Vijf gedichten

selfservice


we staan bij de benzinepomp - mijn biologische vader tankt, ik kauw
en kijk de snelweg af


ik steel nog steeds, ik wil nog meer
ik eet maar raak- we stappen in


er is een hele wijde zee,
maar in de auto is het heet, mijn koptelefoon
helpt nergens voor, ik sluit
de ramen, deuren, nooduitgangen
ik sluit
de vluchtstrook galmt de hitte in


hij zegt:
je weet wel dat de buurman je zusje wil vermoorden
dus breng ik ons in veiligheid
en kijk dan, kijk dan, NU, NU, NU, NU, NU
de bomen groeien in nul minuten,
de duivel haalt ons in


ja


hij zegt:
ik ben over zijn auto heen gedanst en om
de vruchtbaarheid bracht ik een ei
aan alle andere buren die natuurlijk
liefde zijn, liefde zijn,
liefde zijn!


en het is waar


hij scheurt hard door, hard
door alles is uiteen
en bij de gratie
  van verschil
het universum draait - de afslag op


en biologisch op de achterbank
klap ik:





naar binnen


met mijn dunne tenen
  lepel ik
resten goedheid van de straat


ik zie
achter dubbele ramen
zie ik
  'gezinnen' - ze gaan
steeds aan tafel, vaders lopen woonkamers in


ik kijk vanuit het donker, zwabber met mijn broekzak
gestolen geld rond mijn linkerbeen


  terwijl mijn rechterbeen
    elektrisch
  aan de stoep is genageld


de zoektocht van iedere vezel blijft angstig werk
en vreet zich rond
een open midden


ik sta en kijk,


kijk deze ringweg
  die ik ben
en zwaai mijzelf van buiten
  naar binnen


ik moet
van buiten
  naar binnen





ik moet


de kamer uit, de straten in voor
alle schitterende deuren waar ik
binnen kan gaan,
  ik wil kleuren
  met mijn technische ogen
zien hoe mijn linkerhand
mijn rechterhand- hoe alles
samengaat


hoe de stoepranden mijn sneakers schuren
hoe trams verbanden tonen
in mijn stratenplan
hoe ik
  gelokt door snijdende auto's
ben
  een willoos insect dat niets meer
verdragen kan - niet meer
  slapen kan
niet meer - wachten





herhaling


op weg naar het ziekenhuis
draait de witte taxi de snelweg af,
draaien mijn ogen weg en
alle namen, ik herinner mij,
de laatste keer dat ik bomen zag -
dacht ik aan jou


dacht ik:
de zoektocht van iedere vezel is
  langzaam ook - is
een omtrekkende beweging


is: ik heb je gekend -


is: dat er dankzij een kern
van stuwing
  herhaling was, herhaling
en voldoende afstand:


liefde-





clinique du parc


met stomheid geslagen kom ik aan de grens
van het mysterie van het gelijk geblevene:


er bestaan namen die tonen wiens vader de vader is van de vader
en steden waar wachters het eigene bewaren
en niemand weet de gelijkheid van 1 = 1 en waar rust is, zo kom ik daar


en het mysterie is altijd veelzijdig gebleken, het mensdier staart
me aan, onkenbaar in de diepte en de godennamen verbuigen of:
veelheid openbaart zich, ik weet het niet maar gedragen door
het gelijk geblevene omhult het me


en het mysterie ontvouwt zich


in de zachte lichten van de verkoeverkamer
met in mij verheven, de ander van oriëntatie, zie ik de
variabele verstuivende aanwezigheid