Fietser zonder licht

Iets of iemand gaf me vleugels.
Ze vlamden op van mijn jasbeschermers


en ik was onoverwinnelijk.
Ik wist niet waarin.


Mijn fiets steigerde en ik helde mee
voor- en achterover soms hikkend


in de lucht. Ik fietste niet weg
maar bewoog me in een bestaan


dat zich groots uitstrekte in de nacht
en breed was als het Damrak


waarlangs water stroomde dat trambanen
en trapperhoge trottoirs oploste


zodat ik zigzaggend langs de Munttoren
de hoek om zwierde. Daar begon ik


los te komen van de grond. Controle!
waarschuwde een tegenligger


aan het einde van de Vijzelstraat.
Een volk dat voor tirannen zwicht...


wist ik en net voorbij de Weteringschans
zag ik hoe anderen zonder licht bijeen


gedrongen stonden in een fuik. Snelheid
maakt me onzichtbaar voor het uniform


dat ik op hoofdhoogte rakelings mijd
of mijn geloof dat ik dichtheid van plaats


en tijd doorsnijd als een metrolijn
die nog moet worden aangelegd.