De dag is lang genoeg voor mij, mrs. Dalloway


ik stel me voor dat de steigerbouwers van Mundo het gaas hebben uitgerold en strak hebben aangespannen zó dat precies op de plaats, in het midden van het kapitale pand aan het dromerig Damrak, de boodschap van Laser te zien is, apathy is an epidemic




als je begint, moet je niet meteen denken
dat je iets voelt
je gaat de hoek om en daar is het heel anders
je kunt het vergeten, de wind is gaan liggen
niemand wil in die straten leven
en toch wonen er mensen
de layout van de stad maakt microklimaatjes



de dag is lang genoeg voor mij, mrs. Dalloway


het was een mooie dag. zon bescheen de rivier waar vroege roeiers in smalle kano’s navigeren. ik speelde boundless informant in het Belvoirpark met snippers negentiende-eeuwse spoorwegobligaties en oude bouwfoto’s van de Gotthardtunnel waarbij het gedicht the March into Virginia me te binnen schiet. af en toe spring ik van steen tot steen en kan dit lang volhouden maar het is geen mars, Manassas ligt niet ver van de rivier Potomac, ook daar moet het uitzicht bellevue zijn, wie had gedacht dat zij op het plein om het leven kwam, vertrouwde schrijver en mecenas


the whispiest of clouds


traces the blue spring sky


this reminds me of some definite kind


of tapestry


or perhaps


a chinese painting or silk


curtain



terwijl ik over Seynabs deschooling society lees begint de mobiele eenheid het Maagdenhuis te ontruimen en dat zou je als ontscholing kunnen opnemen, zij het dat de vrijgekomen ruimte door accountants and managers wordt ingenomen die stevig in duurzame scholing zijn ingebed en voor haar oneindige beweging zorgdragen



create rocks and mountains



zij antwoordde dat als een land een wolk wilde maken, groot genoeg om daarmee het klimaat te veranderen, dit met satellieten en met instrumenten vanaf de grond zichtbaar zou zijn en hoewel het gebruik van het weer als een wapen onder het verdrag verboden was scharrelde het land toch wat in weermodificatie – zo hadden onderzoekers in project Storm Furie allerlei deeltjes in onweersbuien gestrooid om hun vernietigende werking te verminderen of, gedurende de oorlog wolken gezaaid over de aanvoerroute van voetsoldaten om haar door modder onbegaanbaar te maken


we hadden het winters zonlicht zonder de winter, de lucht was fris zonder uitlaat van de afvaloven, er waren zo ook al genoeg wolken, ieder liep en jogde op de uitgelegde paden en als op een artist’s impression van een nieuw stadspark kwamen ze in gevarieerde sportkleding in twee- en drietallen op me af en liepen ze me voorbij, onweerstaanbaar riepen ze de walkers bij me op en ik denk aan Walser en dat nu iedereen verre voettochten en pelgrimages maakt en daarover schrijft.



cloud longing



omdat we lopen onder de bloesembomen, ook ‘s nachts


vuilcontainers ontpoppen zich als tankgeschut bij de bankkantoren.



wij zien niet de wildernis die we maken, we zien slechts de wildernis die is, wanneer we uit huis, kantoor of auto stappen. wij plukten de dag, we plukten de dag we plukten meer, we plukten de lucht waar alles rondzweeft, in beweging gebracht wat in beweging kon zijn, vaste lichamen werden aanbeden maar zelf verdween men steeds meer, ieder greep om zich heen