Bij dit nummer

door Dirk Vis

Een brandweerwagen loeit, toetert en trekt op, een vreemde taal klinkt vanaf de straat, een helikopter, en uiteindelijk gaat mijn wekker. Na koffie, de krant en het maken van dit redactioneel fiets ik via de islamitische wijk, de joodse buurt en de Brooklyn Bridge naar Manhattan. Er zitten hier literaire tijdschriften in allerlei variaties van vorm, inhoud, missie en achtergrond. Er zijn er hier meer dan bij ons, zoals er hier van alles meer is. Er zijn meer voorleesavonden en meer daklozen. Er is meer geld en meer armoede. En er is meer reclame, want daar stoppen ze het meeste geld in. Over straat lopen mannen met LED-schermen als wandelende televisies. Reclame wordt wel de simpelste vorm van tovenarij genoemd. In de woorden van K-hole, een artistiek pdf-tijdschrift, opgericht door jonge mensen uit de New Yorkse reclame wereld: ‘We hebben iets sterkers nodig.’ Schrijven is een magische handeling, dat hoorde ik iemand zeggen op de vorige bijeenkomst van de Gids-redactie. Terwijl je bezig bent, nemen de woorden het over. Misschien kun je zelfs niet helemaal uitsluiten dat er dingen gebeuren doordat je erover schrijft. K-hole: ‘Het is een manier om verandering teweeg te brengen door middel van een proces dat niet helemaal valt te begrijpen.’ Straks ga ik koffiedrinken met iemand die meer weet. Ik ga hem vragen om iets sterkers. Een tegenspreuk. Ik fiets erheen, want dat is sneller en je ziet tenminste iets van de stad. Ik heb op mijn Amerikaanse fiets een fietsbel gezet. Die Hollandse tring heeft op het verkeer vooralsnog geen enkel effect, maar als de bel uit zichzelf rinkelt door de kuilen in het wegdek, kan iedereen horen hoe het geluid zich vermengt met de sirenes, de helikopters, de vrachtwagenmotoren, de bas van de alomtegenwoordige rapmuziek en alle talen van de wereld.

Namens de Gids-redactie,

Dirk Vis