar een realityshow over aquariumbouwers. Een vrouw vroeg hen om een aquarium dat op haar leek, een aquarium als zelfportret. Wat ze daarbij in gedachte had, was niet meteen duidelijk. Ze was mollig en ging gehuld in een wijde bloemetjesjurk, maar een mollig aquarium in een wijde bloemetjesjurk zal ze niet bedoeld hebben. Ook kon ik me niet voorstellen dat ze zichzelf als een aquarium met kwallen of piranha's zag. Haar zelfportret moest een ideaal zelfportret worden, een aquarium zonder smet of sombere gedachten, een aquarium dat bruiste van enthousiasme, vol vrolijke vissen en wuivend wier – ze kon niet kon wachten tot de twee mannen klaar waren en haar in een aquarium hadden uitgedrukt, en eerlijk gezegd kon ook ik niet wachten, ik was er bijna langer voor gaan trainen.

Ik keek om me heen en vroeg me af of het ieders wens zou zijn zich uitgedrukt te zien. Als je daarvoor zelfs aquaria aangrijpt, moet dat verlangen wel diep zitten. Naast mij zag ik ook anderen op crosstrainers trainen. Er zijn ongetwijfeld lezers die niet weten wat een crosstrainer is, dus wil ik voor de gelegenheid wel even uitleggen welke handeling je met een crosstrainer kunt verrichten. Beurtelings rechts en links trap je reuzenpedalen omlaag, met je armen trek je tegelijk aan staande staven die gedwee meebewegen. Misschien dat die beweging in de ogen van sommigen nog enige gratie heeft vanwege de op elkaar afgestemde ritmes van armen en benen, één met die van het apparaat als in een futuristische natte droom, maar mij doet zo'n exercitie eerder denken aan de nachtmerrie van marcherende bejaarden met lichtgewicht wandelstokken: iets vliegt daarbij uit de bocht. Liever zie ik mezelf niet uit de bocht vliegen, dus vermijd ik crosstrainers die voor een spiegelwand staan. Als het een beetje meezit, lukt het me dan mezelf al trappende en trekkende helemaal te vergeten.

In mijn fitness zijn de meeste apparaten voor een spiegel geplaatst: behalve crosstrainers loopbanden en fietsen die nooit vooruit komen. Dat is ook gebruikelijk, je ziet het bij elke fitness, apparaten en spiegel onderhouden een nauw verbond. Er is een grote behoefte jezelf te zien bewegen. In verstrengeling met het apparaat werk je aan jezelf, zoals dat heet, en de spiegel houdt je voor waarvoor je het allemaal doet: je probeert het tij van je verval te keren en zoveel mogelijk te worden wie je zou willen zijn.


Dat modelleren van jezelf mag wel de obsessie van deze tijd genoemd worden, de collectieve waan van de westerse wereld. Fitness, kleding, huisinrichting, facebook en smartphonehoesjes, alles wordt ingezet om jezelf vorm te geven en vervolgens aan de wereld te slijten als op een markt. Wat kunstenaars of schrijvers daaraan nog toe te voegen hebben in hun onstuitbare scheppingsdrift doet er eigenlijk nauwelijks meer toe. Specialisten met bijzondere gaven zijn niet meer nodig, het democratisch ideaal is gerealiseerd, iedereen is met niets anders bezig dan zichzelf te scheppen en te herscheppen, iedereen is een kunstenaar geworden en heeft daar ook nog eens zijn handen aan vol. Aandacht voor de scheppingen van anderen schiet er bij in en zou je bij het boetseren van jezelf ook alleen maar onzeker kunnen maken. Elke schepping van een ander is een weerspreking van je eigen schepping, zeker als je die schepping zélf bent, of het moet zijn dat je jezelf in het werk van anderen herkent en er bevestiging in vindt.


Het mag geen toeval heten dat romans waarin de lezer zichzelf op de een of andere manier weerspiegeld ziet de literatuur is die door het grote publiek het innigste aan de borst wordt gedrukt. Mij hebben dergelijke romans echter altijd benauwd. Mezelf nog eens door de strot geduwd krijgen terwijl ik mezelf door te lezen juist probeer te vergeten, is als die nachtmerrie waar je bij het opnieuw inslapen telkens in terugvalt. Mijn lievelingsromans zijn die romans waarin zich een ongekende wereld opent, een wereld die ook tijdens het lezen ongekend blijft en zich maar niet prijs wil geven.

Ongetwijfeld impliceert de verdubbelende werking van ons bewustzijn een spiegelpaleis – ergens in ons hoofd zien we onszelf continu in de meest fantastische gestalten opduiken, afwisselend groot en klein, dik en dun, weerzinwekkend en glorieus, als in lachspiegels – maar mezelf beloeren en herscheppen is een opgave waarvan ik liever vrijgesteld word, ik ben mezelf liever kwijt dan rijk. Over mezelf nadenken en mezelf vervolgens willen verbeteren en vervolmaken, altijd maar weer, is een bezoeking, erger dan die van Sisyphus met zijn beruchte kei. Sisyphus kon de schuld nog bij die kei leggen, en via zijn kei bij de goden, maar ik ben er, net als mijn overbewuste lotgenoten (iedereen tegenwoordig, overbewustzijn is dé vloek van de moderniteit), zelf verantwoordelijk voor – mijn kei, dat ben ik zelf.

Maar misschien vergis ik me en ligt in dat dwangmatige beloeren en herscheppen van jezelf niet alleen een kwelling maar ook de mogelijkheid van een bevrijding besloten. Je zou een ideale versie van jezelf tot stand kunnen brengen, iemand die jou met goed fatsoen kan vertegenwoordigen, je stralendste zelfportret, en die het werk in de buitenwereld laten opknappen. Zelf zou je er vervolgens achter kunnen wegduiken en je gang kunnen gaan, door niemand gezien, door niemand lastiggevallen, vooral niet door jezelf. In de luwte van dat vooruitgeschoven zelfportret zou je dan, mag je hopen, eindelijk je versmade vrijheid kunnen terugvinden.

Wat is er ook tegen een aquarium als zelfportret? Je kunt het je gasten met trots tonen en er, zonder dat wie dan ook er erg in heeft, tegelijk in rondzwemmen en voor even in de illusie verkeren dat het geen aquarium maar de zee is.