Monsterlijk en sprookjesachtig: Nederlands machinekamer

De foto’s die Freek van Arkel de afgelopen vijfentwintig jaar maakte in de Rotterdamse haven, van documentair zwart-wit via grootbeeld en panoramaopname tot aan digitale fotografie in haar diverse vormen, inspireerden Dirk van Weelden tot een tiental essays. Hierbij een proeve.

Misschien moet je er wel weinig van weten en begrijpen om voluit geraakt te worden door de schoonheid van de Rotterdamse haven. Als je niet weet waarheen al die langs elkaar gelegde pijpen gaan, wat erdoorheen stroomt en waarom ze naast en niet op elkaar liggen, heb je vanzelf meer aandacht voor de elegante lijnen die ze volgen, in het met schijnwerpers fonkelende duister. Voor het mooi gebeurt er vrijwel niets in de haven en toch slaagt Freek van Arkel erin het ene prachtige vergezicht op het volgende sprookjesachtige beeld van een olieplatform of raffinaderij te laten volgen. Het is het soort schoonheid dat ons ook raakt als we naar de ondergaande zon in de duinen kijken. Het is de pracht van kleuren en sferen en licht. De fotograaf Van Arkel laat zien dat er in de haven tientallen verschillende versies van dat type schoonheid te vinden zijn.

Dan is er het soort schoonheid dat bestaat bij de gratie van de uitsnede, het kader dat de fotograaf kiest en dat onze aandacht vestigt op iets waar de meesten van ons overheen zouden hebben gekeken als we door de haven hadden gelopen. Het kader van zijn camera maakt van een plek een beeld. Dan opeens zie je een reusachtig slapend insect in de monumentale foto van de motor van een zeeschip. Of de satijnen zachtheid in de welving van een scheepsromp als de zakkende zon erlangs strijkt. Dan is het voordek van een schip opeens een vrolijk gekleurd ruimtestation, zwevend in het niets.

Het derde soort schoonheid is die van de mensen. De gezichten, de houdingen, hun heldhaftige nietigheid in de haven en de sporen die hun aanwezigheid achterlaat, zoals afgesleten deurkrukken, peuken en graffiti. De mensen roepen de betekenissen, de geschiedenissen, de vragen in ons kijkende hoofd wakker. Ze geven samenhang aan de verspreide en middelpuntvliedende beelden.

Al die soorten schoonheid door elkaar zijn in RePort Rotterdam te vinden. En zoals dat gaat bij schoonheid die werkelijk is buitgemaakt op de wereld, heeft die het vermogen te schokken. Niet alleen is het prettig naar deze foto’s te kijken, ze roepen ook een vorm van verbazing op. Verbluft door de vreemdheid van de apparaten en bouwsels, de plekken en de maten, raak je ook verwonderd over het hoe en waarom van de extreme omgeving die de haven is. Je ziet dankzij de schoonheid van de beelden pas dat de haven iets radicaal eigens heeft, een wereld op zichzelf is. Iets wat je niet kent.

Die verwondering leidt bij het kijken en bladeren niet alleen tot het aangenaam consumeren van de schoonheid van de beelden. Die eigenheid en vreemdheid die de oorsprong ervan vormen zetten ook tot nadenken aan. Zonder dat ze iets van haar schoonheid verliest ga je al bladerend door dit lijvige boek zien dat de haven zo ongeveer het tegenovergestelde van een stad is. Het is een machine, waar mensen als levende kruipolie doorheen bewegen om alles soepel in gang te houden. De stad is er voor de mensen. De mensen zijn er voor de haven. Het gaat om de lading, het contract, het geld, de datum en de tijd, de correct nageleefde regels. Mensen dienen en gehoorzamen.

Het is schrikbarend om te zien wat er gebeurt als spullen en schepen, logistieke logica en techniek alle ruimte krijgen, en alle menselijke behoeftes opzij geschoven worden, maar ook prachtig. Je krijgt de naakte waarheid van onze wereld te zien. Iets wat in de stad vermenselijkt wordt, oftewel verpakt en verzacht, gezoet en opgeleukt. In de haven krijg je te zien wat het hart van de wereldeconomie is. Hier is niets gecamoufleerd en toont zich de rauwe werkelijkheid van de wereldhandel, de macht van olie en gas, de achterkant van onze wegwerpindustrie, de absurditeiten die groei en versnelling met zich meebrengen.

Met de schoonheid van de foto’s van de Rotterdamse haven heb je ook toegang tot iets pijnlijks. En dat is het besef dat we met z’n allen met handen en voeten gebonden zijn aan deze machinerie, die behalve prachtig en bewonderenswaardig ook gevaarlijk, verwoestend en onmenselijk is. Dankzij dit soort installaties en plaatsen, dankzij deze fabrieken en schepen, dankzij het werk van deze mensen leven wij in de stad de comfortabele levens die we leiden.

Daarmee is gezegd dat er behalve een onbekende schoonheid ook een mate van miskenning van de vreemdheid van de Rotterdamse haven meespeelt. Maar tegelijkertijd bekruipt je bij het kijken naar deze beelden een vorm van afgrijzen. Is dit echt allemaal nodig? Die landschappen vol pijpen en kolenbergen, die alsmaar grotere schepen met stalen dozen, die eindeloze herhaling van identieke auto’s, graafmachines, olietanks, dat maniakale gejakker bij nacht en ontij; het is een immense prestatie en het ziet er mooi uit, maar is het niet ook een vorm van waanzin, een grote mooie ziekte waar we naar zitten te kijken?

De naakte werkelijkheid van de wereld waarin we leven, het is een overdonderend beeld. De enorme krachten en goederenstromen, de keiharde logica van geld en logistiek, van ruwe grondstof en toegevoegde waarde; al die zaken tonen zich in de haven zonder excuus, verpakking of tact. Ze zijn er in hun vervolmaakte, monsterlijke, allesverslindende, ongelooflijk slimme en mooie, ja, sprookjesachtige gedaante. Het is een pijnlijke schoonheid die Van Arkel ons met dit boek presenteert. En je kunt je goed voorstellen dat het opwindend en ronduit cool moet zijn om iedere dag te gaan werken in de naakte werkelijkheid van de wereld. De machinekamer van het land waar je leeft. Zelfs als de onmenselijkheid, het maniakale, het gewetenloos groeiende ervan je angst inboezemt. Je kunt je voorstellen dat havenwerkers zich in de mensenstad, tussen spelletjesshows en buurthuisruzies, onbegrepen voelen. Hun werk speelt zich af aan het front en dat verandert iets aan ze dat ze thuis slecht kunnen uitleggen. De wereldhaven toont de vormenrijkdom, de woestheid, het geweld, de pracht en grootheidswaanzin van de oorlog die economie heet. En kijk nu nog eens naar de gezichten van de mensen in dit boek en denk aan hun levens, hun dagdromen, hun verloren kindertijd, hun liefdes en verdriet.


RePort Rotterdam

F2 Publishing, 2012

Fotografie: Freek van Arkel

Vormgeving: Yvo Zylstra

Teksten: Dirk van Weelden