Is er iets in uw leven waarvoor u de volle verantwoordelijkheid neemt?
Verantwoordelijkheid nemen, daarbij denk ik aan mijn moeder. Als zich een potentieel gevaarlijke situatie voordeed, dan zei ze: ‘Nou, als hoofd van het gezin zal ik maar eens even gaan kijken.’ En dan ging ze kijken of er gas lekte, of waarom de straat vol stond met politiewagens. (Dat gezin bestond overigens alleen uit haar en mij.)

Ik denk dat verantwoordelijkheid nemen te maken heeft met zorg dragen. Zelf draag ik zorg voor mijn kat, voor mijn huis, voor mijn lichaam, voor mezelf in algemenere zin. Voor de relaties die ik met mensen aanga en de beloften die ik doe. Ik vind het een interessant idee dat je ook de verantwoordelijkheid draagt voor het talent dat je hebt. Kurt Vonnegut schreef ooit dat hij het zo zonde vond dat zijn zus haar talent niet had benut. Ik weet niet of hij gelijk had het haar kwalijk te nemen. Ik vind het juist een mooi idee dat je een groot talent hebt, maar ervoor kiest er niets mee te doen. 

Hoe leeft u? En hoe moeten wij leven?
Het lijkt me voor zich spreken dat er niet één juiste manier van leven is, zelfs niet binnen één leven. Ik leefde ooit onvoorzichtiger dan nu, onregelmatiger, onevenwichtiger. Ik maakte verkeerde keuzes, ik zorgde niet altijd goed mezelf. Maar het was een manier van leven die bij me paste, toen.

Nu leef ik rustiger. Er zijn momenten van veel energie, van veel doen en maken, van hunkeren naar prikkels. Daar stel ik rust tegenover. Ik probeer dingen op te bouwen, na te streven, keuzes te maken en daar de consequenties van te dragen. En niet teleurgesteld te zijn in mezelf wanneer dat niet lukt, misschien vooral dat. 

Hoe anderen moeten leven? Ik stond laatst te foeteren op het Centraal Station omdat iemand zijn fiets zo had vastgezet dat ik de mijne niet los kon krijgen. Zwijgend, alsof ze het hadden afgesproken, begonnen drie andere fietsers mijn fiets los te maken. Binnen dertig seconden was het gedaan. Niemand hoefde bedankt te worden: het sprak voor zich dat ze me hielpen. Zo iemand wil ik zijn. Zo iemand zouden we allemaal moeten willen zijn.

Wat vindt u uitgesproken mooi, en waarom?
Bij ‘mooi’ denk ik: ‘esthetisch’. En dan komt de vraag bij me op: Wat vind ik alléén maar esthetisch mooi? De schilderijen van Caravaggio vind ik pas mooi sinds ik weet hoe vernieuwend zijn werk was, dus dat is een soort mooi dat niet louter esthetisch is. Een zonsondergang mooi vinden, is iets delen met mensen die je niet kent, zoals je ook oud en nieuw met de hele wereld viert. Iets kan mooi zijn omdat het ontroert, omdat het prikkelt, omdat het geruststellend is: het pruttelende geluid van een motor of een goed zittend pak.

Dat gezegd hebbende, dit zijn dingen die ik mooi vind: Fred Astaire en Ginger Rogers die dansen in een uitzinnig decor, Het Nieuwe Bouwen, grottekeningen, de schilderijen van Willem de Kooning, de sculpturen van Henry Moore, een waterval, lakschoenen met een riempje, vazen uit de jaren dertig, kleurstalen uit de jaren vijftig (met van die waanzinnige mosterdtinten), pioenrozen, goud, de horizon, verzorgde boekomslagen (maar alleen als ze ook fijn aanvoelen), de Waag op de Nieuwmarkt, het gefantaseerde universum van outsiderkunstenaar Henry Darger, een eenvoudige houten kerk, hoekige vormen, grote vlakken, logge ovalen (de borstvin van een orka), de gedichten van Emily Dickinson, ijsschotsen, de klank van een harmonium, woorden met a’s erin, zacht geschuurd hout, grote verhalen over tragische mislukkingen, mineralen, diamanten, de outfits in Murder She Wrote, bepaalde kantoorspullen, gehesen zeilen.

Wat is wat u betreft, als puntje bij paaltje komt, de uiteindelijke grondstof van de werkelijkheid?
Een gevaarlijke vraag. Het antwoord hierop moeten we niet willen weten, denk ik.

Wat is de gevaarlijkste illusie die mensen kunnen koesteren?
De illusie dat ze gelijk hebben. Ik ben zelf een vreselijk iemand als ik denk gelijk te hebben, of als ik überhaupt in dat soort termen denk. Dat zie ik natuurlijk pas achteraf, hoe superieur ik me zat te voelen. Heel lekker voelt dat. Maar het brengt ook heel veel frustratie met zich mee, heel veel woede. 

Wat zou u veranderen aan uw leven als er onomstotelijk en algemeen geaccepteerd  wetenschappelijk bewijs bestond van een hiernamaals?
Ik geloof niet in het hiernamaals. Ik kan me zelfs op geen enkele manier voorstellen dat er een hiernamaals zou bestaan, of een god. Daar hoor je dan een percentage op los te laten; als weldenkend mens hoor je te zeggen dat je 99 procent zeker weet dat er geen god is. Maar ik wil zelfs dat ene procent hebben.

Dat wil overigens niet zeggen dat ik atheïst ben. Ik vind religie interessant en nuttig. Ik denk dat onze maatschappij – en ik erbij – gebaat zou zijn bij meer spiritualiteit, gemeenschapszin, een moreel kompas. En ja, misschien ook de illusie van een hiernamaals.

Wat is voor u/voor jou altijd de grote vraag in het leven (geweest)?
Met het risico om wel heel egocentrisch te klinken, de grote vraag in mijn leven is doorlopend: Wie ben ik? Een belangrijke vraag, op zich, om te weten hoe je in elkaar steekt, hoe anderen in elkaar steken, hoe je je tot andere mensen verhoudt, wat je plek in de wereld is. Een verwarrende vraag ook: een persoonlijkheid is caleidoscopisch, niet te rijmen, tegenstrijdig, vloeibaar, eindeloos verraderlijk. Het is ook een verlammende vraag. Je de hele tijd afvragen wie je bent, neigt niet alleen naar narcisme maar is ook doodvermoeiend. Het is een gemis dat we de begrippen ‘zelfbewust’ en ‘verlegen’ niet door elkaar gooien, zoals Engelstaligen dat doen. Want het een is inderdaad het gevolg van het ander.

Basje Boer (1980) is schrijver. Van haar verschenen de romans Nulversie (Nijgh & Van Ditmar, 2019) en Bermuda (Nijgh & Van Ditmar, 2016) en de verhalenbundel Kiestoon (De Arbeiderspers, 2006). Daarnaast schrijft ze over film en (pop)cultuur, onder meer voor De Groene Amsterdammer en De Filmkrant

Meer van deze auteur