Mirjam

Mirjam

Micha Hamel

Er staat iemand aan de rand van het feest de vloer te observeren
alsook de er zich uit lostrekkende benen uitputtend te ontleden.
Hij is van plan er wijs uit te worden zodat hij ooit
op een kranke nacht verzwolgen kan worden


– door wolken van op hogere dieren geteste cosmetica
– door een wingerd van feestende armen
– door de zoekende tongpunt van dat meisje daar


Bij nadere beschouwing constateert hij echter


– dat al deze lichamen enkel plompe fratsen voortbrengen
– dat het geheel een rommeltje van zelfbedachte bewegingen is
– dat de combinatiemogelijkheden van botscharnieren slechts ten dele worden benut


Overduidelijk rukken deze personen – zeer waarschijnlijk in opdracht van hun respectievelijke hersenen – zichzelf uit zichzelf los om iets tot uiting te brengen dat hen vrijmaakt van iets, maar per ongeluk alle ooit aan het mensdom verleende volmachten (cf. Psalm 8) beledigt.


Welke muziek hoort hierbij?


De twee grootste taartpunten veroorzaken de protocollen voor de psychomotorische impulsen die op hun beurt de gebaren en figuren opleveren die we hierboven hebben gecategoriseerd.
De twee kleinste segmenten brengen het subject van het werk in literair opzicht tot expressie, en faciliteren zodoende een route tussen de algehele tekentaal van het lied en haar artistieke pretenties aan de ene kant, en de affectieve openingen in de individuele danser(es) aan de andere kant. Het middelgrote stuk fourneert en celebreert de voornaamste stijleffecten, overigens niet in de laatste plaats omdat het geen tekst bevat.
De diagram als geheel laat zien dat de innerlijkheid van de feestgangers door een samenstel van impulsen en effecten over de uitgebreidheid van zijn/haar lichaam kan worden uitgespreid, doch dat we de term 'foute disco' voorlopig moeten parkeren tot we meer indicatoren hebben verzameld die deze terminologie rechtvaardigen.


Wat dit ook moge aantonen, het verandert niets aan het feit dat hij
(zowel bij het poten voor voetbal als) voor het vruchtbaarheidsritueel
van het in de tachtiger jaren georganiseerde tachtigerjarenfeest altij
als laatste gevraagd werd zodat hij hele kwartieren aan de rand van
de omgetoverde aula halfslachtig stond te drentelen met zijn schonkige vriendenschaar terwijl hij tien keer liever in het feestgewoel had willen
opgaan dan wel achter de kapstokken innig zoenend aan een truitje of
een behaatje had willen frunniken. Om de ervaring en om het verhaal.


Tijdens de bovenstaande alinea is de muziek op wrede wijze stilgelegd


(hoewel je ook aannemelijk kan maken dat deze muziek al dertig jaar
doordreunt) en zijn alle schijnwerpers op de coulissen gericht.


Zeg het maar.


In het diepst van de
maan kus ik jouw kelk


De zoete geur van mijn
schrille hart schildert
jouw ziel sidderend op
de witte donzen vlakte


Transparant word ik
wanneer zwervend de
bloemkusser zonder
echo in jou sterft


Dan loop jij in het
langzame gewaad de marmeren
brug over het bloedmeer terug


Je voetstappen galmen in
de kelen van stille vogels


Ik hef mijn gezicht
door as ten hemel
en lach met steriele
ogen totdat de spiegel
valt en het meer
bitter rimpelt


Treffend is dat een zestienjarige jongen uit een voorstad van de hoofdstad
van Nederland zijn inspiratie vindt in het Oostenrijks expressionisme van
de jaren tien van de twintigste eeuw, dat hij zijn tekst uittypt op de Olympia
van zijn vader, er vervolgens twee kopieën van maakt, waarvan hij er eentje
aan zijn beste vriend te lezen geeft en de andere nooit naar een tijschrift stuurt, niet verscheurt of aan de jij van het gedicht aanbiedt, maar tezamen met het origineel naar later blijkt voor ruim dertig jaar opbergt in een groene map.


Veel meer valt er niet over te zeggen.