honderdeenentachtigste jaargang
27 oktober 2016

Over leugenaars

Liegen doet iedereen. Liegen is ook niet verboden. Ik ken de tien geboden niet, maar het zou mij verbazen als Gij zult niet liegen erbij stond. Gij zult natuurlijk wel liegen en als u beweert dat u nooit liegt, dan liegt u.


Liegen doet iedereen. Maar het zou onjuist zijn als ik was begonnen met: ‘Iedereen liegt.’ Veel mensen denken dat zij altijd de waarheid spreken. Zij vergissen zich, maar zij zijn geen leugenaars. Ikzelf ben een overtuigd leugenaar. Het leven noodzaakt mij om geregeld de waarheid te spreken, maar ik doe dat met weinig vreugde. De waarheid! Wat saai, wat vervelend, hoe overbodig! De waarheid is voor iedereen en altijd hetzelfde. Maar de leugen is altijd weer oorspronkelijk en interessant.


God was een leugenaar toen hij tegen Abraham zei dat hij wenste dat Abraham zijn eigen zoon zou slachten. Abraham geloofde hem en hief het slachtersmes. Toen moest God toegeven dat hij gelogen had. De aarde scheppen, dat is één ding. Maar een mens met een leugen zover krijgen dat hij zijn zoon gaat slachten, dat is waarlijk groots.


Wie liegt zegt iets waarvan hij zelf overtuigd is dat het niet waar is en waarvan hij hoopt dat degeen tegen wie hij liegt het als de waarheid zal opvatten. Ironisch spreken is geen liegen. Toneelspelers liegen nooit op het toneel. Je vergissen is geen liegen.


Een mens die een ander mens vermoordt is een moordenaar. Maar een mens die een ander mens bewust een onwaarheid vertelt hoeft nog geen leugenaar te zijn. Een leugenaar is niet iemand die een leugen vertelt, maar iemand die graag en vaak leugens vertelt. Ieder mens vertelt duizenden leugens, maar een leugenaar is zich daarvan bewust. Het is met leugenaars als met kunstenaars. Een kind of een gek of een aap kan wel eens een fantastische tekening maken, die u als hoogste kunst ervaart. Maar dat kind en die gek en die aap zijn geen kunstenaars. Een kunstenaar wil iets heel bijzonders maken en ook al is zijn product minder mooi dan dat van kind, gek of aap, hij is een kunstenaar.


De discussie over liegen vertoont opmerkelijk weinig variatie in de voorbeelden. Het lijkt alsof de discussianten elkaar napraten, maar dat is niet zo. Ik kan teruggaan tot Kant en Constant die in 1797 ruzieden over de vraag of je mag liegen en die met hetzelfde voorbeeld aankwamen van de bediende die tegen de bezoeker zei dat zijn heer niet thuis was en aldus diens leven redde. Maar ik geef liever twee voorbeelden van mensen die ik toevallig ken en die naar mijn overtuiging hun verhalen noch aan Kant noch aan Constant ontleenden, maar over eigen ervaring vertelden.
Mijn zuster Liesbeth werd in 1999 in het blad onzeWereld geïnterviewd door Marja Vuijsje die vroeg: ‘Grootste jeugdzonde?’ Mijn zus antwoordde:
‘Mijn eerste leugen. Het speelde zich af in de Tweede Wereldoorlog. Ik ben geboren in november 1940 dus ik was nog hartstikke jong. Er kwam een man bij ons aan de deur die aan mij vroeg waar mijn vader was. “Weet ik niet,” zei ik. Terwijl ik donders goed wist waar hij was. Ik was meteen helemaal overstuur, omdat ik voor mijn gevoel het slechtste had gedaan wat een mens kon doen: liegen. Het allergekste was dat iedereen zei dat het zo goed van mij was geweest. Mijn vader zat namelijk heel even bij ons thuis ondergedoken. Niemand had mij dat uitgelegd. Kennelijk voel je dat als kind haarfijn aan. Maar voor mij was het absoluut schokkend dat ik gelogen had en dat het nog mooi werd gevonden ook.’
Frits Barend werd in 2003 in het dagblad Trouw geïnterviewd door Arjan Visser die hem de tien geboden voorlegde. Het negende gebod luidt volgens Trouw: Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste. Dus liegen valt wel onder de tien geboden? Nee, alleen vals getuigen tegen uw naaste. Valse getuigenissen, dat betekent: meineed. Elk rechtssysteem heeft eigenaardige trucjes zoals vingers in de lucht steken of God aanroepen dat je getuigenis eerlijk is. Frits Barend antwoordde:
‘Dankzij de leugen zit ik hier. Toen ze aan de mensen die mijn ouders verborgen hielden, vroegen: Heeft u onderduikers? antwoordden ze: Nee. Ik vraag mij wel eens af hoeveel joden de oorlog hadden overleefd als men in die tijd wat vaker had gelogen.’


Omdat ik hierboven bekende een leugenaar te zijn, geef ik nog even de precieze gegevens over beide leugen-interviews: Marjan Visser en Arja Vuijsje in onzeWereld van februari 1999 en in Trouw van 13 mei 2000. Plato beweert in de kleine Hippias dat Socrates beweert dat de leugenaar beter is dan de altijd-de-waarheid-spreker. Achilles wil niet liegen maar zegt uit domheid een onwaarheid. Odysseus liegt graag en veel, maar dient daarmee de waarheid en de vooruitgang.
De dialoog is minder overtuigend dan veel andere door Plato opgeschreven gesprekken van Socrates en wordt daarom algemeen als de eerste van Plato's geschriften beschouwd. Odysseus, Socrates, Constant, Liesbeth Brandt Corstius en Frits Barend winnen het van Achilles, Plato, Kant, en van u die alsmaar beweert tegen liegen te zijn. Maak van liegen een kunst! Word leugenaar! Schrijf rustig dat u mij veracht, haat en niet goed wijs vindt. Maar schrijf het zo dat ik ervan geniet.
Leven is liegen. Dood is waar.