Korte Arabesk

door Dirk Vis

Louis Couperus (1863 – 1923) schreef meer dan een eeuw geleden een reeks korte verhalen voor De Gids die in 1911 gebundeld zijn onder de titel ‘Korte Arabesken’. De benaming ‘arabesk’ heeft iets exotisch, iets duizend-en-één-nachterigs; Couperus verzon de benaming zelf, er is geen officieel Arabesk-genre. Wat maakt een arabesk anders dan een kort verhaal? De Gids heeft een aantal schrijvers gevraagd om nieuwe, korte arabesken te schrijven (bekijk ze hier allevier). Deze maand opnieuw onder de aandacht: de korte arabesk van Dirk Vis.

Donkere krullen tot aan een spijkerbroek wachten naast een bord met benzineprijzen. Een Maybach van zes meter lang, donkerblauw, geruisloos, stopt.
‘Layla?’
Layla knikt.
‘Hans? Bent u Hans uit München?’
‘Mooi. Stap in.’
Met haar voorin rijden ze weg van het tankstation en de stad Heidelberg.
‘Ja, het is een fijne auto.’

Op de snelweg gaan de andere auto’s vanzelf naar rechts wanneer de Maybach nadert. Layla is stil. Met ieder kantoor dat voorbijzoeft, vergeet Hans uit München een volgend bullet-point van zijn to-do-lijst.
‘Bossen en kerkspitsen komen op me af. Krijg ik goede ideeën van. Zo open ik. Dat zeg ik tegen de board.'
De bank in München staat voor wijzigingen waarvan iedereen voelt dat ze nodig zijn. Een antennetoren vermomd als naaldboom schiet voorbij.
‘Ik ben CEO, heb nooit vakantie. Ik snorkel in Nieuw-Guinea, zie een maanvis en boven water wacht een telefoontje. Ik trek de kurk van de champagnefles en verstuur een groepsmail nog voor ik inschenk. Alleen achter het stuur van de Maybach... Naar een board meeting in het buitenland... Vakantie.’
Zich láten rijden, dat doet de CEO gewoonlijk. Maar naar Brussel, Straatsburg of Amsterdam rijdt hij zelf. Achter het stuur van een auto van een half miljoen, midden tussen alle andere chauffeurs.
‘Wat gaat u doen in Amsterdam, Hans?’
‘Je, je... Naar een meeting van chief executives. Ik ben voorzitter. Wist je... Aandelen zijn uitgevonden in Amsterdam. Net als de financiële crisis.’

De CEO rijdt van de bank van München naar de bank van Amsterdam. Op de website www.mitfahrgelegenheit.de had iemand zijn rit vermeld. Op die website staat van privéritten waar vandaan, waar naartoe, met wat voor auto en met hoeveel beschikbare plekken de rit zal plaatsvinden. Mensen die zo samenreizen zijn meestal op zoek naar een goedkope reis. De CEO zou zijn rit zelf niet gauw op die website zetten. Hij heeft niet eens weet van zo’n website. Het zal zijn dochter geweest zijn. Ze schaamt zich voor haar decadente familie. Pap, je moet beloven dat je wie zich ook aanmeldt, zult vervoeren.

‘Eerst ken je elkaar totaal niet. Een paar uur zit je heel dicht op elkaar. Je zult elkaar nooit meer zien, ook al wissel je contactgegevens uit. Je krijgt een inkijkje. Je toont jezelf. Mijn eigen vrouw zou best eens in mogen stappen.’
Dit is zijn derde Mitfahrt. Op mitfahrgelegenheit.de staat dat hij 10 procent van de benzinekosten vraagt. Niet omdat hij het geld nodig heeft, maar omdat mogelijke medepassagiers anders zouden denken dat hij iets anders van ze wil. Uit zijn werkkring zou niemand urenlang met een wildvreemde in de auto willen rijden. In Memoires van een CEO las hij: ‘Jarenlang streef je naar de toppositie en dan opeens... zit je daar.’

Layla komt uit Beiroet. Drieëntwintig. Onderweg naar de Amsterdamse vestiging van een Amerikaans reclamebureau om te solliciteren.
‘Aha... Ontwerper... een toekomstig werkloze.’
In Heidelberg verbleef ze bij een vriendin. Samen zochten ze de meest geschikte reis naar Amsterdam op mitfahrgelegenheit.de.
‘Zo’n luxe auto had ik niet verwacht.’
‘Ik zag je staan... Ik dacht... aha, een Turkse, in Duitsland geboren, spreekt geen Turks, wel Turkse ouders... De weg een beetje kwijt... Maar je bent honderd procent buitenlands. Libanese. Sprookjesachtig. Ben je ook moslima?’
Het is nog licht, maar in de bossen rondom de snelweg lijkt het wel middernacht.
‘Wat is het hier een vruchtbare aarde.’
Iedere Mitfahrt begint gespannen. De ander kan een maniak zijn. Zowel chauffeur als passagier kan de ander willen ontvoeren. Hij is veel ouder. Als zij bij de bank had gewerkt, zou ze onderdaniger zijn. Niettegenstaande het leeftijdsverschil, ook al stuurt hij en rijdt zij mee, ondanks zijn kostuum en haar spijkerbroek, zijn ze gelijkwaardig.
‘Mijn vader is moslim. Mijn moeder is christelijk. Ik voel me geen van tweeën. Vroeger... met mijn grootvader... speelde ik in de moskee.’
‘Hier vlakbij staat een moskee, een roze... uit de achttiende eeuw. Dat weet ik, maar ik heb ’m nog nooit bekeken.’
‘Roze?’
‘Ja, wil je ’m zien?’
‘Ja!’

In een Maybach beweegt de weg om de auto. Over kinderkopjes – wel hoorbaar, niet voelbaar – rijden ze een dorp binnen. Voor een achttiende-eeuws slot, turquoise geverfd, met witte luiken, parkeert de CEO.
‘Was dit een reclame, dan zou de camera nu omhoog vliegen voor een shot met auto en kasteel.’
De auto maakt dat zij de bewoners van het slot lijken.
‘Dan droeg jij naaldhakken.’
‘En jij een chauffeurspet.’
De lucht strakblauw, witte sculpturen, gele bloemen, alles is perfect binnen de lijntjes gekleurd. Ze komen uit bij de roze moskee met vergulde versierselen blinkend in de zon.
‘Hoe heten die Moorse bogen ook al weer?’
‘Hoefijzerbogen, hier met barokke zuilen eronder.’
Layla gaat met haar vingers over een inscriptie.
‘Arabische letters, maar aan de lijnvoering is te zien dat de maker niet kon lezen wat hij schreef.’
‘Deze moskee was nooit bedoeld om in te bidden. De vorst wilde in zijn tuin bloembedden, een eendenvijver en ook een moskee. Er is sindsdien niet veel veranderd. Bij het tuincentrum verkopen ze gazonmaaiers, tuinslangen en ook boeddha’s.’
‘“Gezegend bent U, en voor U is de lof.”’
Het meisje vertaalt.
‘In het echt liggen er tapijten op de vloer.’
De CEO trekt zijn pantalon op, gaat op zijn hurken zitten.
‘Na de Tweede Wereldoorlog hebben de Amerikanen hier nog een tijdje een jazzclub in gehad.’
Een moskee in de slottuin. Het is of een geest uit een fles het kasteel heeft opgetild en in Arabië weer neergezet. Wat een macht.
‘Zonder moskee stelde je kasteel niet veel voor.’

In stilte lopen ze terug door de tuinen. Bladeren in de vijver. Gemaaid gras over de kiezels. Twee blikjes ice-cappuccino voor onderweg.
‘Had je al eens in een Maybach gezeten?’
‘Geen idee.’
‘“When Magic Becomes Real”, hun motto. Kitsch natuurlijk. Het is de eerste moderne auto met al op de tekentafel een chauffeur. Een chauffeur behoort tot de standaarduitrusting. In totaal zijn er een paar duizend Maybachs gemaakt.’
Hij opent het achterportier.
‘Je ziet niet dat ie een half miljoen kost. Heerlijk. In een Rolls-Royce kan je met goed fatsoen niet gezien worden. De beste zitplaats in de Maybach bevindt zich net als bij de paardgetrokken koets achterin. Ga jij maar ’ns achterin zitten.’
Op de snelweg trekt de Maybach net zo makkelijk van 100 naar 200 als van 0 naar 100. Layla zit comfortabel op het burgundy leer.
‘Ik had net iets vreemds... Iets wat ik nooit iemand zou vertellen, maar mag ik het je vertellen?’
Hans kijkt in de achteruitkijkspiegel. Geen reactie van Layla.
‘Daarnet in de namaakmoskee... Met de zon op mijn gezicht.’
Ze halen twee elkaar inhalende vrachtwagens in.
‘Het voelde alsof ik in een woestijn was.’
Ze rijden 160 kilometer per uur.
‘Ik had mijn ogen dicht en ik zag een teiltje water.’
De wijzer van de olietemperatuur zit in het groene gedeelte.
‘Ik droeg een doek om me heen... zag een hagedis... iemand te paard.’
Hans staart over het stuur naar de weg.
‘Ik had het al eerder gezien. Ik dacht: ik ben een Afghaan in de negende eeuw.’
Hans kijkt in de binnenspiegel, door het raam dat de cabine scheidt van de rest van de wagen, naar Layla.
‘Ik weet niets van het Midden-Oosten. Ik houd wel van de duizend-en-één-nacht, al heb ik ze nooit echt gelezen. Het verhaal, wat was dat ook al weer?’
‘Een vrouw vertelt ’s nachts een verhaal aan een man. Ze vertelt hem alleen de eerste helft. De volgende nacht vertelt ze de rest en ook het begin van een nieuw verhaal. De man wil iedere nacht een andere vrouw. Maar deze vrouw vertelt steeds maar de helft van het verhaal. Om de rest te horen, wil hij deze zelfde vrouw iedere volgende nacht weer.’

Uit het niets is het kilometerslang stil. De motor is hoorbaar zo stil. Het meisje heeft haar ogen dicht. Een gezicht nog zonder lijntjes. In de binnenspiegel is nog net een stuk hals te zien. Goed lijf. Ja, daar is deze achterbank voor gemaakt. Als ze bij een tankstation stoppen opent Hans het achterportier. Zij stapt uit. Deze auto is van haar. Deze man, dit tankstation, deze nacht ook.
‘In het tankstation zullen ze denken dat ik jouw chauffeur ben. Rommelig pak, buikje, onderkin... En jij, popzangeres, dat ben jij.’
‘Een buikje is aantrekkelijk, vergis je niet.’
In het wegrestaurant delen ze een appel onder een neppalm. Terug in de auto haalt zij een tabletcomputer uit haar rugzak.
‘Ik werkte voor een bureau in Beiroet. Videoclips.’
Ze houdt het scherm voor haar borst, zodat hij het in de binnenspiegel kan zien. Een muziekvideo. Een man zingt over zijn bruid. Een bruid in de speciale, witte Maybach.

Een derde van alle Maybachs rijdt in het Midden-Oosten.

‘Wij deden de post-production en de belettering. Ik heb vrienden in Amsterdam en Egypte. We willen een eigen video maken. Ik schrijf soms zelf de liedjes. Libanon heeft heel beroemde zangeressen.’
Later valt ze in slaap. Hans rijdt nu in de eerste plaats naar Amsterdam om het meisje af te zetten. Even over de Nederlandse grens vraagt hij of ze ooit eerder in Nederland was. Geen antwoord. Bij het eerste Amsterdamse stoplicht komt ze overeind.
‘Waar zal ik je afzetten?’
‘Maakt niet uit.’
‘Waar moet je heen?’
‘Ik heb hier het adres van een vriend.’
‘Ik zet je voor de deur af.’
De Maybach rijdt langzaam door de smalle straatjes van de binnenstad. Hans durft nauwelijks in de spiegels te kijken. Ze komen bij het adres. Hij kan niet anders dan de auto midden op de weg laten staan. Meteen toeteren twee andere auto’s om erdoor te mogen. Layla stapt uit.
‘Dank je wel. Dank voor de trip. De trip houdt nooit meer op. Je rijdt in een sprookje, Hans, je denkt dat het echt is, met board meetings en notulen en business trips, maar dat is maar de helft van het verhaal. Natuurlijk ben je een Afghaan geweest in het jaar 900. Dag.’
Een fietser geeft een pets tegen de zijkant van de auto. Layla verdwijnt door de huisdeur. Er wordt weer getoeterd. Hans trekt op. Bij het stoplicht laat hij via de binnenspiegel zijn blik over de middenconsole met parfumdispenser, de LED-verlichte banen in het portier en de leren zitting gaan. Hij moet nog iets verzinnen om morgen de vergadering mee te openen.

Afbeelding: privé-collectie Robbert Woltering