Iemand, iemand, iedereen – hallo?
Ik hoor geen adem, hoor geen stoel.
Ik hoor geen stap in de gang, is daar iemand?
Kan iemand mij in godsnaam vertellen waar ik ben?

Ik draai rond in een dubbelwandige koker,
een caleidoscoop uit een vod van een folder met koopjes,
caleidoscoop niet eens juist gespeld maar vol abstracte patronen,
projecties, splinters, zwemmende scherven van kleur,
ik wil ze vastpakken en opdrinken, maar het gaat niet,
het is maar licht in de palm van mijn hand,
ik grijp en de leegte stroomt tussen mijn vingers vandaan
in deze bioscoop vol wanen, ideeën,
hormoonspiegels en uitvergrote emoties,
en uitvindingen,
een lichtkoker

Die tegelijk stortkoker is
van al het afval dat ik ooit zelf heb geproduceerd.

En jouw afval is er ook, jouw sluikstort,
je peuken, je drollen die ik liefheb, je puthaar,
al je bestofte wijnflessen
en je condooms met slijm van meisjes die ik niet ken.
En mijn wantrouwen,
mijn zelfgefabriceerde verdenkingen aan jouw adres.

En dan de verschuivende panelen,
taferelen, designs in jugendstil en art nouveau
en cafés vol schaamlipsporen en guirlandes met lampionnen
en eikels vol wratten en veldmuizen die ontsnappen uit apps
en dubbelgesterde mobieletelefoonvensters
die naar onze vingers niet langer luisteren
maar we hebben schitterende achtergronden
en zwaar doorrookte gordijnen uit eerdere huwelijken
en waanzinnige uilen op de rand van de leunstoel
die vanonder hun vleugels smiechterige liedjes zingen
en de uilen beginnen onrustig te roepen, te krassen,
hun stemmen stijgen op in mijn buis van Eustachius
en de stofzuiger gaat uit zichzelf weer aan,
torenvalken doen mee en buizerds!

Die vliegende idioten kunnen niet zingen,
en ik weet nog steeds niet waar ik woon,
zeg me waar ik woon, ik woon
in een wereld van sirenes en ambulances
en het ambulancepersoneel wordt in elkaar geslagen,
maar de sirenes gaan te langzaam,
het dopplereffect raast door schemerige keukenkasten,
er zijn niet voldoende verplegers voor alle exen!

De sirenes worden ingehaald door de dividendbelasting,
de dividendbelasting wordt ingehaald door de brexit,
de brexit wordt ingehaald door talentenjachten
met kleine meisjes die Pie Jesu zingen,
en moeders houden zich schuil achter hun facelift,
welkom in de uitzetterij, de paspoortloterij, de prestigefabriek,
wij allen sluiten dagelijks deals met menselijk arbeidskapitaal,

en gecensureerde journalisten zijn ook maar gebrainwashte kinderen –

En toch: de doorgeknipte stembanden van ons allemaal
beginnen te ruisen, te schorren, te schuiven, te krassen,
en de pijn, de pijn is voelbaar als een dolksteek van woorden,
de pijn van witte hippies die bruin hadden willen zijn,
maar een onderdrukte opstand laat zich niet horen,
en onze rappers banen zich met machetes een weg
door het door targets opgejaagde concertgebouw
waar Vivaldi gezongen wordt
door hanen met messen aan de poten
en Bach in dienst is gesteld van het groot succes
dat behaald zal moeten worden,
dat behaald zal moeten worden!

Want wij zullen behalen,
dat is het vooruitgangspact en van verre komt
de militaire eenheid en de marechaussee met knuppels
en de Mattheüspassie, in gele hesjes gehesen,
wringt zich een weg door de wegwerpspeakers
in mijn caleidoscopische woonst –

Een rollende donder zet aan,
een dof gevaarte komt binnen als een bom
verstampt vermorzelt het rode pluche en de fluwelen stoelen:
een stuivende stampede van duizenden tatanka! tatanka!
is uit Dances with Butchers opgestaan
als kudde hier gekomen om iets te zeggen,
eindelijk IETS te zeggen!

En ik wacht
op wat zij te zeggen hebben.
Maar zij staan slechts te ademen en te zweten
en zeggen op het moment suprême niets.

Alleen de warme ogen van het afgeslachte vrouwtjesdier
gaan open, ik zie hoe zacht haar netvlies loslaat
en ik zie een traan opwellen in haar oog.
Het is een traan voor mij.
Zij wil niet dat ik triest ben
en alleen.
Ik aai haar
en ik vraag haar:
waar ben ik,
ben jij?

En in de verte gaan de sirenes nog altijd langzaam,
en ergens censureert de dichter zijn traan.

Annemarie Estor (1973) publiceerde de dichtwerken Vuurdoorn me (2010), De oksels van de bok (2012) en Dit is geen theater meer (2015) en Niemandslandnacht (2018). Met Lies Van Gasse maakte zij Het boek Hauser (2013). De erotische of meer in het algemeen zinnelijke en zintuiglijke benadering is het meest opvallende kenmerk van haar poëzie.

Meer van deze auteur