honderdtachtigste jaargang
19 augustus 2017

Gewetensvraag voor Frans de Waal

Geachte heer De Waal, beste Frans,


Helaas gaat jouw verlangen naar wat je in je laatste boek noemt The Age of Empathy. Nature’s Lesson for a Kinder World nog niet in vervulling. Met de huidige moslimfobie, met de aanslagen overal in de wereld, ook in Nederland, met Obama die na de Nobelprijs voor de vrede nog meer troepen naar Afghanistan stuurt, bommen naar Khadaffi en in eigen huis vecht tegen conservatieven en liberalen, met de graaicultuur in het Westen en de armoede en honger elders, daarmee lijkt het tijdperk van medeleven en solidariteit nog niet nabij. Toch vind ik de boodschap in jouw boeken, foto’s, films en tekeningen luid en duidelijk. Ik vraag me zelfs af, en die vraag wil ik je hier in het openbaar stellen, of je in je betoog over de evolutionaire oorsprong van moreel gedrag en de lessen die wij daaruit kunnen trekken wel consequent bent, of je wel ver genoeg gaat.

Om te beginnen wil ik je bedanken, je hebt ons bevrijd van de erfzonde: wij zijn helemaal niet alleen geneigd tot het kwade. In Good Natured laat je zien dat zoogdieren en dus ook mensen van nature goed kunnen zijn voor elkaar. Een beroemd voorbeeld is Mozu. Ze is zwaar gehandicapt geboren, zonder handen of voeten strompelt ze door het leven, maar geholpen door de groep waarin ze leeft is ze toch oud geworden en heeft ze enkele gezonde kinderen ter wereld gebracht. Zij is het levende bewijs voor ‘survival of the fittest’, maar het werkt anders dan de meeste mensen denken. Een ander voorbeeld is Mai; als zij op het punt staat te bevallen komen haar vriendinnen om haar heen staan, haar hartsvriendin wijst naar Mais onderlichaam alsof ze weet wat er gaande is en ze Mai wil steunen in haar barensweeën. Nog dagen na de geboorte krijgt Mai extra aandacht en verzorging van deze hartsvriendin.

Mozu heeft een zwaar leven achter de rug, dat is goed te zien aan de droevige blik op de foto in jouw Family Album. Op een andere foto vermaken de vrouwen uit ‘jouw’ familie zich met een pasgeboren baby die z’n eigen voet in z’n mond steekt. En op nog een prachtige groepsfoto schurken moeders en kinderen dicht tegen elkaar in een poging tot vergeving en troost na een heftige familieruzie. Jouw foto’s van Mozu, Mai en andere apen roepen emoties op, ze zijn aandoenlijk, ontroerend zelfs.

Dat biologen zich bedienen van beeldmateriaal is niets bijzonders, maar jij schrijft in de inleiding tot My Family Album dat je hebt getwijfeld of je beeldend kunstenaar zou worden in plaats van wetenschapper. Misschien is dat wel het geheim van je succes: er schuilt een kunstenaar in jou als bioloog. Met foto’s, films en nu ook tekeningen naast teksten als Good Natured overtuig je ons van het ‘menselijk’ gedrag van dieren en dus van de evolutionaire oorsprong van onze moraal.

Sommige mensen denken nog steeds dat ethiek als een dun laagje vernis over onze ‘beestachtige’ neigingen ligt, aangebracht door de kerken. Degenen die de kerk verlaten hebben geloven dat zij zelf bepalen wat goed en kwaad is. In Primates and Philosophers. How Morality Evolved toon jij aan dat primaten en ook andere zoogdieren de belangrijkste bouwstenen van ethiek reeds bezitten: ten eerste altruïsme en empathie, ten tweede gemeenschapsgevoel en rechtvaardigheid. Dit betekent dat moreel gedrag diep geworteld is in de evolutie en bij sociaal levende dieren tevoorschijn kwam ver voordat er mensen waren. Waarom? Dat wist Darwin eigenlijk al toen hij in The Descent of Man schreef: ‘Although a high standard of morality gives but a slight or no advantage to each individual man and his children over the other men of the same tribe.....an advancement in the standard of morality will certainly give an immense advantage to one tribe over another.’

Hoewel Darwin er al van wist, is er onder biologen nog steeds een hevige twist: hoe komt die mooie moraal toch in die zelfzuchtige genen? Dat is overigens niet de vraag die ik jou wil stellen, want jouw antwoord lijkt me even origineel als juist. In The Age of Empathy en ook op YouTube leg je uit dat het van een hormoon komt bij zwangere vrouwen waardoor zij extra gevoelig zijn voor de noden van hun baby. Dit empathie-bevorderend hormoon heeft overlevingswaarde voor de pasgeborene, maar niet alleen voor die baby, ook andere nakomelingen profiteren ervan mee, evenals andere leden van de familie of de groep. Het lijkt me inderdaad heel waarschijnlijk dat empathie via de hormonen bij mensen en andere zoogdieren zo verder geëvolueerd is vanwege z’n grote overlevingswaarde.


Beste Frans, nu komt mijn gewetensvraag: is jouw gebod tot empathie niet een ethiek gebaseerd op de evolutietheorie?

Hoewel compassie dus diep in ons biologische systeem zit, is daarvan in het dagelijks leven weinig te merken. Dat komt, zeg jij in The Age of Empathy, door onze kapitalistische cultuur van competitie, gebaseerd op misleidende ideeën als ‘survival of the fittest’ en ‘selfish genes’. Gaat het eerste deel van je nieuwe boek over deze misvattingen ten aanzien van de evolutietheorie, je tweede boodschap is dat wij, als we maar beter naar de natuur zouden luisteren en kijken en ernaar zouden handelen, een betere samenleving zouden kunnen bouwen.

Beste Frans, nu komt mijn gewetensvraag, en het gaat werkelijk om een belangrijke kwestie, namelijk om de ethische vraag: is jouw gebod tot empathie niet een ethiek gebaseerd op de evolutietheorie? Niet dat ik daar iets op tegen heb, maar jij hebt daar zelf wel bezwaren tegen geuit, in hetzelfde boek waarin je pleit voor een wereld met meer empathie. In The Age of Empathy schrijf je: ‘The problem is that one can’t derive the goals of society from the goals of nature. Trying to do so is known as the naturalistic fallacy, which is the impossibility of moving from how things are to how things ought to be.’ (p. 30) Waarom zou dat niet kunnen? Ik geloof helemaal niet dat dit een onmogelijkheid is, ik meen zelfs dat het noodzakelijk is en wel om de volgende reden.

Onze Nederlandse Nobelprijswinnaar in de biologie, Niko Tinbergen, heeft vier vragen geformuleerd voor de gedragsbiologie. De eerste is: waardoor wordt bepaald gedrag veroorzaakt, wat is de directe aanleiding? De tweede vraag luidt: is dat gedrag aangeboren of aangeleerd? De derde: wat was de ontwikkeling van dat gedrag in de loop van de evolutie? Gedrag staat immers niet stil, het ‘is’ niet maar het evolueert in een steeds veranderende omgeving. De vierde en voor Tinbergen verreweg de belangrijkste vraag luidt: wat is de functie van het gedrag in termen van overlevingswaarde?

Soms gaat het om de overlevingswaarde voor het individu, of de familie, soms is het gedrag ook van waarde voor het overleven van de soort en in uitzonderlijke gevallen is er zelfs sprake van solidariteit over de grenzen van soorten heen. Zoals bij mensen die zich het lot aantrekken van gestrande walvissen, of dolfijnen of honden die drenkelingen redden. Jij spreekt van een piramide van moraal: wij voelen ons niet slechts verantwoordelijk voor ons eigen overleven en dat van onze naasten maar ook voor het overleven van onze soort, en tegenwoordig gloort er zelfs een gevoel van verantwoordelijkheid aan de horizon voor al het leven op onze planeet. Zo spreken we niet alleen van een persoonlijk geweten en een nationaal geweten, maar tegenwoordig zelfs van een mondiaal geweten.

In vele miljoenen jaren heeft de evolutie de overlevingswaarde van moreel gedrag ‘uitgerekend’ en opgeslagen in het instinct van mensen en andere dieren. In de meeste gevallen voelen wij direct aan hoe te handelen, we hoeven er niet over na te denken – dat heeft de evolutie al miljoenen jaren lang voor ons gedaan. Dat is toch de boodschap van jouw boeken, foto’s, films en tekeningen?

Je zou de bekende uitspraak van Dobzansky kunnen parafraseren tot: ‘Nothing in evolution makes sense except in the light of survival and reproduction.’ Het enige wat telt in de biologische evolutie is overleven en reproduceren. Waarom zou dat niet gelden als het gaat om de evolutie van moreel gedrag? Waarom is overleven niet net zo goed het criterium in de evolutie van moreel gedrag of cultuur in het algemeen? Volgt uit de evolutionaire oorsprong van moraal niet dat onze ethiek een overlevingsethiek is? Leert de evolutie niet dat wij, op straffe van uitsterven, bij alles wat we doen ons moeten afvragen wat de functie is, de overlevingswaarde voor onszelf, onze naasten, onze soort, andere soorten en het leven op aarde? Is dat een naturalistische drogreden?


Met bewondering en hartelijke groet,


Frans W. Saris