Vier gedichten

door Mu Cao

Zwarte borsten


mama hoopt dat ik wat gemener kan worden
een beetje gemener
zodat ze me minder zullen vernederen
mama hoopt dat ik wat meer geld kan gaan verdienen
een beetje meer geld
zodat ze me minder zullen minachten
mama hoopt dat ik wat minder de nacht in kan lopen
en een beetje meer van mezelf kan houden
zodat ik wat vrediger en langer zal leven
en mama hoopt ook nog zus
en ook nog zo…


mama hoopt dat ik een beetje een lelijke vrouw zal krijgen
met een beetje een lelijk gezicht
zodat ze haar niet zullen verleiden
mama hoopt dat ik niet al te ver weg ga
dat ik wat dichter bij huis blijf
mama hoopt dat ik soms als het zo uitkomt
één oog openhoud en één oog dichtdoe


mama ach mama
mama is triest en hoopt dat ik een beetje minder kan huilen
en dat ik de vonk van mijn opstandigheid kan smoren –
ik weet al hoe ik mezelf moet beschermen
maar mama…
voor ze het weet zijn haar grijze haren wit als rijp




De laatste woorden van een groot man


over honderd jaar
ah ja over honderd jaar
zou ik in de geschiedenis van China
zomaar een groot man kunnen zijn, de grootste
en over honderd jaar
zouden de hoeren zomaar in waarde gestegen kunnen zijn
en zouden de hoerenlopers zomaar bankbiljetten
van tienduizend yuan bij zich kunnen hebben
maar nee! nee, nee!
druk in vredesnaam mijn portret niet op dat geld
want in de handen van de hoeren en de hoerenlopers
ga ik mijn gezicht niet in de plooi kunnen houden
nee, druk in vredesnaam mijn portret niet op dat geld
als jullie me echt zonodig moeten herdenken
als jullie me echt zonodig op die bonkbiljetten moeten drukken
druk mijn reet dan maar af
en voor het artistieke effect
kunnen jullie altijd nog wat lipstick op mijn gat smeren




Voor H


je bent te mager
magerder dan een rode bloem
je haar is te lang en in de war
het voelt niet veilig


dichtbij je anus te zijn
is van een paradijselijk geluk
en dichtbij je hart?


lieve schat
je hebt al geleerd te huilen als een vrouw
nu moet je nog leren standvastig te zijn
en de kille mannen een voor een begraven in een ijzig hart




Boefje A Xing


toen de werkloze A Xing
een fiets stal bij het park
werd hij gepakt door een agent
en in de politiewagen, met het hart in de keel
dacht A Xing: nu is het afgelopen


maar de agent nam het boefje mee naar huis
liet hem eten en drinken en douchen
gaf onze held A Xing een liefdadige vermaning
beloofde ook nog hem aan een baan te helpen


toen pakte oom agent een condoom
trok dat neefje boef aan, met zijn mond
smeerde de eigen anus in met sneeuwvlokkencrème
en ging op A Xing zitten, gelijk de boddhisatva Guanyin op de lotus
en A Xings ogen vulden zich met tranen van dankbaarheid


toen beefden de vier muren
toen kletterde de spiegel op de grond
toen weerklonk een schreeuw van opwinding –
als alle agenten en boefjes ter wereld
het nu zo zouden doen!
dan was er toch vrede op aarde!




Vertaling door Maghiel van Crevel, lees ook zijn essay 'Adembenemend', over poëzie in neosocialistisch China.


Mu Cao's gedichten zijn geen, ahem, autonome taalbouwsels, en lopen lijnrecht naar de samenleving. Er springen vonken over (of tranen) tussen maatschappelijk onrecht, individuele seksualiteit, rare platte galgenhumor, idealisme en sentimentaliteit. Zijn taalgebruik is in alle opzichten onevenwichtig, en hij zegt bij voortduring grove, naïeve en hartverscheurende dingen. Deze poëzie heeft iets onhandelbaars en absurds, en dan niet sjiek maar schrijnend. Mu Cao is 'op geen enkele manier representatief'.