No. 14 in Blue

BLAUWBAARD
      draai je hals, maak van de maan een nachtlantaarn
      wurm je door het gat, Zaoem schudt met zijn haren
      braakt een universumbal, oneindig heet
      was het en daar klonk, mijn snaar, een narrenscheet


MOEDER
      papaatje ijlt, mijn bloem, ’t moet de morfine zijn


DE ROTSEN
      valt zijn lichaam
      zinkt haar lichaam
      lichaam in de zee
      hoor zijn lichaam
      door haar lichaam
      dieper dan de zee


SNORKELAAR
      aangespoeld koralen wij tot mensen, één
      in verdwijning: vluchteling, het vel, het been
      wees dus als je kunt een pint in avondzon
      zwem dan als een watertor, de regenton
      drijft naar de woestijn, de roeispaan is verrot
      door de overstroming; ook de zee versnot


DE MORAAL
      vervlakking en verval – door fall-out van gezoem
      groeit Goleman, hij sleept ons naar de finishlijn
      de creep, perspectivistisch bij het Hollandsch Diep


GOLEMAN