Donkere materie

in memoriam Dennis Villanovu

Ook de zee rook gisteren naar de lente. Jong zonlicht speelde in het schuim op de golven. De genodigden liepen over de plankieren en namen plaats op de tribunes die rond de brandstapel waren opgesteld. Het zicht in westelijke richting bleef vrij. Geen obstakels voor de ontmoeting tussen het roerloze lichaam van Dennis Villanovu en het koele, walsende lichaam van de Noordzee en het medium waarin het plaatsvond, de fresco-blauwe hemel.

Op de gezichten van de buitenlandse genodigden was de verbazing te zien over het theatrale karakter van de crematie van een voormalig gouverneur van de Randstad Metropool. Waaraan had de man dit te danken? Er wapperden smalle, verticale vlaggen met Chinese opschriften en draken. De lange bamboestokken waaraan ze bevestigd waren bogen in de wind. Voordat het programma met toespraken en de feitelijke crematie van start gingen speelde er een slagwerkgroep. Onder Hollandse wolken klonken zware trommels en het striemende geluid van geslagen metaal. Aan de vloedlijn deden vijftien in zwartsatijnen ninjapakken gestoken jongeren een trage dans waarin de expressies van verdriet en vechtbewegingen elkaar afwisselden.

Er volgden toespraken waarover ik het hier niet wil hebben. Dat officiële gedeelte van de bijeenkomst leek nooit te hebben plaatsgevonden toen Villanovu’s zoon Sebastiaan de fakkel in de brandstapel stak en met de blik naar de grond achteruitwankelde. De met benzine doordrenkte twijgen en houtsnippers vatten vlam. Op dat moment naderden vanuit de duinen en uit beide richtingen langs de vloedlijn duizenden burgers. Een klassieke flashmob, die volmaakt getimed uit het niets opdook. Terwijl de vlammen zich een weg vraten naar het stoffelijk overschot van Villanovu, liepen de mensen door het mulle zand tot ze de tribunes omsingelden en de leegte tussen brandstapel en zee vulden. Het waren zwijgende stadsbewoners van alle leeftijden en etnische achtergronden. Hun ogen stonden woedend, verslagen. Allemaal, ook de kinderen, droegen ze een strak opgerolde slaapzak onder de arm. Het symbolische moment duurde en duurde. Ze wilden het niet loslaten, hun man niet laten gaan. Het ruisen van de zee, het knetteren van het vuur in het droge hout, de sporadische kreet van een meeuw. En de geur van brandend hout, benzine, de zoute zee. Als laatste eerbetoon neurieden ze massaal het weemoedige lied dat Villanovu vaak neuriede als hij genoeg had van vragen, uitleg en bezwaren. 


all the wild horses,

tethered with tears in their eyes,

may no man’s hand ever tame you,

may no man’s reigns ever chain you

may no man’s weight ever defray your soul

and as for the clouds

just let them roll away


De buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders moest worden uitgelegd dat de massale aanhankelijkheid aan Villanovu niet alleen te maken had met zijn gewelddadige dood of zijn jarenlange, succesvolle gouverneurschap van de Randstad Metropool, maar dat die ook terugging op zijn populariteit als tieneridool, mediaondernemer en spraakmakend bestuurder op regioniveau. Een hele generatie was met zijn openbare verschijning opgegroeid. Maar de slaapzakken dan? vroegen ze.

Het beeld van de duizenden die met de slaapzak onder de arm hun laatste eer aan Villanovu bewezen was indrukwekkend en voor de buitenstaanders mysterieus. In de ogen van sommigen die ik sprak had het ook een zweem van dreiging in zich. Het herinnerde hen vagelijk aan de gewelddadige massa’s die zich nog maar enkele jaren geleden met het politieke bestuur bemoeiden. Ze kregen natuurlijk de oude medialegende te horen: dat de slaapzakken verwezen naar de periode dat Villanovu als piepjonge burgemeester van district Waterland zijn huis veranderde in een inloopkantoor en bijna iedere nacht ergens anders overnachtte, aangezien hij op permanente dienstreis was. Hij verscheen in nieuwsuitzendingen en in de filmpjes op zijn eigen site steevast met een opgerolde slaapzak. De zwervende bestuurder, de bloedernstige urban runner, leider van een internationaal beroemde crew, die met wollen muts op het hoofd en de sweater om de heupen gebonden, zijn tegenstanders in politieke debatten leek te hypnotiseren met zijn trage, angstvallig correcte Nederlands. Vierentwintig uur per dag betrokken bij het wel en wee van het door hem bestuurde gebied en zijn bewoners. Hij wilde alles zelf gezien hebben en overal zelf geweest zijn, iedereen zelf gesproken hebben. De slaapzak was het symbool voor zijn aanraakbaarheid en zijn toegankelijkheid. Het teken dat hij als man met de macht weet had van de straat. Meer dan een teken, het bewijs van zijn oprechtheid.


Laten we eerst eens kijken, hoe staan de zaken er nu in de lente van 2050 voor? In bepaalde opzichten fantastisch. De conflicten met het achterland zijn onder controle, de etnische conflicten van begin jaren veertig lijken achter de rug, de economie groeit onverwacht snel en over de hele wereld geldt Nederland weer als een baken van vooruitstrevendheid, welvaart en culturele bloei. Onze positie in Europa lijkt sterker dan ze in jaren is geweest.

Het afscheid van het negentiende-eeuwse democratische bestel in 2021 was een waagstuk. Maar na de troebelen en het geweld kwamen de aanpassingen en de voorspoed. Dat succes is voorgoed geassocieerd met Villanovu, als het boegbeeld van het Interactieve Bestuur. Met zijn gewelddadige dood staan we op een kruispunt. 

De vraag is, hoeveel steun onder de bevolking heeft de Armée Étatiste Démocratique Française, die Villanovu liquideerde? En wie zijn het? Wie verlangt er terug naar het oude systeem van politieke partijen, fracties en coalities, de strijd tussen politici en ambtenaren? En zitten de moordenaars van Villanovu ook achter de chantage van bestuurders, de betaalde rellen en de desinformatie die de moord omringt?

Een tweede vraag luidt, waarom nu? Villanovu deed drie maanden terug afstand van zijn functie, na een reeks slepende conflicten. Reactionaire media noemden hem nog geen jaar geleden een kruising tussen een medicijnman en een gangsterbaas en hoonden de wetenschappers, muzikanten, kunstenaars en schrijvers die zich achter zijn hedendaagse mecenaat schaarden. Maar de vergelijkingen met schurkachtige pausen en hertogen uit de Renaissance maakten hem eerder populairder. Dat er de laatste jaren ook een duistere en monsterlijke kant aan het bewind van Villanovu zichtbaar werd, is met zijn dood op slag vergeten. Wat rest is de martelaar voor ons ideale zelfbeeld. Het sympathieke, heldhaftige gezicht van de wederopstanding van de Hollandse Delta in de vorm van een bloeiende metropool. In onze rouw om hem feliciteren we onszelf.


Er zijn geleerden die beweren dat het de spirituele en culturele impuls is geweest die de realisering van de politieke en economische doorstart van ons land mogelijk heeft gemaakt. Dat waag ik te betwijfelen, maar het staat vast dat het ontstaan van de Randstad Metropool als politieke en economische eenheid ondenkbaar was geweest zonder wat ‘het antimaterialistisch reveil’ is gaan heten. Dennis Villanovu was interessant genoeg volstrekt geen typische vertegenwoordiger van het antimaterialistisch reveil. Juist zijn atypische eigenschappen maakten hem destijds geschikt om de overstap van media en cultuur naar de politiek te maken. Zijn herkomst is veelzeggend in dit verband.

Villanovu’s vader was een van Curaçao afkomstige bedrijfsarts, die zich met zijn Nederlands-Italiaanse vrouw vestigde in Purmerend. Toen Dennis dertien was, raakte Ricardo Villanovu in een rechtszaak verwikkeld die draaide om sportdoping en nog niet goedgekeurde geneesmiddelen. Hij werd nooit bestraft, maar hij verloor zijn baan en het gezin had het een tijdlang erg moeilijk. Dennis sloot zich aan bij een groep jongens die op straat rondhing en zich afkeerde van de urban cultuur en haar verering van roem en rijkdom. Ook zij waren een multi-etnisch groepje, alleen zij spiegelden zich niet aan de uitgaanscultuur of de glamour van getto-gangsterfilms, maar aan een zich net over Europa uitwaaierende subcultuur, die van urban running, of parkour, zoals de oorspronkelijke Franse benaming luidt. 

Wat is parkour? In de jaren negentig van de vorige eeuw speelden jongens onder wie David Belle en Sebastian Foucan in de straten van de Parijse voorstad Lisses. Ze imiteerden de vechtscènes en achtervolgingen uit de films van Jackie Chan, die zijn kung-fu-kunsten en acrobatische trucs bij voorkeur vertoonde in een moderne stedelijke omgeving. De vader van David Belle was een voormalig Frans commando, die gediend had in de oorlog in Vietnam. In het Franse leger bestond in zijn tijd nog steeds de invloed van de ideeën en praktijken van George Hébert (1875-1957), de grondlegger van een gymnastische leer uit de vroege twintigste eeuw. Zijn denkbeelden over bewegen en trainen waren gebaseerd op waarnemingen van zogenaamd natuurlijk bewegende mensen: vechtende, jagende, klimmende, rennende mensen in Afrika, het Caraïbisch gebied, Brazilië en Azië. Hij stileerde de krachtige, vloeiende bewegingen die hij had gezien tot een trainingsprogramma voor Europese gymnasten. Voor het leger ontwikkelde hij een speciaal programma dat soldaten in staat moest stellen in een oogwenk uit alle denkbare situaties te ontsnappen en hij trainde ze om met dezelfde technieken vrouwen, kinderen en bejaarden te kunnen evacueren. Être fort pour être utile, was zijn lijfspreuk. Het waren de technieken die deel uitmaakten van dit door Hébert bedachte ‘parcours du combattant’, die de veteraan Belle overbracht op zijn zoon David. 

Samen met zijn vrienden, onder wie de uit Congo afkomstige Sebastian Foucan, legden ze op basis van elementen uit Jackie Chan-films en het Hébertisme de basis voor een activiteit die het midden hield tussen een stoere straatdans, een acrobatische sport en kinderspel. In de grauwe hoogbouwomgeving van Lisses bewoog zich een groep jongens voort die los leken te komen van de sfeer en beperkingen van de gebouwde omgeving. Ze zagen er een beetje uit als inlineskaters of skateboarders, maar ze droegen geen helm en hadden geen wielen. Ze waren nog veel vrijer. Ze renden en geen enkel obstakel leek die ren te kunnen onderbreken. Schuttingen, hekken, balkons, balustrades, bloembakken, auto’s, bouwputten, er was niets dat de vloeiende beweging van de crew kon ophouden. Met handen en voeten, hangend, duikend, vallend, klimmend, ze lieten altijd zonder zichtbare moeite het obstakel achter zich. Eén met de omgeving, zo vrij dat ze op weg leken onzichtbaar te worden. In een vloeiende lijn.


Parkour werd een wereldwijde subcultuur. Dennis Villanovu was er vroeg bij. Op zijn dertiende had hij een crew, op zijn vijftiende was hij de drijvende kracht achter de invloedrijkste parkoursite in Amsterdam en omgeving en op zijn zeventiende trad hij met zijn crew op in de beroemd geworden trailer van de nieuwe publieke omroep die in 2009 werd gelanceerd. Het filmpje hielp de omroep een imago van authenticiteit en oprechtheid op te bouwen. Villanovu kon dankzij de publiciteit rondom het spraakmakende filmpje zijn eigen bedrijf van de grond krijgen. Hij kocht verouderde media op, een middengolf- en een FM-radiofrequentie en begon in combinatie met de ondersteuning van internetsites met het integraal uitzenden en van context voorzien van het werk van de componist Steve Reich. 

Op de forums en via de telefoonlijnen die weer via de radio werden doorgegeven, ontstonden uitwisselingen en discussies over duizend-en-een dingen die zijdelings te maken hadden met de muziek van Steve Reich. De muziek, de geschiedenis ervan en de culturele connotaties die ze had, bleken aanleiding voor vurige debatten over kunst en muziek, maar ook over gerelateerde sociale en politieke kwesties. Op den duur mengden zich ook landelijk bekende opiniemakers en deskundigen in de debatten. De reguliere massamedia verbaasden zich vooral over Villanovu’s onorthodoxe aanpak op de Reich-zenders en over de enorme respons die hij kreeg.

Op beeldmateriaal uit het midden van de jaren tien is Dennis Villanovu een overrompelende verschijning. Niet erg lang voor Hollandse begrippen; het lichaam van een danser. Licht gebouwd maar gespierd, katachtig soepel en lui in zijn bewegingen. Een licht getint gezicht, fijn getekend, met de Romeinse neus en voorbeeldige wenkbrauwen van zijn moeder. Voor de camera’s gedraagt hij zich ontspannen en zelfverzekerd. Niet agressief of afwerend, maar verre van toeschietelijk. Hij lijkt te willen overbrengen dat hij de media-aandacht niet nodig heeft. Heldere, lichtbruine ogen, die een spel spelen met degene die erin kijkt. Villanovu’s meest verleidelijke eigenschap werd door een vrouwenblad zo onder woorden gebracht: ‘Dennis straalt het beste uit wat een jonge man aan dubbelzinnigheid kan bieden: je ziet dat hij gevoelig, oprecht en ernstig is als je dicht bij hem kunt komen, maar hij houdt afstand door een pose van onverschilligheid en ironie.’

Als onafhankelijk deskundige leverde hij vaak een bijdrage aan het openbare debat. Wat daarbij opviel was zijn manier van spreken. Traag, maar ronduit hypnotiserend, door het deinend ritme en het warme timbre van zijn stem en zijn zorgvuldig geformuleerde zinnen. Hij leek al bezig met de volgende zin terwijl hij de eerste op je afvuurde. Hij kwam altijd meteen ter zake. Maar een ingestudeerd effect had zijn spreken nooit. Het was eerder alsof hij zo geconcentreerd was dat alles ter plekke in hem opkwam, al sprekend. Hij meed bewust, maar ook met groot gemak, de modieuze straattaal of het jargon van zijn subcultuur. Zijn uitspraak was ontdaan van regionale of etnische herkenningspunten. Hij sprak niemands Nederlands.

Zoals hij het zelf eens uitlegde: ‘Ik heb moeite gedaan mijn manier van praten te veranderen en een doorzichtige stem te krijgen. Ik hoop dat de klank en de woorden de aandacht niet opeisen. Ik wil dat wordt ingegaan op wat ik zeg. Daarvoor is het nodig de voor de hand liggende afleidende factoren uit te schakelen. Alles draait om de oprechte honger bij de luisteraar naar de volgende zin. Je moet bij mensen het verlangen wekken je te begrijpen. Een leider zegt niet wat mensen horen willen, maar wat hij oprecht denkt dat mensen nodig hebben om beter te kunnen leven.’

Die ernst en afkeer van show en franje komt overeen met de kern van de filosofie van de parkourgemeenschap. Alles draait daarin om de zichzelf onzichtbaar makende inspanning een obstakel te nemen. De simpelste en meest vloeiende oplossing is de ware, te vermijden zijn verbijsterende stunts en overbodige bewegingen. Keer op keer legde Villanovu uit dat alles wat hij te zeggen had over de inrichting van de wereld waarin hij leefde, zowel ruimtelijk als politiek of sociaal, hem gewaar was geworden door er als een traceur doorheen te bewegen. ‘Ik ben een sjamaan. Ik pik het uit de omgeving op. Het is geen politiek, maar iets dat meer waarheid bevat, namelijk magie, of religie of kunst.’ 

Wie nu de registraties bekijkt van Villanovu, die interventies pleegt op manifestaties, die inleidingen houdt bij kunstfestivals en speeches bij politieke debatten, wordt getroffen door de helderheid en onafhankelijkheid van zijn gedachten. Hij wijst alle partijpolitiek af omdat hij niet voor anderen wil spreken. In zijn sjamanistische visie op het leven in de metropool draaide het paradoxaal genoeg niet om snelheid, winst en mobiliteit. Dat noemde hij de krachten van de werkelijkheid, die behoefden geen lofzang of steun. Ze waren even gruwelijk als mooi, ze konden handig en ondoelmatig zijn. Het waren ‘slechts feiten, statistieken die nog leven ingeblazen moeten krijgen’. Villanovu raakte bij de meest uiteenlopende groepen mensen nu juist een snaar, omdat hij zei dat er zoveel zaken en mensen eenzaam waren, niet verbonden met anderen en de rest. Hij wees op de eenzaamheid van plekken, vergeten kennis en kunde, in de gesegregeerde woonsteden buitengesloten groepen, zoals daklozen. 


Dennis Villanovu was waarschijnlijk een van de zeer weinigen die in de stroomversnelling van gebeurtenissen die leidden tot de Grondwetswijziging van 2020, niet hoefden te zeggen dat hij van gedachten was veranderd. Hij had van begin af aan het democratisch politieke bestel als een schijnheilige leugen bestempeld. Er bestond naar zijn mening geen rechtvaardig politiek systeem, alleen een systeem dat ondanks zijn gebreken ruimte gaf aan wat er aan inventiviteit, daadkracht, beschaving, sentiment, idiotie, roekeloosheid en ruimhartigheid in een land aanwezig was. Hij kon zich goed vinden in de nieuwe contractpolitiek die het democratische bestel verving. Een soevereine vergadering van belangengroepen, deskundigen, ondernemers en onafhankelijken kwam beleid overeen en bood een contract aan, dat iemand in een bepaald ambt kon aangaan. Een omschrijving van taken en doelen, termijnen en methoden. Volgens de methode van het co-management, ook wel interactieve besluitvorming genoemd, kon er feedback en binding tussen overheid en inwoners op gang komen en worden bijgestuurd. Bureaucratie werd teruggebracht, de snelheid en de rationaliteit van de besluiten namen toe. De leidersfiguren die het contract aangingen waren persoonlijk honderd procent verantwoordelijk voor de uitvoering van het contract. Partijpolitiek gekonkel en aandachttrekkerij, verkiezingen, geschonden beloften en het beruchte draaien, het behoorde allemaal tot het verleden. 

Villanovu was succesvol als lokaal contractant in Waterland en Rijnland, als regent van Amsterdam en als adjudant-gouverneur sociale zaken van gouverneur Griffith, omdat hij oneindig veel meer deed dan zijn contract verlangde. Hij was overal, sprak persoonlijk met de laagste bestuurders en de politiemannen, zag de probleemgebieden zelf, ging overal op af en kwam met een vloedgolf aan initiatieven en oproepen, zodat zelfs de meest cynische beschouwers geleidelijk begrip kregen voor zijn onpopulaire maatregelen en soms hardhandige ingrepen. 

‘Dit is de mythische waarheid,’ besloot hij in 2047 een overleg over de ontwikkeling van Beijerland en Voorne Putten als nieuw deel van de Randstad Metropool. ‘Ik heb de macht. Deze wereldstad regeert zichzelf door mij. Ik maak een einde aan alle studie en deliberatie. Ik neem jullie mee en aangezien ik jullie leider ben is het verstandig dat de meerderheid volgt. Daar waar we aankomen valt een hoop te doen, hard te werken en moois op te bouwen. Er zullen vast onvoorziene en onbedoelde dingen gebeuren. Er zullen gekrenkten of vergetenen hun stem verheffen. Die zal ik vaak ter wille kunnen zijn, maar niet altijd. Dan zetten ze misschien een grote mond op. Misschien gaan grote groepen mensen daardoor anders denken. Dan kost mij dat de kop. Tot dat moment durf ik het in mij gestelde vertrouwen aan. Veel mensen geloven in mij. En daarom is het gevaarlijk als ik dat ook ga doen. Ik doe wat ik denk dat goed is en weet niets zeker. Ik laat mij overtuigen door velen en handel. Mijn falen is de openbaring van een volgende mythische waarheid. Mijn succes is een collectief feest, voedsel voor de Metropool; maar inzicht in de toekomst of zekerheden biedt het niet. Zo is deze republiek.’

De postdemocratische verhoudingen maakten het mogelijk dat Villanovu contracten voor openbaar bestuur kreeg zonder zich te voegen naar een partij-ideologie of een factie van de ambtenarij. Zijn compromisloze oprechtheid en directheid, zijn afkeer van schijnheilige ophemeling van rechtvaardigheid, naastenliefde, geweldloosheid, democratie en arbeidsvreugde, maakten hem populair. In zijn spreken vielen de straat en een metapolitiek standpunt samen. Dat hij praatte als een kruising tussen een ondernemer en een verstedelijkte medicijnman maakte hem ongrijpbaar voor gevestigde religieuze bewegingen. Hij noemde zich een krijger voor een triomferende republiek, waarmee hij een bloeiende en trotse Randstad Metropool bedoelde. 

Hij begreep de macht van de verbeelding, en ontpopte zich als een mecenas. De ruwe hervormingen van 2020 werden als een opluchting en een nieuw begin beleefd in de Randstad en dat is alleen maar mogelijk geweest dankzij het feit dat de nieuwe toestand ook meteen voelbaar en zichtbaar was in de stad. Er kwamen andere televisiekanalen, er verrezen gebouwen die bewondering afdwongen in het buitenland, er waren tentoonstellingen en straatmanifestaties die het volk trokken, maar ook de intellectuele en culturele elite aan zich verplichtten. 

De ruïne van de Gele Sector van New Babylon uit de ontwerpen van Constant Nieuwenhuis in Rijnland was het eerste van een reeks bouwprojecten die deels uit publieke, maar vooral uit zijn eigen en andere particuliere fondsen werden gefinancierd. De nationale kudde zwervende robotpony’s, interactief van muziek en gedrag voorzien door de bevolking, gold over de hele wereld als een grensverleggend openbaar kunstwerk. Ook de grote bazaars die overal aan de snelweg verrezen, kubussen met woningen en winkels en kroegen met grote binnenruimtes en stegen kwamen uit de koker van Villanovu. Later volgden de bootbruggen, het Paleis voor de Epische Poëzie en het spectaculaire Tunneldorp in de Krimpenerwaard.

Door de intellectuele en culturele elite is jarenlang een ware vendetta gevoerd tegen Villanovu, omdat ze in hem een populistische dictator zagen die de natiestaat uitverkocht aan de ondernemers en de scheiding der machten ondermijnde. Totdat de etnische onrust en de economische recessie in 2041 aanleiding gaven tot een regelrechte crisisstemming. Wijken van gefortuneerden werden geplunderd en in brand gestoken, kerken en moskeeën moesten het ontgelden, op de snelwegen werden kleine veldslagen uitgevochten. In die chaotische situatie was het de ‘republikeinse tribuun’ Villanovu die verbeten weerstand bood tegen de druk van populistische hardliners en reactionairen. Hij koos partij tegen emotie en hysterie en voor verstand, historisch besef, analyse, de lange termijn. Na die hachelijke weken, waarin anarchie en de ondergang van het openbaar gezag dichtbij leken, zagen ook zijn oude vijanden Villanovu als hun man. Kort erop werd hij voor het eerst gouverneur, in 2046.


De tanige, alsmaar zuidelijker uitziende vijftiger, die vorige week door Franse terroristen werd doodgeschoten, heeft nooit beweerd dat hij een beter of rechtvaardiger bestuurder was dan anderen. Hij vond het niet meer dan vanzelfsprekend dat de leiders van de grootste bevolkingsgroepen, economen, sociologen, rechtsgeleerden en ondernemers bepaalden wat het beste was voor de Metropool en de uitvoerende macht in handen gaven van iemand met de leiderskwaliteiten om dat voor elkaar te krijgen. Een leider was in zijn ogen iemand die samenhang, bezieling, begrip en vertrouwen tussen de mensen kon stimuleren en richting geven en die oprecht was in zijn toewijding aan de interactieve besluitvorming. 

Dennis Villanovu, in september 2048: ‘Je kunt alles gaan regelen en afspreken. Maar aan ieder mens, ieder kind, iedere man of vrouw en aan iedere situatie, zelfs aan voorwerpen en plekken, zit een hele dimensie die vogelvrij, ongehoorzaam en ontembaar is. Het is de donkere materie van de maatschappij. Daartoe horen de mooiste en de verschrikkelijkste dingen die er kunnen gebeuren. Daar zit de meeste kracht. Ik erken die donkere materie. Ik vind dat een leider degene is die de moed moet hebben de onzekerheden die de donkere materie veroorzaakt op zich te nemen. Zonder grootspraak en zonder schijnheiligheid. Gewoon, omdat er anders geen gezonde dynamiek kan zijn, geen energieke, vloeiende beweging om de obstakels te nemen. Être fort pour être utile. Ik zal net als zoveel leiders wel ten onder gaan aan een onvoorzien en onbedoeld effect van mijn handelingen. Het proces zelf heeft misschien geen bewustzijn en geen praatjes, maar is altijd intelligenter dan de slimste deelnemer. De Metropool weet meer dan de mensen die er wonen.’