gedicht

zijn herinneringen liggen nogal diep in het bauxiet
ergens tussen onverdacht en werkelijk.
niets hielp: het waren ingewanden
die zijn dromen binnen gleden drongen over tafels aan en af.
het was weer wachten op de orde van de nacht.
uren die als kleine
lichaamsdelen licht bewogen
in strijklicht en stilte:
er glipt iets uit de schaduw dichtbij de veranda.
iets dat bukt en zucht en sluipt.
binnen kan een open mond niet slapen
ziet er gieren in de hoogte cirkels draaien
lager glijdend naar het schieten
ergens in het fort van leugens salvo's
door het hoofd en mist achter ogen al putride.
zakken waar nog bloed uit drupt.
hij zag het vluchten dat geen vluchten was – lafaards schiet maar!
dit is de laatste akte. volstrekt verregend.
de sluiswachter was weer dronken
en de hele buurt loopt onder. licht valt uit.
de koersen zijn weer onbereikbaar hoog.
gooi die slang in de kast! grijp naar medicatie!
het zal vergeefs zijn we verliezen zuurstof
geklop in morse – zo dadelijk beleven we
het einde van een republiek

(paramaribo - fort zeelandia: ergens in december 2016)