Kamyk zeg ik

        ik voel een zwaar verwijt
        wanneer ik hem in mijn hand houd
        en valse warmte
        zijn edele lichaam doordringt
        – Zbigniew Herbert, Kamyk (Kiezelsteen), 1971



Ik heb een volmaakte kiezel
mijn derde Poolse woord


kamyk zeg ik


tegen de maan
een ronde steen in mijn vuist


kamyk zeg ik


tegen de nacht die sluimerrokken
laat vallen over de tuin en het huis
maar vooral de tuin


wat bomen waren vloeien als oevers
van een rivier langs wat gras was


kamyk zeg ik


de kiezel glanst en zwijgt
in alle talen van mijn Poolse oma


ik weet niet wie haar moeders zijn
en of ik dat alleen wil weten


omdat ik ze aan de oever van de tuin
zie staan tot de enkels in het water
dat nog geen bloed is


of het uitmaakt dat ik iets herken
in de klanken van de kiezel


of ik verzin dat ik thuis ben
in de tocht die van een berg


een kiezel slijpt een oorsprong
wringt in mijn hand


ik zegt als ik