Ik kan niet neuken

Na afloop van de show. De auteur in het geel.

Naomi Velissariou probeert in haar show Permanent Destruction – The SK Concert (laatst nog op Oerol, in augustus op Lowlands) om te gaan met de naarste dingen van het bestaan: zelfhaat, ziekte, zelfmoord, psychische aandoeningen, eenzaamheid, verkrachting, de dood. Met een messcherpe autotune en diepe bass snijdt ze alles aan wat pijn doet. Voor de teksten heeft ze zich laten inspireren door Britse toneelschrijver Sarah Kane, bekend door haar pessimistische, expliciete en vaak gewelddadige toneelstukken: ‘SAVE ME, I’M DAMAGED.’ ‘I’M DYING.’ ‘I DISLIKE MY GENITALS.’ ‘I’M SO FUCKING LONELY.’ ‘I CAN’T FUCK.’ Het gevoel wordt beschreven in botte woorden, woorden waardoor je op AIVD-watchlists komt als je ze allemaal tegelijk in een email zet, hoe monosyllabischer hoe beter. Met muzikant Joost Maaskant stuitert Naomi over het podium, in het licht van een felle beeldschermwand die organische vormen in sinister CGI en zangteksten in Helvetica-kapitalen afbeeldt. Tussen de nummers door lacht het Oerolpubliek ongemakkelijk, tijdens de nummers verlaten enkele mensen met tranen in hun ogen de show, zeker bij de banger ‘RAPE ME TILL I COME’. Ik sta erbij en dans toch, de muziek is overweldigend en hypnotiserend.

Na een schokkend begin bindt de show zich iets in – Naomi beschrijft in een gevoelige monoloog de liefde – maar juist in de ultieme schoonheid van een teder moment wordt de liefde zo iets krachtigs dat het pijnlijk, gekmakend, een potentieel weergaloze moordenaar wordt. En tegen het eind van de show krijgt het scherm de hoofdrol, waarop te zien is hoe Naomi (in een uncanny 3D-versie, door videokunstenaar Frederik Heyman) in tweevoud opgebaard ligt, als in een futuristische nachtmerrie, en uiteindelijk een wit licht in transcendeert.

Alle pijnlijke dingen komen aan bod en Naomi eigent zich alles toe: doordat ze de woorden – death, rape, pain – zelfverzekerd uitdraagt, afbeeldt, verlangt zelfs, oefent ze een macht over ze uit. Een complete toe-eigening, een opzettelijk masochisme in de hoop onschadelijk te worden, weliswaar niet fysiek maar in elk geval emotioneel. Zichzelf dood afbeelden zodat de echte dood een “been-there,-done-that-ervaring” wordt. De pijn wordt een nieuwe identiteit, maar daar zit juist de tragische opoffering: een ontsnapping is niet langer mogelijk. ‘SAVE ME’, zingt ze, maar een echte redding zou een verlies van haar identiteit betekenen.

Werkt deze toe-eigening van woorden? Is het resultaat niet alleen ironie, provocatie, een lege huls, een inflatie van betekenis, een ontkoppeling van woord en daad? Heeft ze het nog wel over een brute daad vol angst en pijn en trauma wanneer ze over verkrachting spreekt, of worden het vier abstracte letters op een beeldscherm, ‘R-A-P-E’? Spreekt uit deze distantiëring van het fysieke niet een soort privilege? Of, juist, een angst om het er écht over te hebben? Ik besef dat die laatste twee mogelijkheden elkaar niet uitsluiten.

Naomi nodigt het publiek uit om een stukje van haar show mee te nemen en aan de wereld te laten zien. Tijdens Permanent Destruction worden er namelijk truien verkocht, met de tekst ‘I CAN’T FUCK’. Ik koop er één, en iedereen van de mensen waarmee ik ben gekomen ook. Trots dansen we in de merchandise tijdens de after-rave. We weten heel goed: het dragen van zo’n provocatieve trui is een teken van zelfverzekerdheid. Niet alleen laten we willekeurige voorbijgangers zien dat we assertief genoeg zijn om een trui te dragen met het woord ‘fuck’ erop, we benadrukken ook het omgekeerde van wat er staat: natúúrlijk kunnen we neuken. Het is toe-eigening zoals net te zien was, maar dan minder schadelijk, zelfspot in plaats van zelfverachting, grappiger, verwaterd dankzij de kracht van commodificatie. Een exclamatie uit Sarah Kane’s stuk 4.48 Psychosis, geschreven vlak voor haar zelfmoord op 28-jarige leeftijd, wordt dansbare songtekst, wordt reclame voor de producten en diensten van Naomi Velissariou. Is dat wanstaltig, of gewoon een soort nihilistische voortzetting van de toch al nihilistische boodschap? Ik draag mijn trui, dapper dat ik ben. Hij is lekker warm.