Het nieuws over Gettysburg
komt in Washington aan
op de vierde juli
en wie het hoort loopt naar het grasveld
voor het huis van de president
en het muziekkorps van de marine
komt met hen mee. Nu kan het wel weer
ongebeurd gemaakt worden
en dat wat je aan niemand wilde vertellen
daarvoor in de plaats komen. Stuur de muzikanten weg
en roep wie in naam van iedereen

tegen iedereen kan spreken (in die betekenis
is wat hij zegt dan ook
van iedereen).
Zij vragen de president
om een toespraak (ze konden geen ander vinden
of ze hadden niet erg goed
of lang gezocht) en hij vraagt: hoe lang geleden is het,
sinds, voor het eerst in de geschiedenis, gezegd is dat het waar is
dat iedereen gelijk is? Zo lang als één van jullie
verwacht te leven? Maar ik kan nu niets meer zeggen
dat past bij wat gebeurd is,
laat de muziek maar spelen. Alsof je hoort:
die zou president kunnen worden
(niet: zelfs die zou president kunnen worden),
maar die is toch allang dood? (Zoals: toch heb je mij gezegd
dat je nog steeds wilde dat je bij mij was.) Zoals: de bevrijder kwam aan,
maar hij kon niemand bevrijden
want hij had zich aan een boom
laten ophangen.

Op één knie gaan
alsof je om iets wil vragen
terwijl de muziek klinkt waar verder iedereen rechtop bij gaat staan
en stil blijft. Wat wil je zeggen door níet
op twee knieën te gaan
alsof je bidt en om niets
mag vragen? De groenen hebben hun muziek
en de blauwen die van hen,
je bent stil als die niet van jou klinkt
en probeert mee te zingen als het die van jou is,
maar die herken je meestal pas
als die bijna voorbij is. En als het de muziek is
voor ‘s avonds in het park, lichten in het donker, paartjes dansen,
jij gaat op één knie.

De afgezanten
zonder volmacht die in het Witte Huis
ontvangen worden
zijn altijd een beetje zwart
(en een beetje is altijd genoeg om ook helemaal zwart te zijn),
want de president kan hen vragen
of er misschien vijftig van hen zijn
die als eersten ver weg willen reizen om te gaan wonen
waar anderen heen konden reizen
als ze vrij gemaakt waren,
of misschien dertig of misschien tien. Omdat je zou schrikken
als de doden teruggekomen zouden zijn
denk je over hen alsof ze engelen zijn
die enkel wat opgegeven wordt
naar anderen brengen. Omdat de doden een beetje zwart zijn,
van de aarde of de as,
zijn engelen ook een beetje zwart.

Het nieuws van de verloren verkiezingen
kwam vandaag aan
en je wilde op het grasveld
voor het huis van de president
gaan staan. Zoals je voor het kleinste deel wilde
dat gebeurde wat je niet wilde omdat je hoopte dat je er vol van kon zijn,
maar nu het gebeurd is
wil je er niemand over vertellen,
ze weten het trouwens al.

Het muziekkorps van de marine
komt ook met de president mee
wanneer hij spreekt
op de begraafplaats voor de soldaten van Gettysburg. Waarom was die slag
nodig? Omdat we ons vergisten
toen we dachten
dat slavernij vanzelf zou verdwijnen,
net zoals wat we honderd jaar later dachten
dat zou verdwijnen. (Zoals: het heeft
enkel tijd nodig, misschien
duizend jaar.)

Nachoem M. Wijnberg (1961) publiceerde achttien gedichtenbundels – laatstverschenen Om mee te geven aan een engel (Uitgeverij Pluim, 2018) – en vijf romans. Najaar 2019 verschijnt zijn negentiende bundel, Afscheidswedstrijd. Hij is hoogleraar aan de faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit van Amsterdam. In 2018 ontving hij de P.C. Hooftprijs.

Meer van deze auteur