Gewoontegetrouw

Dichte krakende heuvels omringen dit dal

de maan wordt opnieuw geboren vannacht

vlijmscherp

dennenbomen steken moedig hun iele toppen naar de hemel

kou houdt alles bij elkaar

zelfs mijn goudvlokkendroom

vanzelfsprekend rangschik ik een stilleven op tafel

bordeaux op wit geweven katoen

een tafel gewoontegetrouw grijsgedekt

serviesgoed met een gouden rand als een Marokkaanse bruid

twaalf stoelen mogelijk geluk

de vlammen van een zevenkoppige kaars als leidraad

gestoofde eendenbouten zweven op mozesbladeren

de sjalotten glimmen

ik breek het brood en schenk mijn bloed

het bord van de man schep ik vol geduld

voor de kinderen snij ik de scherpe randen af

voed de zwangere vriendin met alles waar haar lustige ogen op rusten

blus mijn vuur met een gele glimlach

schenk nog eens vol

draag het ge-zel-schap zorgvuldig tot de creme brûlée

toe geluk is eetbaar

een brandstapel bouw ik in de haard

zinzinvuursplinters uit mijn ogen ontsteken het vuur

koffie en likeur zijn binnen handbereik

het haar van de kinderen is nat en gekamd

iedereen lacht warm en hard z’n tanden bloot

dauw fluistert mijn naam en kruipt onder de deur

over de vloer naar binnen

zwijnen denderen naar het dal

de grond trilt op mijn tong

ik verlaat geruisloos het gerustgestelde binnenshuis

vleermuizen klappenwieken doorzichtig op mijn schouders

mijn haar valt

ik adem al aan mij gegeven namen uit

rits mijn vrouwenhuid vanaf de kruin open

het gezicht van geduldige dochter die te lang zorgde

mijn bruine sissende huid als minnares

waar op gebeten en aan gelikt is

de opengereten moedermoedermoeder die

een mens heeft voortgebracht

en zacht heeft gezoogd

trek ze

over mijn skelet omlaag

stap er voorzichtig uit

alles mag blijven zoals het is

edelherten wachten stil aan de rand van het water

een arend wijst me de weg

ik

dit wezen

ga naar huis.

Ma mère

Ma mère komt uit een geslacht des femmes fortes

zoals haar moeder en grootmoeder

zij dragen de wereld op hun heupen en hun nageslacht als hoofdtooi

ze is gebouwd uit cactusbladeren en het lijfje van een bijenkoningin

ze werd door de Franse nonnen gekneed

mijn moeder kan niet vergeten laat staan vergeven

kan huizen bouwen van lucht en honing

zegt dat haar psychiater gek is omdat hij met haar flirt

de stem van mijn moeder snijdt in de tijd

ma mère is een natuurlijk bestrijdingsmiddel van taboes

mama est une boite de fitesse des langues

ze slaapt overal behalve in haar eigen bed en eet lopend

gaf haar eerste kind aan haar moeder

draagt gouden merkzonnebrillen

bijt haar kroost in de nek en draagt ze duizenden kilometers naar haar vaderland

mijn moeder houdt niet van koffie

ze schreeuwt in het Tamazight omdat ze leeft, zegt ze

mijn moeder heeft mitrailleurs achter haar kiezen en een atoombom aan haar huig hangen

ze stelt haar vizier zorgvuldig af op organen en schiet enkel op je ogen

vloekt genadeloos wa li liha liha

mama is een wolkbreuk in Brabant

zegt dat god in haar hart zit en niet in haar haar

eist waar ze recht op denkt te hebben

klaagt als ze pijn heeft en ook als ze geen pijn heeft

zegt dat ze haar leven heeft verspild aan kinderen

vindt overal mannen

en vindt mannen niets

mijn moeder zette mijn vader schaakmat

kan al haar bezit weggeven als ze wordt geraakt door een illusie

heeft een hekel aan politiek en stemt ook niet meer

mama is een vreemdelingenlegioen

komt uit een gezin van 10

is een dochter van de Atlantische kust maar wil in Brabant begraven worden

mijn moeder is vuur en baart as

ma mère.

Nisrine Mbarki (1977) is schrijver, vertaler en docent. Ze schrijft poëzie, theaterteksten en korte verhalen. Ze vertaalt uit het Arabisch naar het Nederlands. Haar poëzie is eerder verschenen in Het Liegend Konijn, Tirade en de* Poëziekrant*. Ze stond eerder op het Felix Poetry Festival in Antwerpen, de Nacht van de Poëzie en Globale in Bremen.

Meer van deze auteur