controle

van wie zijn de drachtige(n)
van wie is straks mijn baren


ook het gedicht, hierna te noemen
maartje smits, is niet van zichzelf


zij spint de serpentine
volgzaam
karrenspoor
rolkoffers
over doffe
tegels binnen
noch buiten
achter de scanner lonkt
een indoorpark
sluit aan, maartje
sluit aan


terwijl een computer de naaktbeelden aflikt
terwijl voorwerpen ingeslikt of ingebracht zelden
   worden gedetecteerd
verlangt het ingecheckte kind
een 100-procentcontrole


ze scannen je / ik ben
een voertuig dat wordt doorgelicht
een baarmoeder trekt samen
minigolven
mooie blauwe stralen van het achterland
voorbij veiligheid en controle
het ingecheckte kind
vraag nog wat we bedoelen
met uitzicht
(ons opgeslagen gelaat)


plaats uw voeten in voorgeschreven spreidstand
u voelt misschien een briesje
een seconde
een tweede seconde
een staat waarin iedereen ons mag aanraken en
   afkijken


is dit de controle
dan gaan we hier liggen


algoritmes grasduinen langs
de subramen van mijn / haar gezicht
een neusbrug markeert
de afstand en categorie waartoe wij gaan behoren


dit blikveld is onschadelijk
zij is wit
en vrouw
en opgeleid
zij glimlacht 80% oprecht
correct in zo'n situatie
zij vormt geen bedreiging