Camp,’ schrijft Susan Sontag1, ‘is a kind of love, love for human nature. […] Camp is a tender feeling.’

Camp zet op losse schroeven. Camp stelt vragen, niet om tot denken aan te zetten maar om plezier aan te beleven. Want camp is speels. Sontag schrijft: ‘It wants to enjoy.’

Camp beleeft plezier aan falen. Camp beleeft plezier aan een mislukte poging, zolang die poging oprecht is. Maar camp maakt niet belachelijk. Camp lacht niet uit. Camp is compassie.

Ruth van Beek

1.

Chuck Norris: vechtsporter, actiefilmacteur, patriot. Conservatief op het agressieve af. Mannetjesman in overdrive. Denk aan Norris en je denkt aan een wapperende Amerikaanse vlag. Denk aan Norris en je denkt aan geweld. Aan vergelding, aan het spelen voor eigen rechter. Aan toxic masculinity. Denk aan Norris en je denkt aan iets wat strikt genomen geen camp is maar wat in ieder geval tot de campfamilie behoort. Ik noem het machocamp.

Machocamp is een guilty pleasure. Machocamp gaat niet om slechte smaak maar om foute smaak. Het verheerlijkt, het verlangt. Het verlekkert. Fout wordt lékker fout. Juist het schuldige aspect is hetgeen waaraan het plezier wordt ontleend. Machocamp verheerlijkt het taboe, het geniet van wat eigenlijk niet mag, juist omdat het eigenlijk niet mag.

Machocamp is geobsedeerd door de jaren tachtig: de goedkoop gemaakte actiefilms, het opzichtige kapitalisme, de bodacious babes. Het seksisme en het geweld, het opportunisme en de schaamteloosheid. Machocamp maakt dat alles onschadelijk door het te vieren. Het geweld blijft beperkt tot de speelduur van een film en wordt bezegeld met een happy ending.

Machocamp is a tender feeling.

Een filmtheater haalt een 1 aprilgrap uit. Ze zeggen Sex and the City 2 als moderne klassieker te vertonen, het gênant slechte vervolg op het quasislechte vervolg op een briljante tv-serie. Op de dag van vertoning schrijft het filmtheater dat ze Sex and the City 2 ‘natuurlijk’ niet zullen vertonen. De film is niet alleen slecht maar bovenal fout, want druipend van materialisme en oriëntalisme, met Abu Dhabi als backdrop. Vier maanden later wijdt hetzelfde filmtheater een avond aan één acteur: Chuck Norris. Want waar Sex and the City 2 fout is, daar is Norris l_é_kker fout. Het patriottisme, het geweld en de toxic masculinity: lékker fout. Zijn conservatieve gedachtegoed, zijn seksisme, zijn racisme, zijn homofobie: lékker fout.

Er is iets aan de uitvergroting van mannelijkheid wat we direct herkennen als grappig, en dus als plezierig. Er is iets aan geweld en agressie dat we waarderen, of op z’n minst dulden, als entertainment.

2.

Ze wappert en zwaait met haar lange haren. Ze stampt met welgevormde benen. Vanonder lange wimpers kijkt ze naar je, een tikje hooghartig, en glimlacht soeverein. Ze is vloeiende lijnen en lichtgevende huid. Ze is zacht en warm, rond en goud. Ze is benaderbaar en onbereikbaar, troostend en afwijzend. Nabij en ver weg.

Als je camp wil begrijpen, schrijft Sontag, moet je begrijpen dat iedereen een rol speelt. Dat het leven theater is. Als machocamp een performance van mannelijkheid is, dan is Beyoncé de vleesgeworden performance van vrouwelijkheid. De zangeres, de kunstenaar, de mogul wier heupen alleen al een overdrijving zijn, maakt theater van haar vrouw-zijn. Dat zachte, dat warme, dat ronde, dat gouden: ze wappert het in je gezicht, ze beantwoordt je vragen met een uitroepteken.

Chuck Norris symboliseert kracht, zowel fysieke als spirituele. Beyoncé ook. Norris symboliseert autonomie, Beyoncé ook. Allebei staan ze voor controle. Voor autoriteit. (‘Who run the world?’) Allebei benaderen ze hun gender bijna militant. (‘Get in formation.’)

Maar Norris is camp en Beyoncé maakt kunst. Hij faalt, zij slaagt. Hij roept a tender feeling op, zij inspireert.

3.

Oude filmsterren. Lichtvoetige klassieke muziek. Bepaald design en álle operettes. Sontag schrijft over de cultuur die camp destijds – Amerika, de jaren zestig – als vocabulaire gebruikte. Low art dus. Popcultuur, kunst voor de massa. Camp, aldus Sontag, zet het tussen aanhalingstekens. De enige reden om iets tussen aanhalingstekens te zetten, voeg ik daar aan toe, is om er taal van te maken. Om ermee te spreken.

Inmiddels – internet, het heden– spreken we niet zozeer camp als wel popcultuur. We spreken films uit de jaren negentig en nieuwe Netflixseries. We spreken tweets van celebrity’s. Gifs, filmpjes. Tests die uitwijzen welke Spice Girl je bent. We delen ze niet alleen, we geven ze nieuwe betekenissen. We maken er een code van, alleen te kraken door degenen met wie we een gemeenschap vormen, zodat het internet zich plooit rond clubjes en niches, rond generaties en subculturen. We spreken popcultuur om iets mee te signaleren. Om iets te vertellen over onszelf en daarmee aansluiting te vinden bij een ander. Popcultuur is het wachtwoord dat toegang geeft tot het clubhuis.

Om camp te begrijpen, moet je begrijpen dat iedereen een rol speelt

Soms spreken we popcultuur om iets op te lossen. Om een raadsel te kraken, of om hoe dan ook iets open te breken.

In Nederland spreken we amper popcultuur. Hier maken we een strikt onderscheid tussen Hoge Kunst en plat vermaak. Hier houden we van overzicht, van aangeharkt. Van zwart en wit, van rechttoe, rechtaan. Hier nemen we de dingen at face value. We spreken geen codetaal, we kennen geen ambiguïteit. Als we al popcultuur spreken, dan spreken we het niet op het scherpst van de snede. Dan gebruiken we het niet om iets te onderzoeken, om iets uit te vinden of op te lossen, zoals dat in de Amerikaanse cultuur gebeurt. Sontags camp was een taal die een gemeenschap, de homogemeenschap, kaderde, verbond en daarmee emancipeerde. Zelfs als je popcultuur spreekt als tijdverdrijf, om jezelf en anderen mee te vermaken, kun je er politiek mee bedrijven.

Er is een nieuwe taal aan het ontstaan, ik zie het gebeuren. Een nieuw alfabet, een nieuwe schikking van popcultuur, die een nieuwe gemeenschap vormgeeft. Ik zie hoe die taal zich aftekent in tweets, op blogs, op Instagram. Er is geen naam voor, ik noem het ladycamp. In ladycamp zie ik een oplossing. In ladycamp zie ik de uitkomst van een raadsel. Maar wat is precies het probleem dat ladycamp oplost?

4.

De Verenigde Staten, begin jaren negentig. Vrouwenpunkrockband Bikini Kill trapt in één keer de derde feministische golf én een nieuwe muziekstroming af. Riot grrrl is het punkzusje van grunge: harder, ironischer, minder emotioneel, straight forward. Ook de esthetiek van riot grrrl laat zich in al haar achteloosheid vergelijken met de esthetiek van grunge. Bands als Bratmobile en Sleater-Kinney kleden zich alsof ze hun outfits die ochtend met de slaap nog in de ogen van hun slaapkamervloer hebben opgeraapt. Hun haar is vet en ongekamd, hun make-up slordig aangebracht. Maar er zit ook een knipoog in naar tuttige meisjesachtigheid: haarspeldjes, jarenvijftigkapsels, jarenveertigrokken,schoolmeisjeskraagjes.

Courtney Love, frontvrouw van Hole, een van de vrouwengitaarbands in de slipstreamvan riot grrrl, vergroot die ironische meisjesesthetiek uit en maakt haar iconisch. De babydolljurken, het krullerige handschrift op albumhoezen en haar achternaam roepen de clichés van meisjesachtigheid niet alleen op, maar tonen ze via een lachspiegel. Haar haren zijn donker aan de wortels maar groeien platinablond uit. Haar schattige jurken zijn vies en kapot. Er zitten ladders in haar panty en haar lippenstift is uitgesmeerd. Ze zingt over liefde en verlangen, maar dan het soort liefde dat tot wanhoop drijft en een verlangen dat meer op obsessie lijkt. Ze zingt over geweld en chaos. Over pijn en woede. En ze is het ook: boos en gewelddadig. Een en al chaos.

Ze maakt een karikatuur van zichzelf, iets grotesks en ongemakkelijks. Iets wat verontrust en beangstigt. Haar naaktheid – blote benen, een blote buik, de bh die onder haar jurk vandaan komt – is niet seksueel maar provocatief. Ze zet haar voet op de versterker en laat het publiek onder haar rok kijken. Ze dwíngt je om te kijken, je zou niet eens kunnen wegkijken als je zou willen.

5.

Wie naar Chuck Norris kijkt, hem mild bespot en plaagt, waant zich de mannetjesman die hij in het echte leven niet is. Die hij niet mag en zelfs niet wil zijn. Machocamp is a tender feeling. Machocamp is een fantasie.

Aan welk wangedrag zouden vrouwen plezier beleven? Wat zijn de taboes, de nono’s, die bij vrouwen een mengeling oproepen van verlangen en schuldgevoel? Van tederheid? Tekent ladycamp zich af in het spektakel van Courtney Love? Het type vrouwelijkheid dat door Love wordt uitvergroot, waarvan zij een monster bouwt, is van een kwaadaardige soort. Het is ongewenste vrouwelijkheid. Irrationele vrouwelijkheid. Love draagt hysterie als een badge of honor. Ze is the madwoman in the attic, de gekkin die je niet op kunt sluiten.

Hoe past Love in het heden? Popmuziek is de arena waarbinnen vrouwelijkheid op dit moment wordt geduid en bevraagd. Woede en waanzin zijn weliswaar vervangen door controle en ongenaakbaarheid, maar ook de hedendaagse queens of pop spelen op hun eigen manier met de clichés van vrouwelijkheid. Ze spreken ze tegen, ironiseren ze. De piepjonge Billie Eilish verwart door haar conventioneel knappe en slanke verschijning in baggy kleding te steken. Janelle Monáe en Lady Gaga gebruiken high fashion om zich uit te spreken, en niet om zich mee te verfraaien. Katy Perry is niet bang om, gekleed als cheeseburger of Ursula uit De kleine zeemeermin, een punchline te makenvan haar lichaam.

Lana Del Rey, misschien de interessantste popprinses van haar generatie, gebruikt het cliché van de sad girl, het Ophelia-stereotype, om melancholie en leegte te ironiseren. Ze voert zichzelf op als de onbereikbare love interest van de hoofdpersoon uit een willekeurig coming-of-ageverhaal, maar laat alleen haar eigen perspectief zien, in plaats van dat van de man. In haar songteksten en esthetiek resoneren zowel nostalgie als een eigentijdse sensibiliteit, zowel romantiek als cynisme.

Welke nono’s kunnen we nog meer opspelden als een medaille? Welke aspecten van vrouwelijkheid laten zich uitvergroten? Wat ontlokt een glimlach, catharsis, verlangen, schuldgevoel?

6.

Het Twitter-account van Jill Gutowitz, zelfverklaard ‘overlord of lesbian Twitter’, leest als een ironische encyclopedie van hedendaagse lesbische popcultuur. In haar populairste tweet heeft ze alle bands op een poster voor het Coachella-festival vervangen door lesbische popcultuurfenomenen: niet alleen de actrices uit Carol, de door Todd Haynes geregiseerde verfilming van de gelijknamige roman van Patricia Highsmith over een lesbische liefde, maar specifiek de handschoen van Cate Blanchett en de hoed van Rooney Mara; en niet zozeer de verhaallijn van The Favourite (nog een film over lesbische verhoudingen) maar specifiek de scène waarin het ene personage het andere wurgt. Verder op de poster: de jas van Nancy Pelosi, Gillian Anderson yelling in a British accent, de geest van Lindsay Lohan, de blinddoek die Sandra Bullock draagt in Netflixfilm Bird Box, alles wat Reese Witherspoon dit jaar heeft gelezen en mannen die hun excuses aanbieden. Gutowitz’ tweets over verlangen en neurose (ook angst is geboekt voor haar lesbische Coachella) zijn particulier, maar juist die specificiteit zegt iets over een universele ervaring.

Dyke camp, schrijft journalist Mikaella Clements op website The Outline2 draait om lichamelijkheid. Om bepaalde gebaren, Een blik, maniertjes. ‘A certain hunch of the shoulder, a crooked grin, a beckoning hand […] A walk that looks like a dance.’ Dyke camp, schrijft Clements, gaat niet per se om een lekkerlijf, het gaat erom hoe je dat lijf gebruikt.

Waar camp de liefde verklaart aan het kunstmatige (‘the unnatural’), daar gaat het bij dyke camp om het overdrijven van het natuurlijke (‘the ultra-natural’). Waar camp draait om aankleden en verkleden, daar draait dyke camp om wat er ónder de kleding zit. Waar camp publiek is, daar is dyke camp introvert. Privé, intiem. Het is een taal die binnenskamers wordt gebezigd en daar ook over gaat: over het vertrouwelijke, het intieme, het naar binnen gerichte, het onder ons.

Sontags camp ontstond als codetaal van een minderheid, een gemeenschap in een gemarginaliseerde positie. Dyke camp is dat in zekere zin ook, maar verheft het spreken van de code tot esthetiek.

In ladycamp zie ik de uitkomst van een raadsel

7.

Beyoncé: zangeres, kunstenaar, mogul. Beyoncé: feminist. Zij leidt (‘Who run the world?’), wij volgen. Zij geeft het voorbeeld (‘Get in formation’), wij doen na. Beyoncé preekt, wij luisteren. Beyoncés feminisme is hot, in de zin van sexy. Beyoncés feminisme is niet ergens tegen maar nadrukkelijk ergens vóór. Niet anti-man maar pro-vrouw. Beyoncés feminisme wijst de male gaze niet af, ze zet die juist in. Je mag kijken, Beyoncé geeft je toestemming, maar je kijkt wel op háár voorwaarden. Daarin schuilt haar kracht, en tegelijkertijd maakt het haar zwak.

Beyoncé vergroot iets uit, maar het is niet haar vrouwelijkheid. Het is haar seksualiteit. Wat als haar seksuele kapitaal is uitgeput?

Ook dyke camp gaat over seks. Ook dyke camp gaat over kijken, over een machtsverhouding die wordt bepaald door een seksualiserende blik. Maar waar dyke camp een spel is tussen twee partijen, tussen degene die kijkt en degene die wordt bekeken, daar is Beyoncé zowel het onderwerp als de manipulator van de blik. Bij Beyoncé gaat het altijd om het individu, om één enkel persoon: Beyoncé zelf. (We weten allemaal het antwoord op ‘Who run the world?’ en dat antwoord is niet ‘Girls’.)

Ook dyke camp seksualiseert de vrouw, maar houdt er veel ongeremdere ideeën op na over wat mooi en sexy is. Bij dyke camp ligt de verhouding tussen kijker en bekekene niet bij voorbaat vast. Dyke camp is veel vrijer om de verhouding tussen die twee te onderzoeken. Als er al een ongelijke machtsverhouding is, dan is die niet gebaseerd op een historische disbalans.

Dyke camp plaatst de vrouw buiten de male gaze, maar gaat nog steeds over seks.

8.

Het was het internet dat het stereotype, een specifiek Nederlandse stereotype, claimde. Het was het internet dat dit stereotype ving in nogal nasty, zelfs uitgesproken hatelijke memes. De Nederlandse vrouw van middelbare leeftijd heeft een ‘kortpittig kapsel’. Omdat het makkelijk is, omdat ze vindt dat het haar vlot staat. De ‘kortpittige vrouw’ draagt een hoekige bril. Ze draagt laarzen met een lage hak, truien met frutsels of ritsen. Een spijkerbroek die haar billen op de een of andere manier platter maakt in plaats van ronder. De grap is dat ze niet aantrekkelijk is. Of, nog grappiger, ze doet haar best niet om er aantrekkelijk uit te zien. Lachen. De kortpittige vrouw dikt haar vrouwelijkheid niet aan maar zwakt die juist af. Ze faalt in haar vrouw-zijn.

Waar het falen van Chuck Norris wordt benaderd met ironie, daar wordt het falen van de kortpittige vrouw benaderd met smalend sarcasme. Ze wordt uitgelachen, afgefakkeld, niet met milde spot maar met harde hoon. Met amper verholen woede en minachting.

Jonge vrouwen dragen hun haren lang en golvend. De trend schrijft romantisch voor. Natuurlijk, verzorgd. Achteloos, effortless. Het is de trend van het eeuwige meisje. Als een visioen van zachtheid doemt ze op uit een wolk parfum. Wijkt ze daarvan af, laat ze zich van een meer hoekige kant zien, dan wordt ze precies dáár op gepakt. Trekt ze haar mond open, een onmeisjesachtig grote mond, dan wordt haar verweten dat ze niet lekker is. Dan heeft ze geen recht van spreken omdat niemand haar wil doen.

9.

De male gaze, een term die begin jaren zeventig werd gemunt door filmtheoreticus Laura Mulvey3, is de blik die ons wordt aangeleerd door films, cultuur, popcultuur en marketing. Het is een term die niet helemaal recht doet aan de blik waarmee we elkaar vandaag de dag bekijken.

Ik volg de contouren van ladycamp en stuit op iets wat nog weidser uitloopt dan de male gaze. Mannen, schreef kunsthistoricus John Berger rond dezelfde tijd als Mulvey,4, handelen, terwijl vrouwen verschijnen. Mannen kijken naar vrouwen, en vrouwen kijken naar hóé ze worden bekeken. De male gaze reduceert vrouwen tot ‘an object of vision: a sight’. Tot iets om naar te kijken. Maar de blik waarmee we elkaar op dit moment bekijken gaat niet alleen over man versus vrouw. Die blik gaat niet alleen over seksualiteit of gender, maar over het soort vrouwelijkheid dat we dulden, en het soort dat ons nerveus maakt. Over passen in een mal, over in een mal gedwongen worden.

Ik volg de contouren van ladycamp en stuit op het kruispunt waar conventie en de male gaze elkaar ontmoeten. Waar de conventie door de male gaze wordt gedicteerd. Hier worden vrouwen niet alleen gereduceerd tot het onderwerp van een blik, hier worden ze gestraft als ze zich niet naar die blik voegen. Hier worden ze teruggeduwd in de mal wanneer ze niet conventioneel aantrekkelijk zijn, wanneer ze niet eens een poging doen om dat te zijn. Wanneer ze hun seksualiteit niet in dienst stellen van de man maar van zichzelf. Deze vrouwen roepen woede op. Publieke verontwaardiging. Het terugduwen gebeurt met een felheid die grenst aan agressie.

Dit is geen male gaze, dit is een male lens. Dit is het vizier dat bepaalt hoe we, zowel mannen als vrouwen, naar de wereld kijken. Alles wat buiten dat vizier valt maakt ons ongemakkelijk. Alles wat erbuiten valt is verdacht en verwarrend.

10.

Zeg de naam Barbra Streisand tegen een willekeurige heteroman en je krijgt een vies gezicht te zien. Het moet iets te maken hebben met dat zoete, met dat zalvende dat met de jaren zalvender wordt. Het moet iets te maken te hebben met haar ernst. Met dat tuttige en humorloze. Hoe zachter Streisand zich maakt, hoe hoekiger ze wordt. Ze is zorgzaam maar geen moedertype. Ze is eigenzinnig maar niet one of the guys. Ze is mooi en sexy maar ze past niet in de male gaze. Ze is niet pleasing en ze is niet dienstbaar. Ze is schaamteloos in haar vrouw-zijn, unapologizing. In Streisand zie ik ze afgetekend, de contouren van wat ladycamp zou kunnen zijn. Nee wacht, het zit anders. Ladycamp is het noemen van Streisands naam, niet alleen onder vrouwen maar ook onder mannen. Ladycamp is het feit dat ze niet meer stiekem maar openlijk wordt aanbeden, niet alleen als gay icon maar ook door jonge vrouwen, op blogs en social media. Schaamteloos. Unapologizing.

Ladycamp is Céline Dion en Cher, living their best life,op middelbare leeftijd en zonder man, in Las Vegas-veren en glitterpruiken.

Ladycamp is de dragcultuur, populairder dan ooit door realityshow RuPaul’s Drag Race. Ladycamp maakt theater van het vrouw-zijn maar gaat voorbij aan het seksuele aspect ervan. Ladycamp doet geen concessies. Ladycamp heeft zelfspot en attitude.

Ladycamp stelt de vraag wat vrouwelijkheid eigenlijk is. Tast de grenzen van het vrouw-zijn af, geeft ruimte aan alternatieven.

Ladycamp morrelt aan de kaders van de male lens, en doet dat door vrouwelijkheid los te koppelen van seksualiteit.

Ladycamp is de ironie van Lady Gaga en riot grrrl.

Ladycamp is de woede van Courtney Love en de melancholie van Lana Del Rey. Ladycamp is schaamteloze emotie.

Ladycamp is Jessica Fletcher, de whodunnit-schrijver en amateurspeurder uit tv-serie Murder She Wrote, die in de hoekjes van het internet wordt vereerd als icoon en rolmodel. Ladycamp is The Love Witch (2016), de cultfilm van Anna Biller die overdrijving gebruikt om te knipogen naar de B-films van de jaren zestig, maar in wezen een serieus verhaal vertelt over een vrouw wier wanhopige verlangen naar liefde keer op keer wordt beantwoord met lust. Ladycamp is de interesse van jonge vrouwen in astrologie, een interesse die, deels ironisch, deels oprecht, niet wordt bevredigd door horoscopen in suffe damesbladen, maar een die zich vertaalt naar hippe blogs en apps. Het is een interesse die zelfbewust is, en trots.

Ladycamp is een taal, een die een gemeenschap definieert en afbakent.

Ladycamp bevraagt de male lens, juist door hem te negeren.

Ladycamp is never having to say you’re sorry.

Ladycamp keert schaamte binnenstebuiten, haalt er plezier uit.

  1. Notes on “Camp”, 1964 

  2. Notes on Dyke Camp, 2018 

  3. Visual Pleasure and Narrative Cinema, 1973 

  4. Ways of Seeing, 1972 

Basje Boer (1980) is schrijver. Van haar verschenen de romans Nulversie (Nijgh & Van Ditmar, 2019) en Bermuda (Nijgh & Van Ditmar, 2016) en de verhalenbundel Kiestoon (De Arbeiderspers, 2006). Daarnaast schrijft ze over film en (pop)cultuur, onder meer voor De Groene Amsterdammer en De Filmkrant

Meer van deze auteur