Bij dit nummer

door Redactie

Het Kwaad

In 1590 doodde Carlo Gesualdo, prins van Venosa, zijn vrouw en haar minnaar, niet in een opwelling, maar nadat hij hen doelbewust in de val had laten lopen. Zijn maatschappelijke positie garandeerde hem straffeloosheid, maar er zijn aanwijzingen dat de rest van zijn leven in het teken stond van wroeging, wreedheid en zelfhaat. Opmerkelijk genoeg schreef hij in de jaren na de moord muziek van bijna bovenmenselijke schoonheid, wringend polyfone madrigalen over liefde, dood en God. Getuigt de complexe meerstemmigheid van een onoplosbaar innerlijk conflict?

Gesualdo is niet de enige kunstenaar die het Kwaad in de ogen heeft gezien. Zeker sinds de romantiek zoeken veel dichters, schilders en componisten de nachtzijde op, soms puur uit morbide fascinatie, soms om hun demonen te bezweren of een oplossing te zoeken voor het Kwaad dat de mensheid teistert. Teneinde het monsterlijke in onszelf te leren kennen moeten we de grenzen van moraal, fatsoen en liefde durven te overschrijden. Paradoxaal genoeg levert dat vaak huiveringwekkend goede kunst op. 

Voor dit nummer heeft De Gids een aantal schrijvers uitgenodigd zich met het Kwaad te verstaan en daarbij zich­-

zelf noch de lezer te sparen.

Diverse aspecten van het Kwaad komen aan de orde, van racisme tot dissonant, van agressie tot psychose, van totalitaire controledrift tot een filosofisch project om het Kwaad in metafysische zin te elimineren. Maar als er één ding duidelijk wordt, is het wel dat het Kwaad zich niet laat temmen. 

Tijdens het Holland Festival speelt theatergroep De Warme Winkel in samenwerking met het Nederlands Kamerkoor een voorstelling over Gesualdo. Dit nummer van De Gids is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met De Warme Winkel en het Holland Festival. Wanneer dit nummer ten doop wordt gehouden, zullen er onder meer vier voor de gelegenheid gecomponeerde madrigalen worden gezongen, op teksten van de dichters Mischa Andriessen, Martijn Benders, Annemarie Estor en Rozalie Hirs.


Piet Gerbrandy, Fiep van­­ ­Bodegom en Adriaan van Veldhuizen, namens de redactie.