Bij Dit Nummer

door Redactie

Op 8 maart 2008 werd de familie­spelshow Ik hou van Holland voor de eerste keer uitgezonden. 'We zijn er in termen van tv-amusement mee terug in de tijd van Dorus, Pipo, Piet Bambergen en Fred Oster,' noteerde een tv-recensent cynisch. Een week later daalde de aandelenkoers van de Amerikaanse bank Lehman Brothers met 46 procent. De bank zou het nog even redden, maar viel een half jaar later alsnog. Tegen die tijd trok Ik hou van Holland wekelijks anderhalf miljoen kijkers. 'Hoe onveiliger de wereld wordt, hoe veiliger de televisie moet zijn,' analyseerde de creatief directeur van tv-producent Talpa.

Iets meer dan tien jaar later is de economische crisis voorbij, maar lijkt het verlangen naar oud-Hollandse geborgenheid en vaderlandsliefde sterker dan ooit. Bovendien is het gepolitiseerd. Wetenschappelijke en journalistieke duiders breken zich het hoofd over wat er aan de hand is met het land. Is er een pendulebeweging gaande, herhaalt de geschiedenis zich, of zien we juist iets radicaal nieuws gebeuren?

Voor dit nummer vroegen we elf auteurs om de tijdgeest op de snijtafel te leggen. We presenteren essays, verhalen en gedichten die tonen wat er gebeurt als je met een literaire blik kijkt naar begrippen als volk, natie en vaderland. Zo proberen we een onvermoede stem te laten spreken over de onrust en de onvrede die onze tijd kenmerken. Dat levert vanzelfsprekend iets anders op dan de benadering die we kennen van journalisten, wetenschappers en politici. Geen overbodige luxe nu de verbeelding van de natie naar de macht grijpt.


Claire Weeda en Adriaan van Veldhuizen, namens de redactie