Het kwaad: een profielschets

Het kwaad is, net zoals de kleine meisjes, gemaakt van suiker en lammetjes, van bonbons en de peau de pêche neuzen van poezen. Sugar and spice, and everything nice. Het is schattig, het kwaad, en vrolijk. Altijd positief. Daarin onderscheidt het zich van de rest van het morele spectrum: dat het positief is in een wereld waar negativiteit overheerst. Dat lelijke is zo jammer, zegt het kwaad, en zo onnodig. 

Je komt het kwaad tegen in de blijmoedige onaangedaanheid van degenen die het beter hebben. Hun constructieve denken. Dat je vooral optimistisch moet blijven, en niet kritisch, en de voordelen moet zien van alles wat hogere machten bevelen. Don’t rock the boat baby, don’t tip the boat over. En het glas is altijd half vol. En er zijn kansen voor iedereen, en er zijn zoveel mogelijkheden tegenwoordig om het goede in de mens naar boven te halen. In deze eeuw zijn we in staat de geschiedenis om te draaien, de slang af te troeven en samen voorbij de boom der kennis regelrecht terug het paradijs in te marcheren. 

Zoek je oplossingen voor deugdenproblemen? Wil je beleidsmaatregelen met impact? Gebruik de kennis die wetenschap en technologie ons bieden om burgers met morele defecten te dwingen tot goedheid. Nudge ze, de booswichten, verbeter ze, doorzoek de verre uithoeken van hun leven en sla alarm bij ieder vermoeden van zonde, veredel de smeerlappen, corrigeer ze, schaaf ze bij, zuiver en perfectioneer ze. Registreer ze als orgaandonor. Lees hun mails. Gebruik politie- en opsporingssoftware, grijp in voordat de kloothommels ook maar aan wetsovertreding durven te denken. Verzamel hun data en arresteer ze voordat ze toeslaan. Voed ze op, zegt het kwaad, ze zullen je dankbaar zijn. Geëngageerd, liefdevol en daadkrachtig op weg naar een dictatuur van gedwongen goedheid: een miraculeuze omkering van alle waarden, precies zoals in Bertolt Brechts ballet over de zeven zonden, maar dan andersom.

Het kwaad is gemaakt van de huidjes van jonge dalmatiërs, dat is bekend, en van prinsessenjurken. Alles zacht en licht en gezond. Het pakt door, het maakt tempo, het heeft een can-do-mentaliteit, het kwaad, het houdt niet van zieken en zeuren. En de vanzelfsprekendheid waarmee de eigen goedheid de wereld in wordt geslingerd; de zelfvertedering en de minzaamheid, de glimlachjes, de neerbuigende charme en easy to wear democratische kapsones. Verleidelijkheid, oplossend in een geur van jezus, hoe heeft het zo ver kunnen komen? Waarom hebben we niet opgelet toen het kwaad bij de paus op bezoek ging en hem een drone cadeau gaf om alle mensen voorgoed met elkaar in broederschap te verbinden?

Soms, in een zeldzaam geval, verliest het kwaad toch een kort moment al dat engelengeduld, en dan is er gelukkig altijd net een microfoon in de buurt. Even geen hartelijkheid, maar een oprechte, zorgzame frons, omdat iets slechts is gebeurd in de wereld dat om volwassen opiniëring vraagt. Ditmaal kan het probleem niet worden opgelost met een glimlach, een geruststellend machtswoord over de toekomst, nu moet er worden gepraat. De pers is er, de camera’s draaien en in de zaal rekken de mensen hun hals uit om te vernemen wat de morele verontwaardiging heeft gewekt van de prominent op de bühne. En de prominent, die het talent heeft tegelijk het kapitaal te dienen en toch ook te worden gezien als rebel, kritische geest, een vernieuwer, kijkt recht in de lens met die tijdelijk teleurgestelde blik. Het is de blik van het kwaad.

Hoe komt het toch, zegt die blik, dat niet iedereen in dit land gewoon is zoals ik? Zo… waarachtig? Wat bezielt jullie? Een blik volstaat; de vriendelijke denker op het podium is niet zo onverstandig grote woorden te gebruiken of met opgewonden praatjes naar de gunst van het volk te dingen. Dat is iets voor columnisten, extremisten en andere ordinaire hetzers. De morele verontwaardiging – ‘moral indignation is a standard strategy for endowing the idiot with dignity’, heeft Marshall McLuhan ooit gezegd – moet beheerst worden gedoseerd, wil je nog een boodschap van hoop kunnen brengen, een intellectueel uitdagende boodschap. En dus is de blik niet boos maar verdrietig, de taal niet bestraffend maar zacht vragend. Waarom zien jullie niet net zoals ik welke kant we met de wereld op moeten, zeggen blik en taal.

En dan is dat korte moment van negativiteit weer voorbij; kom op, door met aanpakken. Denken in mogelijkheden. Van geen nee willen weten. Vergeten zijn de tegenspraak en de onwil, nu is het tijd voor maatregelen om het paradijsplan te verwezenlijken zoals dat is opgesteld. Het plan om de mensen zo afschuwelijk te verbeteren dat ze niet meer talen naar iets anders dan het goede leven. Een wereld vol lammetjes en maatschappelijke suikers: dat is in grote lijnen het plan. En het begint allemaal met de veredeling van de burgers. Verfijn de minsten onder hen. Poets de mislukkelingen op, vijl ze bij. Achtervolg de proleten met opsporingssoftware en profilering. Jaag de labbekakken op, registreer het tuig. Haal hun veters uit hun schoenen, verkoop hun medische gegevens, ondervraag hun kinderen, lees hun post, zeg ze de wacht aan, vraag om bewijsmiddelen, weiger ze toegang. O, er zijn zoveel mogelijkheden tegenwoordig om het goede in de mensen naar boven te halen.